Twee stenen tafelen
Er wordt altijd gezegd dat de eerste tafel van Gods wet met vier geboden gericht is op God en de tweede tafel met zes geboden op de naaste. Nu is dat een mooie en begrijpelijke gedachte, maar de stelligheid hiervan (zonder een bewijs uit Gods Woord) zou toch achterwege moeten blijven?
Tien woorden
Inderdaad moeten we over alles wat ons de Heere niet nadrukkelijk heeft geopenbaard met wijsheid en voorzichtigheid spreken. Graag spreken we Calvijn (1509-1564) na, die in zijn “Institutie” (vertaling dr. C.A. de Niet) schrijft: ‘Het is ook niet verkeerd om te bestuderen hoe de geboden ingedeeld zijn, als men maar bedenkt dat dit een zaak is van dien aard dat iedereen ervan mag denken wat men wil en dat men er geen ruzie over moet gaan zoeken met iemand die een andere mening toegedaan is. Wij moeten echter dit onderwerp wel even aan de orde stellen, om te voorkomen dat lezers gaan lachen of zich verwonderen over de indeling die wij nog zullen geven, alsof die nieuw en kort geleden bedacht zou zijn. Het is buiten kijf dat de Wet onderverdeeld is in tien woorden, want dit wordt meer dan eens bevestigd op gezag van God Zelf. Verschil van inzicht bestaat er dan ook niet over het aantal, maar over de wijze van indelen’ (Boek 2, 8-12). Na deze woorden, die de vraagsteller dus in het gelijk stellen, legt de grote reformator mogelijkheden voor die in de geschiedenis van Gods Kerk aanhang kregen. Zelf kiest hij nadrukkelijk voor de indeling in vier geboden op de eerste tafel en zes geboden op de tweede. Op deze manier meent hij dat de ‘dienst van God en de naastenliefde’ vanuit Jezus’ woorden het meest tot hun recht komen.
Jezus’ woorden
Ook onze Heidelberger spreekt over deze verdeling in Zondag 34: ‘Hoe worden deze tien geboden gedeeld? In twee tafelen; waarvan de eerste leert hoe wij ons jegens God zullen houden; de andere, wat wij onzen naaste schuldig zijn’. De tekstverwijzing bij vraag 93 is naar de woorden van Jezus: ‘En Jezus zeide tot hem: Gij zult liefhebben den Heere uw God met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand.
Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede, aan dit gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven. Aan deze twee geboden hangt de ganse Wet en de Profeten’.
In dat spoor is de genoemde indeling wel voor de hand liggend. Eerst de eer van de ene ware God, de dienst van God, Zijn Naam en Zijn dag en dan de geboden gericht op het schepsel van God.
Ten slotte, lezer(es), is het u ook al eens opgevallen dat er nergens in de Bijbel gesproken wordt over tien ‘geboden’? Alle keren lezen we over de tien ‘woorden’. In Exodus 34 vers 28b lezen we over Mozes op de berg en de gave van de wet: ‘En hij was aldaar met den HEERE veertig dagen en veertig nachten; hij at geen brood en hij dronk geen water; en Hij schreef op de tafelen de woorden des verbonds, de tien woorden’. Maar veel dringender komt tot ons de vraag of we met de dichter van Psalm 119 (vers 97) in waarheid kunnen spreken: ‘Hoe lief heb ik Uw wet! Zij is mijn betrachting den gansen dag’.
Heb jij/hebt u ook een vraag?
Mogelijke vragen over onderwerpen binnen de doelstelling van De Saambinder kun jij/kunt u mailen naar ds. B. Labee of hem per post toezenden (zie colofon). Er volgt -zo mogelijkaltijd een reactie. Echter alleen als de redactie het waardevol acht voor de lezers, volgt een antwoord op jouw/uw vraag in een nummer van De Saambinder. Graag wel wat geduld. Er liggen nog tientallen vragen op een reactie te wachten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 september 2023
De Saambinder | 20 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 september 2023
De Saambinder | 20 Pagina's