Benschop en Lopik waren afhankelijk van LTsselstein
Eigen ontwikkeling in polder Lopikerivaard
* BENSCHOP — Over de eerste greschiedenis van het eiflreniyke polderlandschap van de Loplkerwaard is niet veel bekend. Een grootscheepse ontginningr van het gebied tussen de Lek en de IJssel Is omstreeks de 11e en 18e eeuw ten uitvoer gebracht. p Het stuk woesteny dat een zekere Benno of Benne voor ontginning kreeg toegewezen, werd later Benschop. Lopik, vroeger ook wel Lobeke, Loopw^c of Lopec genoemd, gaat in de richting van: waterloop in een moerassig of bosachtig gebied.
De ontginning werd ten uitvoer gebracht met weinig meer dan eenvoudig graafgereedschap, gehanteerd door lieden uit andere streken, die men als immigranten kon beschouwen. Zij veranderden de woestenij in een vruchtbare landstreek met een stelsel van dijken en sloten, dat vanuit de lucht gezien een lijnenpatroon vormt. Het meest kenmerkende is namelijk dat men vanaf de dijken begon het landschap in te richten in smalle kavels van 1260 meter diep. Aan de andere kant van de polder deden de boeren hetzelfde.
Het noordelijke gebied heeft zich altijd op Gouda georiënteerd, terwijl het zuidelijke gedeelte van de polder afhankelijk was van IJsselstein. De twee belangrijkste gebieden in het zuidelijke gedeelte worden gevormd door het grondgebied van de gemeenten Lopik en Benschop. Lopik bestaat uit 3 kerkdorpen (Lopik, Jaarsveld en Willige Langerak) en de Rooms-katholieke enclave Cabauw.
Verbindingen
De dijken en kaden, aangelegd als waterkeringen, kregen na verloop van tijd een grote betekenis voor het verkeer. Tot na de Tweede Wereldoorlog zijn de oude Karakteristiek gezicht in de Lopikerwaard. waterkeringen vrijwel uitsluitend de basis geweest voor het wegennet in de Loplkerwaard. Dit verklaart ook gedeeltelijk de verschillende ontwikkeling van de gebieden. Zo hebben Lopik en Benschop aan de ene kant, en Montfoort en Oudewater aan de andere kant, nooit iets met elkaar te maken gehad doordat er geen onderlingre verbindingswegen bestonden.
Ten behoeve van de waterhuishouding werd het ontgonnen gebied verdeeld in een betrekkelijk groot aantal polders, die evenals de dorpen de zaken onder een eigen naam en bestuur op „peil" hielden. Vooral in de begintijd was dit geen gemakkelijke aangelegenheid, doch na invoering van de bemaling met behulp van watermolens (16e eeuw) ging het allemaal wat beter. De toepassing van de atoommachine (later elektrische motoren) waarborgde pas goed een redelijke waterstand gedurende het gehele_ jaar. Dat er op dit gebied nog bezwaren en wensen leven, blijkt uit de vergaande plannen die voor wat betreft de waterhuishouding in de Loplkerwaard in voorbereiding zijn.
Kerkdorpjes
Kerkelijke grenzen ontstonden door de stichting van parochies rond Lopik, Jaarsveld en Willige Langerak gebouwde kerken. Omdat deze drie kerken in het. nogal uitgestrekte gebied niet voldoende waren, verrezen in de middeleeuwen twee' kapellen, één te Cabauw en de andere in Sevenhoven, beide behorende tot de kerk van Lopik. Het waren dus Lopiker kapellen, welke naam men in het oosteinde van de parochie zó aangenaam van klank vond dat de gehele buurtschap ernaar werd genoemd ten koste van de naam Sevenhoven. Rond de middeleeuwse kerken ontstonden dorpskommen, waar tevens het rechthuis, de school en de dorpsherberg waren gevestigd.
Na de kerkelijke hervorming in de 16e eeuw was voor de Rooms-katholieken geen kerk meer beschikbaai'. Ongeveer drie eeuwen geleden stichtten zij dan ook een (schuil)kerk te Cabauw.
Omstreeks 1910 hadden de toen nog zelfstandige dorpen Jaarsveld, Lopik en Willige Ltmgerak samen ongeveer 4000 inwoners. De huidige gemeente Lopik, met ongeveer hetzelfde grondgebied, heeft er slechts enkele duizenden meer^ wat bewijst dat een dynamische ontwikkeling is uitgebleven.
