Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Geen oude preken meer

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geen oude preken meer

4 minuten leestijd Arcering uitzetten

Op zondagavond 17 januari 1864 was er in het huis van ds. Drost in Goes brand uitgebroken. Een groot deel van zijn bezittingen was in vlammen opgegaan.

Ds. Johannes Drost was in 1861 predikant van de Her- vormde Gemeente in Goes geworden. Daarvoor was hij predikant geweest in Almkerk, Hellevoetsluis en Rhenen.

Na de brand kreeg de familie Drost van alle kanten hulp. ‘Er was als een wedijver om te helpen’, schreef ds. Drost. Er was een familie die ’s winters in de stad woonde, maar ’s zomers op een buiten dicht bij de stad verbleef. Als de familie Drost wilde, mocht ze daar gaan wonen. Een gezin wilde naar de bovenverdieping van hun huis verhuizen, dan kon het gezin Drost de benedenverdieping betrekken. Het gemeentebestuur bood kosteloos een pand aan dat onlangs was vrijgekomen: een voormalige kostschool, een somber, maar ruim gebouw. Er was een kamer met negen bedsteden. ‘Er viel in dat huis niets meer te beschadigen’, schreef ds. Drost. ‘Met het oog op ons levendige zestal besloten we dit aanbod aan te nemen’.

Nog eens proberen

‘Dit was natuurlijk op voorwaarde van spoedige ontruiming, als de gemeente Goes aan het pand behoefte mocht krij- gen. Er moest dus ook ernstig over een meer vast verblijf worden gedacht. Hier- over dacht ook een bevriende timmerman. Deze stelde ons voor op een beschikbaar terrein voor zijn rekening drie herenhuizen te zetten; het middelste daarvan, een dubbel huis met flinke tuin, voor ons te bestemmen en geheel naar onze wens in te richten; en dit dan tegen lage prijs aan ons te verhuren, voor zolang als wij het nodig zouden hebben. Dat voorstel werd natuurlijk dankbaar aangenomen.

Bij deze bouw had nog iets opmerkelijks plaats. Het water in de haven van Goes is brak, niet geschikt voor drinkwater. Voor huiselijk gebruik heeft ieder een regen- bak of een put met welwater. Deze was voor die drie panden eigenlijk onmisbaar. Onze vriend liet een put graven; zelfs tot op meer dan gewone diepte; maar geen water! Hij kon er niet van slapen. ‘Heere God’, bad hij in de stilte van de nacht, ‘U weet toch wat mij tot dit werk heeft gedrongen, och, mocht het mij toch geluk- ken!’ Deze verzuchting gaf lucht aan het bezwaard gemoed.

Reeds vroeg in de ochtend gaat hij naar het werk, roept een paar knechts, en zegt: ‘Kom jongens, nog eens proberen, steek de spa er nog maar eens in’. En nauwelijks een voet dieper, daar hebben ze water, heerlijk water, helder en fris en in ruime overvloed’.

Wat God doet, dat is welgedaan!

‘Het huis werd voltooid. Aan bijdragen voor de meubilering ontbrak het niet. Uit een vorige gemeente zond men mij een nieuwe schrijftafel, gelijksoortig aan de verbrande, maar mooier. Een fami lielid zond ons een prachtig kabinet, uit de boedel van een oude grootmoe- der. Een academievriend zond mij een koffertje met boeken. Uit Goes en van elders kwamen bijdragen voor het huis- houden en voor een nieuwe bibliotheek. Ook aan geldelijke tegemoetkoming ontbrak het niet. Reeds twee dagen na de brand kwam een aangetekende brief met duizend gulden van een christelijke familie, mij wel bekend, maar met wie ik persoonlijk toch niet bijzonder bevriend was. Maar waar zou ik eindigen! En de heerlijkste vrucht van die gezegende brand? Nauwer dan te voren werd van die dag de band tussen gemeente en leraar. Die brand bleek een invloedrijke wegbe- reider voor verdere, meerdere, hogere zegen in de gemeente’.

Maar al die preken dan?

‘Zo’n brand is toch geen kleinigheid’. Nee, zeker niet! Nog jaren daarna hebben we het gemis van velerlei gevoeld. Doch met een Job heeft men Gode niets ongerijmds toe te schrijven. Acht geven op de leidin- gen des Heeren en winst doen met Zijn wenken, dat hebben we te leren. Daar vloog op 17 januari mijn gehele bibliotheek in de lucht. En daarmee heel wat oudere en nieuwere theologie. Maar één boek bleef gespaard: mijn handbijbeltje, dat ik in de regel naast mij had liggen op de schrijfta- fel en steeds gebruikte op de preekstoel; een oude uitgaaf van het jaar 1741; kleine, maar bijzonder heldere letter; op stevig oudhollands papier; in sterke, netten band; een gedachtenis van mijn Kaapse academievrienden. Dat had ik die avond beneden en werd voor mij ongeschon- den bewaard.

Maar al die preken dan! Ja, zo’n verlies is niet te vergoeden. Tenzij dan door een verhoogde invloed van Gods Geest. Ik had in de laatste tijd nogal eens, ook diezelfde morgen nog, gebruikgemaakt van een oude preek. Dit kón nu niet langer’.

Dit artikel werd u aangeboden door: De Saambinder

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 2022

De Saambinder | 16 Pagina's

Geen oude preken meer

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 2022

De Saambinder | 16 Pagina's