De zekerheid van de opstanding
Zou een lichaam dat gestorven is ooit weer tot leven komen? De wereld zegt: dat is onmogelijk. Dit antwoord werd ook in de gemeente van Korinthe gehoord. Het klinkt door in de kerk van vandaag.
Kent u die gedachte? Het kan toch ook gewoon een verhaal zijn? Je put er kracht uit, maar meer is het niet. Wat geeft dat een strijd! Het laat ook Gods kinderen niet onberoerd. Als ze het leven niet van God ontvangen, dan moeten ze met alles eindigen in de dood. ‘En indien Christus niet opgewekt is, zo is dan onze prediking ijdel, en ijdel is ook uw geloof’ (1 Kor. 15:14).
Het christelijk geloof is geen zinnebeeld, maar echt en zeker. Paulus zet dit in 1 Korinthe 15 zeer krachtig uiteen. Op Goede Vrijdag legde de Zoon van God Zijn leven af. Zo voldeed Hij aan de schuld. Zo bracht Hij verzoening teweeg. Zonder opstanding zou dit geen kracht hebben. Dan zou alles alsnog eindigen in de dood. Maar God heeft het offer van Zijn Zoon aangenomen.
Hij Zelf heeft Jezus uit de dood opgewekt. En Jezus heeft in Zijn eigen lichaam de echtheid hiervan bewezen. Het is zeker waar. Getuigen hebben het bevestigd.
Verschillende argumenten
Om de zekerheid van de opstanding verder te onderbouwen, maakt Paulus een vergelijking tussen Adam en Christus (vers 20- 23). Door Adam is de dood gekomen. Dat hij de eersteling is, wordt steeds bewezen als er iemand sterft. De voortgaande dood geeft zo’n strijd in het leven van Gods kinderen. Ze moeten inleven dat ze de dood hebben verdiend. En ze hebben niets om aan de schuld te voldoen. De oude adamsnatuur dragen ze met zich mee als een ‘lichaam des doods’ (Rom. 7:24). Maar het is Pasen geweest. Christus is ook Eersteling geworden, maar dan van degenen die worden opgewekt. Alle mensen moeten Adam volgen in de dood. Evenzo moeten al Gods kinderen Christus volgen in Zijn leven. Dat kan niet anders. Laat elke begrafenis ons temeer doen uitzien naar de opstanding!
Vervolgens legt Paulus een verband met Christus’ koningschap (vers 24-28, zie ook Psalm 110:1). De uiteindelijke wederopstanding wordt uitgesteld, omdat Hij al Zijn vijanden moet onderwerpen. Zijn koningschap is nu dus al werkelijkheid.
Kom, lezer, kent u iets van de koninklijke almacht waarmee Hij hoogmoedige zondaren te sterk wordt? Is Zijn koninklijke genadeheerschappij gebleken, toen Hij de banden van bestrijding en ongeloof verbrak? Zo zeker is Hij Koning. Zo zeker zal Hij straks Zijn Koninkrijk vestigen in volkomenheid.
De uitdrukking ‘voor de doden gedoopt worden’ is niet eenvoudig (vers 29). Zonder geloof in de wederopstanding moeten mensen gehouden worden ‘voor doden’. Wat heeft de Heilige Doop dan voor zin? Maar het verbond dat God met Christus sloot, is een eeuwig verbond. Hij liet het aan het lichaam verzegelen (besnijdenis of doop). Gods kinderen zullen eeuwig in het lichaam mogen beleven en bewonderen wat dit verbond voor hen betekent.
Persoonlijke zaak
De opstanding is echt en zeker. Christus is de Eersteling, de doop is aan het lichaam ontvangen en Christus heerst reeds als Koning. Maar, lezer: het is één van tweeën.
‘En velen van die, die in het stof der aarde slapen, zullen ontwaken, dezen ten eeuwigen leven, en genen tot versmaadheden, en tot eeuwige afgrijzing’ (Dan. 12:2) Wat zal het u zwaar vallen als u nu geen acht geeft op de grote genade. Kom, val deze Koning te voet. U kunt zo dood niet zijn in misdaden en zonden, of in Hem is leven en gerechtigheid. Bij Hem zijn uitkomsten, zelfs tegen de dood.
Paulus wordt persoonlijk (vers 30-34). Hoe is het als God tot dit nieuwe leven opwekt? Dan krijgen we een stervend leven. Dat is in het begin, als je zo de breuk beleven moet tussen de Heere en je hart. En als je met al je goede werken en gestalten je niet aangenaam kunt maken voor Jezus. Het is ook later nog zo. Als je met alles wat je van Jezus mocht zien en zelfs genieten, de dood in moet. Zo is het ook in de heiligmaking. De oude mens moet in het graf om daar eeuwig te blijven.
Wat is Gods bedoeling met deze levensleiding? Om te laten weten dat Jezus het fundament gelegd heeft in de diepte van de dood. En het ligt vast. Want Jezus leeft. Hij staat in voor het nieuwe levensbeginsel dat uit Hem is. Zo zeker als u hier met tranen zaait, zo zeker zult u juichen als u vruchten maait. Want de levende Jezus staat gereed om terug te komen. Hij staat gereed om al de Zijnen op te wekken in Zijn eeuwige heerlijkheid.
(wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 2020
De Saambinder | 16 Pagina's
