De kunst van het verpakken
Steven van der Gaauw: Een tekst waar ik niet achter sta, kan ik ook niet vormgeven
Steven van der Gaauw voelt zich een dichter onder de vormgevers. Wie hem hoort vertellen over de buitenkant van het boek, ontdekt een nieuwe wereld, waarin lijnen en kleuren, letters en vlakverdelingen de dienst uitmaken. Zijn persoonlijke zorg gaat soms zo ver, dat hij aan een hele oplage met de hand een boekenlegger toevoegt of een stempeltje meegeeft. Steven blijft een ambachtsman.
Voor de derde keer is een product van Steven van der Gaauw (40) bekroond als een van "De vijftig best vormgegeven boeken" van het jaar. Volgende week, op 17 september, krijgt hij de bijbehorende oorkonde uitgereikt. De vormgever is er blij mee: "Zo'n prijs is niet onbelangrijk: je krijgt er meer opdrachten door. De vorige keren ging het om boeken waar ik niet op álle onderdelen -het formaat, het papier, de letters, de manier van inbinden, het zetwerk, de kleuren- verantwoordelijk was voor de vormgeving. Nu wél".
De 57 best vormgegeven boeken van het jaar -niet altijd houdt de jury zich aan het exacte aantal van 50- zijn vanaf 17 september in het Amsterdamse Stedelijk Museum te bezichtigen. Een maand later verhuist de tentoonstelling naar de Frankfurter Buchmesse, waarna uiteindelijk in Leipzig het mooiste boek ter wereld uitgekozen wordt. "Dat is natuurlijk te gek om van te praten, met al die verschillende culturen. Hoe kun je die ooit vergelijken? Ik vind het nogal pretentieus om het best verzorgde boek ter wereld te willen kiezen".
Het bekroonde boek ligt op zijn werktafel: "Alles is werkelijk hier", gedichten van Eva Gerlach bij foto's van Vojta Dukát. Met de dichteres heeft Van der Gaauw nauw samengewerkt: "Ik ben niet alleen gespitst op het product, ook het meedenkproces vind ik belangrijk. Al wijs ik hun ideeën soms af, ik ben blij met auteurs die actief betrokken zijn bij de vormgeving. De dichter, de drukker, de lithograaf en de fotograaf hebben allemaal heel hard aan dit boek gewerkt, daarom is het zo leuk dat het bekroond is".
Evangelisatiefolders
De boekenkast in zijn werkkamer staat vol met eigen producten. Van der Gaauw is er de persoon niet naar om te schermen met grote namen, maar een feit is dat hij de verpakking leverde voor het werk van tal van belangrijke auteurs: Gerrit Komrij, Jeroen Brouwers, Herman de Coninck, Tessa de Loo, Adriaan van Dis - om er maar een paar te noemen. Met evenveel liefde steekt de vormgever echter onbetaalde tijd in een extra mooi boekje voor een christenauteur, of maakt hij evangelisatiefolders voor de kerk. "Ik heb jaren in het evangelisatiewerk gezeten. Vroeger deelden we folders uit: "De Gereformeerde Kerken vrijgemaakt in Nederland. Bij een eerste kennismaking". Als je dat doet, vind ik dat je de mensen geen vodje moet geven, je moet een mooi boekje maken, met tekeningen erin, met een banderol vol met adressen van kerken".
Overal verspreid liggen de ontwerpen waaraan hij bezig is: een affiche voor het Letterkundig Museum met het bijbehorende Schrijversprentenboek over Miep Diekmann, het omslag van de C. S. Lewis-bundel die dit najaar bij uitgeverij Van Wijnen verschijnt, de dichtbundel "Staphorst" van Koos Geerds, net terug van de drukker. "Morgen gaan mijn vrouw en ik de hele dag besteden aan het toevoegen van de boekenlegger, in blauwe Staphorster stof. De een doet de boekjes open bij het gedicht waarin "het blauw van hemel" voorkomt, de ander schuift de lapjes stof erin. Misschien maak je mensen zo extra attent op die regel die uiteindelijk naar God verwijst".
Het ene boek na het andere haalt Van der Gaauw tevoorschijn: de net verschenen Escher-biografie van Wim Hazeu, het prentenboek "Bas, ga je mee?", uitgaafjes ter gelegenheid van de uitreiking van de P. C. Hooftprijs of de C. Rijnsdorpprijs, Van Dale's relatiegeschenk, de kinderverhalen van Isaac Bashevis Singer, het christelijk-literaire tijdschrift Liter en vooral veel dichtbundels. "Gedichten, daar heb ik iets mee. Ik ga mezelf ook steeds meer een poëet als vormgever voelen. Met heel weinig middelen wil ik iets neerzetten. Dat betekent schrappen. Sommige dichters beginnen met 35 regels en houden er uiteindelijk drie over. Zo werk ik ook. Ik houd van eenvoud, soberheid".