„Middenstand"
In die tijd klaagde men over het isolement waarin de dorpen verkeerdei^. De verbindingswegen met andere streken waren zeer beperkt. Van het verkeer te water werd nog veel gebruik gemaakt. Van de bewoners hoorde men zeggen dat te Lopik en Willige Langerak een belangrijk deel behoorde tot de welvarende boeren en de gegoede arbeidersstand ,en dai te Jaarsveld vooral de arbeidende klasse de meerderheid uitmaakte.
In de dorpen bestond de middenstand uit: timmerlieden (11), metselaars (79), huisschilders (5), klompenmakers (6), kuiper, kleermakers (8), naaisters (8), schoenmakers (10), smeden (6), wagenmaker, meelmolenaars (2), bakkers (11), winkeliers in koloniale waren (20), mandenmakers (3), rietdekkers (3), manufacturiers (8), handelaren in huishoudelijke , artikelen (7), .handelaren in teen en fruit (21) en kooplieden in vee (9); een veelzeggend beeld van een „middenstand" die niet bij voorbaat in de hoek van de ruimere verdiensten zat.
Hennep
Behalve de kerkdorpen van de gemeente Lopik maakte het dorp Benschop een eigen ontwikkeling mee. In vroeger tijden was hier in de omgeving veel vlas- en hennepteelt. Bij boerderij 227 vindt men nog een overblijfsel van een vlashuis en nog steeds noemen de boeren de sloten achter him boerderij „de root" als herinnering aan het roten van vlas. Er zijn in Benschop vele hofsteden, oud en modem.
Benschop behoorde vroeger tot de baronie van IJsselstein. Aan de inwoners, die koren verbouwden, was het al in de 16e eeuw verboden om van een korenmolen gebruik te maken, die niet tot deze baronie behoorde. Tot aan het begin van de 16e eeuw kon men dan ook in de nabijheid van de kerk een roskorenmolen aantreffen. Nadat deze was afgebroken werd er één (Van ome streekredactie) Tussen de Hollandse IJssel en de I Lek, met aan de ene kant de stedelijke ! I agglomeratie van Utrecht/Nieuwegein » I en aan de andere kant Oouda, ligt de I I Loplkerwaard. | I Hoewel dit gebied een eenheid lijkt, I zijn het noordelijk en bet zuidelijk ge- • deelte historisch volkomen verschillend j j tot ontwikkeling gekomen. ' I We hebben ons daarom beperkt tot i I het zuidelijk gedeelte, de gemeenten | I Polsbroek, Benschop, IJsselstein en | I Lopik, en getracht enige facetten van • I dit gebied weer te geven. Informatie • I over de historie van de Loplkerwaard j I kregen we van de heer J. O. M. Boon, ' I archivaris van het streekarchief. I bij de Polsbroekerdam gebouwd, die in 1923 door slopershanden zijn einde vond.
Rampen
Bij oorlogsgeweld en natuurrampen had vooral een plattelandsgemeente als Benschop het zeer moeilijk. Hoewel er bijna geen gegevens over bekend zijn hebben de Benschopse onderdanen bijzonder te lijden gehad van de vele twisten en oorlogen in de 15e eeuw. In september van het jaar 1481 staken Utrechtse ruiters en burgers ongeveer 70 huizen in brand, terwijl enkele maanden daarna de toen nog overeind staande huizen voor vernietiging gespaard bleven dank zij de betaling van brandschattingen aan de plunderende troepen. Wat ook bijzonder veel schade berokkende aan de landerijen in Benschop, maar eveneens in Lopik, zijn de talloze watervloeden ten gevolge van dijkbreuken. De Benschopse polder stond na de dijkdoorbraak van 1673 zeker tot 1676 onder water, terwijl een eeuw later tijdens de oorlog met Frankrijk het land voor een bijna gelijke periode door water was bedekt.
Herman de Man
Het voorafgaande was maar een g^reep uit de historie van de gemeente Lopik en Benschop, slechts bedoeld om enigszins een indruk te geven van het ontstaan van de karakteristieke dorpjes.
Ook Benschop en Lopik zijn veranderd onder invloed van de welvaart die afstanden korter maakt, de mentaliteit van de bevolking verandert en de oude folklore doet uitsterven. Het oude landschap is echt-i* nog vrijwel geheel intact en doet direct denken aan de beschrijvingen van Herman de Man, die deze streken heeft gekend en beschreven als geen ander voor hem.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 mei 1977
Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 mei 1977
Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's