Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Ds. Labee over: Nodiging en vertwijfeling

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ds. Labee over: Nodiging en vertwijfeling

4 minuten leestijd Arcering uitzetten

Het tweede gedeelte uit Lukas 14 vers 17 wordt vaak gebruikt bij de bediening van het Heilig Avondmaal. Maar vergeten we dan het tekstverband? Is het Avondmaal alléén bestemd voor geoefende, bevestigde kinderen van God?

Nodiging

Hoewel het pijn doet om in deze donkere tijd - waarin het heilige sacrament nog niet bediend kan worden - hierover te schrijven, willen we beide vraagstellers toch proberen een antwoord te geven. De eerste vraagsteller doelt op het laatste stukje uit deze Bijbeltekst: ‘En hij zond zijn dienstknecht uit ter ure des avondmaals, om den genoden te zeggen: Komt, want alle dingen zijn nu gereed’. Deze laatste woorden worden inderdaad vaak gesproken bij de nodiging van de ware disgenoten. Maar de opmerking is terecht dat dit letterlijk niet in het eigenlijke verband zo staat. Op die nodiging kwam namelijk niemand tot de aangerichte maaltijd. De kanttekening (5) schrijft in het parallelgedeelte uit Mattheüs 22 dat we onder die ‘genoden’ allereerst de Joden moeten verstaan die uitwendig tot de zaligheid in Christus geroepen worden. Kortom, we kunnen deze woorden best gebruiken bij de Avondmaalsnodiging, want het gaat om de doorleving van Gods eenzijdige genade in Christus, maar we maken de woorden dan wel enigszins los van de oorspronkelijke context. Waakzaamheid is wel geboden! De nauwkeurige Bijbellezer zal dat niet ontgaan. Als we de kanttekening gebruiken of de Bijbel met uitleg, blijkt dat meer uitdrukkingen soms een wat andere klank hebben gekregen...

Vertwijfeling

De andere vraagsteller tobt erover dat het Heilig Avondmaal alléén lijkt te zijn voor geoefende, bevestigde kinderen des Heeren. Is zelfs het formulier om het Heilig Avondmaal te bedienen niet te stellig in het tweede stuk van de beproeving? Zouden ‘kleinmoedigen’ daardoor niet wegblijven?

Laten we vooropstellen dat we moeten oppassen teveel bezig te zijn met de vraag hoe we aan de Avondmaalstafel komen. De allereerste levensvraag, waar we nooit genoeg mee bezig kunnen zijn is, of we iets kennen van de waarachtige bekering. Vervolgens zal de Heere - op Zijn tijd - de Zijnen brengen aan Zijn tafel. Er kan een tijd zijn dat er een betrekking komt op de tekenen van Christus Middelaarsliefde, maar dat we ‘vastzitten’ in de bank. Maar als de Heere zaligmakend werkt, komt er ook een tijd dat we ‘ten dis geleid’ worden.

Tegelijk moeten we eerlijk zeggen dat de drie zaken van de waarachtige beproeving nadrukkelijk proberen te toetsen of mensen niet op wat gevoelswerk of verstandelijke beschouwing toetreden tot de heilige dis. Een mens kan zichzelf zo makkelijk bedriegen en onze vaderen wilden eerlijk met zielen handelen. Daarom spreken ze ronduit over dat mishagen, dat ware geloof en dat leven in liefde tot de naaste. Als het gaat om dat tweede stuk (van de zelfbeproeving) ligt de lat echt niet te hoog. Als het recht ligt, is er kennis van eigen blindheid maar ook enige kennis van de Borg. Omdat de blinde zielsogen geopend zijn voor zonden en vervloeking, maar evenzeer voor het enige Middel en de Zaligmaker van zondaren om met God verzoend te worden. En het kleinste geloof richt zich op Christus en dat geeft zekerheid zelfs aan gelovigen die zwak van moed en klein van krachten zijn.

Lezer(es), mist u dat? Het is nog het heden der genade en heb dan geen rust in heel veel wat de grond niet kan zijn voor uw ziel op reis naar de eeuwigheid.

Ten slotte, het formulier heeft nadrukkelijk oog voor tobbende zielen. We denken aan de zinsnede: ‘Maar dit wordt ons, geliefde broeders en zusters, niet voorgehouden om de verslagen harten der gelovigen kleinmoedig te maken (...)’. Of deze woorden: ‘aangezien wij ons leven buiten onszelf in Jezus Christus zoeken, zo bekennen wij daarmee dat wij midden in de dood liggen’. Verder wordt er gesproken over ‘vele gebreken en ellendigheid’, ‘hongerige en dorstige zielen’ en ‘bezwaarde en verslagen harten’. De Heere geve dat het sacrament weer bediend mag worden, Zijn kinderen ten dis geleid mogen worden en versterkt in het door Gods Geest gewerkte geloof.

Dit artikel werd u aangeboden door: De Saambinder

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 2020

De Saambinder | 24 Pagina's

Ds. Labee over: Nodiging en vertwijfeling

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 2020

De Saambinder | 24 Pagina's