Kunstacademie
Van der Gaauw heeft negen jaar in de zwakzinnigenzorg gewerkt. "Daar heb ik heel veel geleerd: met beide benen op de grond staan, eenvoudig, oprecht, eerlijk zijn. De mensen die je verzorgt, hebben niets te verbergen. Alles is zichtbaar. Het directe contact met die mensen vond ik leuk, maar ik zag me nog niet tot mijn pensioen hetzelfde werk doen. Een managementfunctie ambieerde ik niet. De kunstacademie, dat had ik altijd graag gewild, maar ik voelde me te dom. Yvonne, mijn vrouw, heeft de knoop doorgehakt. Zij zei: "Straks ben je 40, en dan wil ik niet horen: Hád ik maar..." Na mijn opleiding heb ik een tijdlang bij een ontwerpbureau gewerkt, waar ik heel veel ervaring heb opgedaan. Sinds een jaar of zes werk ik zelfstandig als freelance vormgever.
Toen ik naar de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag -bekend om zijn typografische kwaliteiten- ging, kreeg ik het advies de grafisch-illustratieve kant op te gaan. Daarin ben ik alleen maar bevestigd. Illustreren doe ik nog maar weinig. Je kunt niet alles, je gaat je steeds meer specialiseren. Als je veel boeken maakt, zie je dat je werk op dat ene terrein steeds krachtiger wordt. Bovendien: ik kan vaak met topillustratoren werken - ik hoef die tekeningen niet zo nodig zelf te maken. Een omslag met letters is ook illustratief. Het speelse element zie je in bijna al m'n werk terug. Ik wil iets persoonlijks maken, dat is de kunstenaar in me. Zo'n boek wordt bijna míjn boek. Een tekst waar ik niet achter sta, kan ik ook niet vormgeven".
De uitgever die de opdracht verstrekt, houdt daar al enigszins rekening mee, maar soms gebeurt het toch dat de vormgever er absoluut niets in ziet. "Laatst kreeg ik een boek waarvan ik de titel en de ondertitel -van die tuttige, zware titels- allebei niet begreep. Daar kan ik dan niets mee. Een ander probleem is dat bij De Arbeiderspers -mijn grootste opdrachtgever- ook boeken verschijnen waar ik als christen niet achter sta. Ik wil er dus ook niet aan meewerken. Mensen maken er wel eens grapjes over, maar respecteren mijn houding daarin".
Christelijke literatuur
Verwonderlijk is het dus niet dat de christelijk-literaire wereld Steven van der Gaauw weet te vinden. Eigenlijk is hij door Hans Werkman ontdekt. De vormgeving van Woordwerk nam hij al voor zijn rekening voordat de diverse uitgeverijen een beroep op hem gingen doen. De bundels stapelen zich op: Guillaume van der Graft, Koos Geerds, Harmen Wind, Lenze Bouwers, Ria Borkent. Het omslag van "Gaatjes in mijn oren" vertoont échte gaatjes in een enorme letter O, half op het voorplat, half op het achterplat: twee oren. De illustratie voor "Sst, ik ga bidden" van Lenze Bouwers -een kindertekening- is gemaakt door de dochter van Van der Gaauw, Sarah.
"Ik doe niet veel voor uitgeverij Kok, maar Lenze Bouwers had gevraagd of ik de vormgeving mocht doen. Niet alle verzoeken van auteurs worden overigens gehonoreerd - een uitgever heeft uiteraard te maken met het bedrag dat hij aan de vormgeving wil besteden. Van uitgeverij Groen krijg ik regelmatig een opdracht, ik verzorg de Donum-Reeks van het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlandse protestantisme en ik zit in de redactie van Liter".
Elke aflevering van het christelijk-literaire tijdschrift krijgt zijn eigen omslag. Vooral het tweede nummer viel op: een buitenkant met alleen maar ijsvogels, wit afstekend in het blauw. Zelfs de naam van het tijdschrift staat niet op het omslag. Van der Gaauw: "Zo'n ontwerp voor Liter ontstaat langzamerhand. Ik ben kunstenaar, vormgever, maar geen schepper. Er is maar één Schepper, dat is God. Wij mensen maken gebruik van het aanwezige. In dat proces gebeuren dingen, veranderen dingen. Toen ik het werk van Hans Waanders zag -hij maakt al jarenlang alleen kunst met ijsvogels- vond ik het zo prachtig dat ik dacht: Ik ga hier niet met letters overheen. Dus ontstond het idee van een banderol, waarop ik tekst kwijt kon. Omdat alles wat ik van Hans Waanders kreeg vol stempels zat, stelde ik hem voor dat we zo'n stempel mee zouden drukken. Dat wilde hij niet, dat moest met de hand gebeuren - en zodoende heeft hij hier een hele dag zo'n twaalfhonderd exemplaren van de Liter-banderol zitten stempelen. Als je ze goed bekijkt, zie je dat ze allemaal verschillend zijn. De lijntjes zijn dun of dik, dat hangt ervan af hoe je het stempel vasthoudt. Je kunt zíén dat het geen reproductie is, net als je dat bij een schilderij kunt zien. Daarna hebben verschillende mensen meegeholpen de bandjes om de kaft te vouwen".
