Eilandlicht
‘Misschien zou het wel beter zijn als Henry dood was. Dan kan hij nooit meer terugkomen en jou opnieuw pijn doen.' Ze liet zijn handen los en wankelde achteruit. ‘Pap, hoe kunt u dat zeggen?'
Zijn schouders zakten. ‘Ik vind het verschrikkelijk om jou zo verdrietig te zien.'
‘Maar als u Henry laat doodgaan, maakt u mijn verdriet nog veel groter.'
Na een lange stilte knikte haar vader. ‘Goed dan, Isabelle. Ik zal Henry helpen. Maar omwille van jou, niet van hem.’
Hij beende de toren uit en ging op weg naar de aanlegplaats. Isabelle volgde hem, maar kon hem niet bijhouden. Tegen de tijd dat zij het strand bereikte, was haar vader al bijna bij het drietal. De man met de geruite jas zat naast Henry in de boot en de ander zat op de steiger geknield.
Op het eerste gezicht leek er niets aan de hand te zijn. Het mes was nu uit het zicht en Henry zat roerloos in de boot. Hij zag erg bleek, met uitzondering van de donkerpaarse bloeduitstorting in de vorm van een halvemaan onder zijn oog, als gevolg van de klappen die haar vader de vorige dag had uitgedeeld.
Toen Henry haar vader zag, wilde hij iets zeggen. Daarna kromp hij ineen, perste zijn lippen op elkaar en ging rechter zitten.
‘Jullie zijn iets vergeten,’ riep haar vader. De man op de steiger ging staan. Hij duwde zijn pet bij de rand iets omhoog en vernauwde zijn blik toen hij haar vader aankeek. ‘Nee, hoor. We hebben alles waarvoor we kwamen.’
Haar vader minderde geen seconde vaart. Hij stormde de steiger op en verkocht de man een stomp.
De man had geen tijd om te reageren. Met spartelende armen en benen viel hij in het water.
De man met de geruite jas, die achter Henry zat, sprong op en zwaaide dreigend met zijn mes naar haar vader. Maar zonder de druk van een wapen achter zijn rug, sprong Henry naar voren en wist hij een goedgerichte trap uit te delen, waardoor de man over de rand van de boot tuimelde en ook in het water belandde.
‘Die mannen zijn niet door mijn familie gestuurd,’ riep Henry. De boot schommelde hevig heen en weer terwijl hij zich zo dicht mogelijk naar de rand bewoog. ‘Ze zijn ingehuurd door Big Al Rainer om ervoor te zorgen dat ik hier niet levend wegkom.’ De twee mannen spartelden proestend in het water; het was duidelijk dat ze niet konden zwemmen.
Haar vader boog zich naar de boot, stak een hand uit en hielp Henry de steiger op. Met zijn jachtmes sneed hij het touw om Henry’s handen los. Daarna pakte hij een touw uit de boot en gooide die over het water naar de eerste man, die het gelijk vastgreep. De man met de geruite jas had zelf de steiger al bereikt en klom uit het meer, terwijl hij water uitspuugde.
‘Leg je mes neer,’ beval haar vader, ‘anders gooi ik je gelijk terug in het water.’
De man schudde zijn hoofd en haalde uit met het mes, met de punt op haar vaders buik gericht.
‘Pap!’ schreeuwde Isabelle.
Haar vader deed snel een stap opzij en duwde de man het water weer in.
Korte tijd later hadden haar vader en Henry de mannen de steiger op gesleept en hen stevig vastgebonden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 mei 2024
Eilanden-Nieuws | 20 Pagina's
