Een bosje voor het nietsdoen
Kasteel Beloeil van prins de Ligne geeft geschiedenis België kleur
De regio's Wallonië en Brussel laten toeristen dit jaar bladeren in het grote boek van hun verleden. Allerlei kastelen, kathedralen, abdijen en slagvelden schreven die geschiedenis, die nu nieuw leven wordt ingeblazen. Ook Château de Beloeil rolt gastvrij de loper uit. De residentie van het eeuwenoude prinselijk geslacht de Ligne ontwikkelde zich van een oncomfortabele, middeleeuwse vesting tot een luisterrijk lustslot. Een haast protocollair geregelde rondgang door een van de mooiste kastelen van België.
Met Roger beschikt de dertiende prins van Ligne zowel over een toegewijde knecht als over een vermakelijke gids. De gewezen conciërge, die al 45 jaren van zijn leven op kasteel Beloeil hand- en spandiensten verleent, mist de uitstraling van een knappe ridder (sommigen in het gezelschap fluisteren iets over zijn gebit...), maar z'n optreden heeft iets aandoenlijks. Met overdreven Vlaamse volzinnen weet hij de aandacht te vangen, ja eist hij die soms dwingend op: "Goed luisteren en in het gedacht nemen." De manier waarop de man woorden eindigend op "lijk" uitspreekt, doet op menig gezicht een lach krullen.
Diplomaten
Hoewel het château de familie de Ligne nog steeds onderdak biedt, is een tiental salons en rijkelijk versierde kamers toegankelijk voor publiek. De ontvangst is warm, maar het wintergetijde doet ons rillerig Roger van het ene kille woonvertrek naar het andere volgen. Hoge stookkosten laten alleen de waakvlam van de kasteelkachel flikkeren en doen behaaglijker temperaturen de das om. Tegelijkertijd smelten bezitterige neigingen als sneeuw voor de zon. M'n bewondering voor het streven van de huidige eigenaar om dit cultuurbezit koste wat het kost in stand te houden, groeit evenredig. Prins Antoine de Ligne (76), niet te verwarren met wijlen Prince de Lignac, de excentrieke Nederlandse multimiljonair Abraham van Leeuwen, kan bogen op een oud voorgeslacht. Z'n wortels voeren terug tot het jaar 1090. De wieg van de Lignes stond oorspronkelijk in het dorpje Ligne, 8 kilometer kuieren van Beloeil. In 1394 erfde deze Belgische familie niet alleen een burcht, maar ook de stad en omliggende landerijen. Nazaten verwierven daarnaast de reputatie van "mannen van eer". Als diplomaten en militairen schoven ze met het grootste gemak over het Europese schaakbord en kwamen ze bij Franse koningen, Habsburgse keizers en Bourgondische hertogen over de vloer. Zo zond de koning van Spanje prins Claude-Lamoral I de Ligne in 1660 naar Londen om Karel II te feliciteren met zijn (tweede) troonsbestijging. Deze gezant was overigens zelf een poosje onderkoning van Sicilië.
Hemelbed
Dat vermogende kennissen de Lignes af en toe een aardigheidje toestopten, blijkt uit de aankleding van het kasteel. Brusselse wandtapijten, kastjes in coromandellakwerk, een pendule uit Siberië, blauw Chinees porselein, Delfts aardewerk en een weelderig hemelbed, verguld en bekleed met Genuees fluweel, komen in beeld. Roger schudt de namen van gulle gevers zo uit zijn mouw, pruttelt verder over Madame de Pompadour, de slag bij Geldenaken en Meissner porselein... Al deze kostbaarheden ontsnapten aan de vuurzee die het hoofdgebouw in 1900 volledig in de as legde. De dorpelingen van Beloeil snelden te hulp en redden meubilair en kunstvoorwerpen van de vlammen. Een Britse "nanny" trok zelfs haar jurk uit, wikkelde daarin kostbare boeken en kieperde het bundeltje zo naar buiten. Roger: "Formidabel, nietwaar?" Zes jaar later herrees het kasteel in volle glorie.
Zeldzame boeken
De bibliotheek met haar krakende eiken vloer is een juweel op zich. Ruim 20.000 boekruggen staan keurig in het gelid, waaronder die van kostbare en zeldzame manuscripten. Boeken over krijgskunst, geschiedenis en geografie verraden de interesse van de verzamelaars. De in roze leer gebonden werken van veldmaarschalk Charles-Joseph de Ligne kregen een apart kamertje. Deze telg gaf het kasteel zijn huidige gezicht en kon behalve het zwaard ook de ganzenveer zwierig hanteren. Hij staat te boek als de beroemdste Belgische schrijver van de achttiende eeuw. Maar liefst 34 kloeke delen bundelen zijn herinneringen, bijvoorbeeld over zijn moeder: "Je kon ze bezwaarlijk een schoonheid noemen." Ook toen Napoleon Bonaparte het landgoed in beslag nam en de zevende prins naar Wenen moest uitwijken, vertrouwde hij zijn diepste verlangens aan het papier toe: "Roep ik die avonden in gedachten terug, en blijkt de maan dan over het slot te waken, dan schiet mij het gemoed vol." Aan de vooravond van Waterloo, 13 december 1814, overleed de maarschalk. Zestien jaar later weigerde zijn kleinzoon Eugène de hem aangeboden Belgische koningstroon. Waarom? Roger wrijft z'n hand langs de kin. "Ik mag niet te veel spreken uit het private leven van de familie. Laat ik er dit van zeggen: wegens politieke redenen."
Kabelliftje
Het imposante slot wordt al acht eeuwen lang omgeven door een gracht. De grandeur van het achterliggende park onttrekt zich aan onze ogen, want de avond heeft inmiddels een duistere deken over de omgeving gelegd. Normaal nodigt het uitgestrekte landschap uit tot urenlang wandelen. Je ontdekt dan paden en dreven, grote en kleine waterpartijen, weidse gazons, onverwachte prieeltjes en trotse warandes met bomen en struiken. Een prachtplek om een lakei met witte handschoenen een kopje thee te laten inschenken. Claude-Lamoral II, de zesde prins, zette de Franse tuinarchitect Jean-Michel Chevotet in de achttiende eeuw aan het werk. Diens ingrepen gaven Beloeil de allure van het Versailles van België. Veldmaarschalk Charles-Joseph voegde enkele "luchtige fantasietjes" toe, zoals een "rieu d'amour" (minnewatertje), een bosje "voor het nietsdoen" en eentje "voor de zielenrust." Met zijn "eiland van Flora" gaf hij het landgoed een Engels tintje. Tussen zijn slaapkamer en het tuinpaviljoen liet de aristocraat een kabelliftje aanbrengen, zodat hij de afstand zittend kon overbruggen. Op een lyrisch moment doopte de zevende prins van Ligne z'n veer in de inktpot en schreef: "Het park van Beloeil moet je eigenlijk op een vroege herfstavond ondergaan, wanneer de mist uit de weiden en slotgrachten opklimt, een blad langzaam naar de aarde dwarrelt, een vogel roept, (...) en op de rand van de horizon Neptunus een roze tint krijgt in de avondzon." Een gouden tip.
Domein van Beloeil: tussen 15 mei en 15 september dagelijks geopend van 10.00 tot 18.00 uur. Toegangsprijs: volwassenen 5 euro, kinderen tot 12 jaar, 65-plussers en gehandicapten 3,50 euro.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 januari 2002
Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 januari 2002
Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's