Prestige
Conflicten met auteurs komen voor, al is het niet vaak. Van der Gaauw heeft een voorbeeld bij de hand: "Op het moment ben ik bezig met het "Verzameld werk" van Herman de Coninck, die vorig jaar overleden is. De vrouw van de dichter, Kristien Hemmerechts, schrok van de kleuren van de beide omslagen. Ik probeer haar nu uit te leggen dat ik niet zomaar wat bij elkaar gezocht heb. Dit omslag is met liefde gemaakt: ik heb grote waardering voor het werk van Herman de Coninck. Maar als zij het afschuwelijk blijft vinden, dram ik niet door. Ik probeer wel te vechten voor m'n eigen product, maar als het moet, pas ik me een beetje aan".
Het ontwerp voor "Een deken van herinnering" van Adriaan van Dis zag er aanvankelijk anders uit dan het uiteindelijke resultaat. Uit een doosje vol afdrukken van omslagen -materiaal voor een ooit nog eens te verschijnen boekje over Van der Gaauws werk- komt het oorspronkelijke ontwerp tevoorschijn. "De redacteur van de uitgeverij zei meteen: "O! Als Adriaan dát ziet!" Ik heb de woorden dus anders over het vlak verdeeld. Maar andersom kan het ook. Omdat ik een foto op het omslag wilde, kortte Herman de Coninck de titel van zijn bundel, "Vingerafdrukken op het venster", in tot "Vingerafdrukken"".
Voor de verkoop van een boek is de buitenkant niet altijd doorslaggevend. "Ary Langbroek van uitgeverij Querido kon daar een mooi voorbeeld van geven. Met het omslag van Bernlefs "Hersenschimmen" was iets fout gegaan, maar juist dat boek is heel veel verkocht. Dat er aandacht wordt besteed aan vormgeving, heeft onder meer te maken met het prestige van de uitgeverij. De Arbeiderspers heeft een mooi poëziefonds - terwijl er aan poëzie niet veel verdiend wordt. Een dichtbundel heeft normaal gesproken een oplage van zo'n 600 exemplaren. Als die allemaal verkocht worden, ben je als uitgever misschien nét uit de kosten. Datzelfde geldt voor de reeks Privé-Domein. Er zijn een paar goedlopende titels, maar de serie als geheel is niet bijzonder winstgevend. Toch blijft De Arbeiderspers er zorg aan besteden. Dergelijke uitgaven houden het prestige van de uitgeverij op poten. Een poëziefonds geeft cachet aan de rest van het fonds. Sommige lezers gaan daarop af. Wie genoten heeft van Tessa de Loo, bezwijkt eerder voor Arthur Japin, omdat de naam van de uitgever dezelfde is".
Kunstgevoel
De lezer waardeert het, als er zorg is besteed aan de vormgeving van een boek, ook al zal hij niet alle details opmerken. Van der Gaauw: "Je kunt het vergelijken met de manier waarop mensen naar muziek luisteren. Na afloop van een concert kan een musicus zeggen: De triangel ontbrak, of: De viool was vals. De gewone man loopt naar buiten en denkt: Ik heb iets gemist, maar ik weet niet wat. Hij heeft er dus wel degelijk gevoel voor, al kan hij het niet benoemen.
Ik kan bijna geen noten lezen, houd wel van muziek, maar ben niet bijzonder muzikaal. Als ik naar een moeilijk concert van Strawinsky luister, kan ik niet alle aangebrachte verfijningen onderscheiden. Maar je hoeft niet alles te begrijpen om geweldig te kunnen genieten. Dat is het leuke van kunst. Al snap ik het meeste niet van een gedicht, van één bepaalde regel kan ik kippenvel krijgen.
Je kunt door het bos wandelen en zeggen dat je 't zo mooi vindt. Maar je kunt het bos ook ondergáán. Je kunt het ruiken, voelen. Zo werkt het ook met kunst. Kunst waarderen is niet alleen een kwestie van goed kijken, zoals sommige mensen heel streng zeggen, maar van ondergaan. Je hoeft je geen schoonheid te ontzeggen, omdat je meent dat je de dingen niet begrijpt. Het gaat niet om de benoeming, maar om het gevoel".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 9 september 1998
Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van woensdag 9 september 1998
Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's