Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Veel vriendelijkheid hebben we aldaar ondervonden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Veel vriendelijkheid hebben we aldaar ondervonden

4 minuten leestijd Arcering uitzetten

In de zomer van 1914 vestigt oefenaar Van Schothorst zich in Westzaan, waar hij veel vriendelijkheid vanuit de gemeente ontvangt. In 1918 keer hij weer terug naar de Veluwe.

Op 23 augustus 1914 verbindt oefenaar Van Schothorst zich aan de gemeente van Westzaan, die in die tijd bijeenkomt in een betrekkelijk nieuw kerkgebouw aan de J.J. Allanstraat. Over zijn nieuwe gemeente is hij positief: ‘Ik vond in Westzaan een volk dat gul, vriendelijk, hartelijk en waarderend was en niet hoogeisend wat mijn arbeid betrof. Er waren drie ouderlingen, Johannes Glas, Gerrit Koopman en Klaas Maas en drie diakenen, Piet Tanger, Marinus Flipse en Jan Nieuwenhuijzen. Verder bestond het kerkvolk uit Westzaners, dorpsmensen uit een dorp dat een uur gaans lang is en waar boeren en fabrieksarbeiders, fabrikanten, ambachtslieden en neringdoenden toe behoorden. Verder kwam er kerkvolk uit de IJpolder, de Spaarndammerpolder, de Nieuwe-Meerpolder, de Houtrakpolder en de Beverwijksepolder. Zowel boeren als arbeiders en bedrijfsleiders en voorts een enkeling uit De Koog en Zaandam en uit Polder 3. In de zomer waren er wat Gelderse grasmaaiers en vanwege de mobili- satie verscheidene soldaten. (…) Mijn financiële inkomsten waren in Amsterdam 20 gulden per week; ik mocht geen enkele zondag uitgaan om elders te preken en in de week was er weinig gelegenheid voor. In Westzaan had ik hetzelfde, maar daar mocht ik eens per maand uitgaan om elders te preken, wat nog enigszins verlichtte. Ook werd ik in Westzaan nog bedeeld met allerlei gaven. Veel vriendelijkheid hebben we van de mensen aldaar ondervonden. Ook was er een gul verenigd verkeer met het volkje en er was veel vriendelijkheid in de huizen’.

Een omkering in het hart

Als Van Schothorst op 29 januari 1915 vijf- tig jaar wordt, komen de mannen uit de gemeente hem ’s morgens feliciteren, de vrouwen ’s middags en de jongeren ’s avonds. Terwijl hij erover loopt te pieke- ren hoe hij die avond moet invullen, krijgt hij opeens een indruk van de goedheid van de Heere: ‘Ik kreeg een omkering in mijn hart om er niet mee in ’t vlees te eindigen, maar in de Heere, al moest ik het met de mond doen’.

Nadat de jongeren chocolademelk hebben gedronken en een koekje hebben gegeten, wordt er gezongen en gebeden en bedankt Van Schothorst voor het cadeau dat hij van de gemeente heeft ontvangen: een tafel en zes stoelen. Hierna vertelt hij iets uit zijn leven, waar met grote aandacht naar wordt geluisterd: ‘Daarop heb ik hen eens verteld over mijn eerste kinderja- ren, hoe ik uit doodsgevaren gered ben. Verder mijn schooljaren en opvoeding, de eerste overtuiging van de waarheid, de eerste werkzaamheden, overtuiging in de consciëntie, hinken op twee gedachten, verandering van keus, komen onder het volk en de waarheid enz. (…) Ze luisterden allen. Er was er nog één die anders wel eens een woordje bidt, doch hij kroop in de hoek en ik kon hem er niet aan krijgen om te eindigen. Dat moest ik ook doen. Een aantal moest nog twee uur en ander- half uur naar huis lopen. Ze waren tegen twaalf uur thuis. (…) Ik heb nog nooit zulk een verjaardag gevierd’.

In 1916 wordt de classis verzocht om oefenaar Van Schothorst te ‘bevorderen’ tot predikant. Hoewel zijn proefpreek over Matthéüs 11 vers 28 met instemming wordt beluisterd, stelt men als eis dat hij eerst een opleiding moet volgen. Deze eis hangt hem echter als een molensteen om zijn nek en doet hem er dan ook van afzien. Voor zichzelf heeft hij daar vrede mee.

Naar de Veluwe

Een zaak waarmee hij aanhoudend wor- stelt, is het gescheiden zijn van een deel van zijn kinderen op de Veluwe. Daarbij komt dat de huur van zijn boerderij in Lun- teren ten einde loopt en hij moet beslissen of hij deze opnieuw voor een aantal jaren wil verhuren. Uiteindelijk neemt hij het besluit om naar de Veluwe terug te keren. Op Tweede Kerstdag 1917 deelt hij dit aan de kerkenraad van Westzaan mee. Hoewel men begrip heeft voor de situatie, is men ook teleurgesteld over zijn vertrek. Van Schothorst gelooft echter ‘in stilte in Gods weg te zijn, hoezeer ook van mensen afgekeurd’. In februari 1918 neemt hij afscheid van de gemeente.

Dit artikel werd u aangeboden door: De Saambinder

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 november 2022

De Saambinder | 24 Pagina's

Veel vriendelijkheid hebben we aldaar ondervonden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 november 2022

De Saambinder | 24 Pagina's