David, de man naar Gods hart
22. David en Mefibóseth
Na het verdreven hebben van verschillende vijanden uit zijn land Israël en het inbrengen van de ark des Heeren in Jeruzalem, genoot David na een drukke periode weer enige rust. Ineens schoot het hem te binnen hoe hij twintig jaar geleden aan Jonathan en het huis van Saul beloofd had om hen de weldadigheid des Heeren na hun dood te bewijzen. Daarbij was zelfs een eed afgelegd en de Naam des Heeren aangeroepen! In 1 Samuël 20:16 lezen we: Alzo maakte Jonathan een verbond met het huis van David, zeggende: Dat het de HEERE eise van de hand van de vijanden van David. En in vers 42 van dat hoofdstuk staat: Toen zei Jonathan tot David: Ga in vrede; hetgeen dat wij beiden in de Naam des HEEREN gezworen hebben, zeggende: De HEERE zij tussen mij en tussen u, en tussen mijn zaad en tussen uw zaad, zij tot in der eeuwigheid.
Premium Artikel
Dit artikel is over 160 dagen beschikbaar in Digibron.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 2025
De Wachter Sions | 12 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 2025
De Wachter Sions | 12 Pagina's
Premium aanschaffen