8. De genezing van een geraakte
De Heere Jezus was in Zijn stad (Matth. 9:1) aangekomen. Hij had op hun verzoek de Gadarénen verlaten en zover we weten heeft Hij die streek daarna nooit meer met een bezoek vereerd. Nu bevond Hij Zich in Zijn stad Kapérnaüm. Die plaats was wel bijzonder bevoorrecht om de Heere Jezus als Inwoner te hebben. Aan de andere kant zou hun verantwoordelijkheid des te groter zijn als ze er geen winst voor de eeuwigheid mee zouden doen.
Helaas moest de Heere Jezus van Zijn stad getuigen: En gij Kapérnaüm, die tot de
hemel toe zijt verhoogd, gij zult tot de hel toe nedergestoten worden. Want zo in Sódom die krachten waren geschied die in u geschied zijn, zij zou tot op de huidige dag gebleven zijn. Doch Ik zeg u, dat het den lande van Sódom verdraaglijker zal zijn in de dag des oordeels dan u (Matth. 11:23 en 24).
Kapérnaüm was dus ‘tot de hemel toe verhoogd’. Dat wil zeggen zeer bevoorrecht ‘zo door uw welvaren als door de bijwoning, leer en wonderen van Christus’, zegt kanttek. 29. De kanttekening somt vier voorrechten op: de welvaart van de stad, de bijwoning of inwoning van de Heere Jezus, Zijn leer en Zijn wonderen. De burgers van de stad genoten dus veel voorrechten! Zoals ook ons land en onze woonplaatsen bijzonder bevoorrecht zijn als het zuivere Woord van God nog verkondigd mag worden. Wat een bemoeienissen heeft de Heere met ons land ook in het verleden gemaakt. Hoeveel godsgezanten spreken nog tot ons in hun geschriften nadat zij gestorven zijn. Maar als het ons geen voordeel doet, zal het ons tot een oordeel zijn en zal het waar worden wat er op de grafsteen van William Huntington staat: ‘Zij zullen weten dat een profeet in het midden van hen geweest is’ (Ezech. 2:5). Terwijl de Heere Jezus Zich in de stad bevond, brachten enige vrienden een geraakte of lamme man tot Hem. Hij kon zelf niet lopen, en met bed en al brachten ze hem bij de Heere Jezus. Verder lezen we: Jezus hun geloof ziende (Matth. 9:2). De kanttekening merkt op dat én de geraakte én zij die hem vervoerden het geloof hadden dat de Heere Jezus machtig was de lamme man te genezen.
Toen de Heere Jezus de geraakte man voor Zich zag liggen, sprak Hij: Zoon, zijt welgemoed, uw zonden zijn u vergeven (vers 2b). Een aanspraak die wij niet zouden verwachten. De geraakte man kwam toch om beter gemaakt te worden? Maar daar ging de Heere Jezus aanvankelijk niet op in, want Hij had het over zijn zonden. Uit dat antwoord bleek dat de lamme man vooral van zijn zonden verlost wilde worden. Het scheen dat hij met een bezwaard gemoed tot de Heere Jezus was gekomen en over zijn zonden inzat. Vandaar de vriendelijke aanspraak en woorden van de Heere Jezus: ‘Zoon, zijt welgemoed (of vertrouw op Mij, zegt kanttek. 4) dat Ik uw zonden vergeven en wegnemen zal.’
De lamme man wist dat zijn ziekte een gevolg van de zonde was die hem terneer drukte. De Heere zag wat er in zijn hart omging. Mogelijk leefde het in hem: “Bewijs, o HEER’, Uw mededogen; Verhoed mijn ondergang; Ik ben beklemd en bang; Het zwaar verdriet doorknaagt mijn ogen; Het doet mijn ziel bezwijken, En ’s lichaams krachten wijken” (Ps. 31:7). De Heere Jezus kende zijn bezwaard gemoed en verslagen geest. We lezen in Ps. 34:19: De HEERE is nabij de gebrokenen van hart, en Hij behoudt de verslagenen van geest.
De lamme man kreeg verhoring, want zijn zonden werden hem vergeven. Dat was niet naar de zin van de schriftgeleerden. Zij zeiden in zichzelf: ‘Hij schrijft Zichzelf toe wat alleen God toekomt, want Hij alleen kan de zonden vergeven.’ De Heere Jezus wist wat er in het hart van de lamme man was omgegaan, maar hij las eveneens de verkeerde gedachten van de schriftgeleerden. Daarom vroeg Hij hen: Waarom overdenkt gij kwaad in uw harten? (vers 4). Hoe duidelijk liet de Heere Jezus blijken dat Hij God is en dat Hij van verre hun gedachten kende (Ps. 139:2).
Verder sprak Hij tot hen: ‘U denkt dat het makkelijker is om te zeggen dat iemands zonden vergeven zijn omdat zoiets niet zichtbaar is, dan om te zeggen: Sta op en wandel. Maar om u te laten zien dat Ik als Zoon van God de macht heb zowel het een als het ander te doen, zal Ik de lamme man ook van zijn ziekte genezen.’ Toen zei Hij tot de geraakte: Sta op, neem uw bed op en ga heen naar uw huis (vers 6). Meteen stond de lamme man op, nam zijn bed op en ging naar huis. De mond van de schriftgeleerden was gestopt. Toch weigerden zij te geloven dat de Heere Jezus de zonden kan vergeven, hoewel zij moeilijk konden ontkennen dat Hij lammen, kreupelen, blinden en doven op Zijn machtwoord genas!
Ondanks al de wonderen, die overduidelijke bewijzen waren dat de Heere Jezus ‘de eeuwige Zone Gods is en blijft’ (Zondag 14), verwierpen de ongelovige schriftgeleerden Hem. Maar ook de mensen die getuigen waren geweest van de wonderlijke genezing van de lamme man, zagen in de Heere Jezus niet méér dan een door God gezonden profeet. Zoals dat helaas ook het geval was met hen die tijdens een ander wonder God verheerlijkten, zeggende: Een groot profeet (als Elía en Elísa) is onder ons opgestaan en God heeft Zijn volk bezocht (Luk. 7:16). Hoe gelukkig zouden zij geweest zijn als zij met de lamme man Hem als hun Verlosser hadden mogen leren kennen.
Als mij geen hulp of uitkomst bleek;
Wanneer mijn geest in mij bezweek,
En overstelpt was door ellend’,
Hebt Gij, o HEER’, mijn pad gekend (Ps. 142:2).
(Volgende keer D.V. 9. De opwekking van het dochtertje van Jaïrus)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 2023
De Wachter Sions | 12 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 2023
De Wachter Sions | 12 Pagina's