Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De ramp van 1953

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De ramp van 1953

Het Oostvoorgors van Middelharnis

15 minuten leestijd Arcering uitzetten

In de vroege morgen van zondag 1 februari 1953 om tien voor vijf stond Elbert Fris, havenmeester, fairbankvceger en voordien nachtwaker in gemeentelijke dienst van Middelharnis op de ramen te bonzen van het woonhuis annex boerenschuur Oostvoorgors 2. Het pand werd bewoond door de familie David den Engelsman.

"Wat is er gaande?", riep Den Engelsman half slaperig vanuit de bedstee en sprong meteen uit het warme bed. Eigenlijk was hij de vorige avond al met een bang vermoeden naar bed gegaan. Het stormde geweldig. Het buitenwater van het Haringvliet had op de zaterdagmiddag ervoor zelfs bij eb een buitengewoon hoge water stand vertoond! Het weerbericht van het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) te De Bilt op 31 januari luidde dan ook voor alle districten: 'Gevaarlijk hoog water!'. "Kom nou maar gauw", riep Fris alarme

"Kom nou maar gauw", riep Fris alarmerend, "het water slaat al over de buitendijk heen!" Hij verdween door het poortje en vervolgde zijn weg om ook de andere bewoners van het Oostvoorgors te gaan waarschuwen. Den Engelsman wilde poolshoogte gaan nemen en vertrok op zijn fiets naar het Havenhoofd. Erg ver is hij niet kunnen komen, trouwens hij werd uit veiligheidsoverwegingen op de Oost Havendijk teruggestuurd. Zijn zoon Jan was intussen ook opgestaan en naar buiten gegaan. Samen met Marien de Blok van Oostvoorgors 12 gingen ook zij de boel verkennen. Zij kwamen niet ver. Nauwelijks hadden zij de naar het Havenhoofd aflopende Tramdijk bereikt of ze werden opgeschrikt door een onheilspellend, moeilijk te definiëren geluid. Meer uit natuurlijk instinct dan uit ervaring, drong het tot hen beiden door dat een enorme watermassa met grote snelheid op hen afkwam. Dat ging gepaard met enorm veel lawaai, dat naarmate het water het Oostvoorgors naderde, nog in hevigheid toenam.

Wat naar later kon worden vastgesteld, was de Buitendijk die de Van Pallandtpolder tegen het Haringvliet beschermde, op verschillende plaatsen doorgebroken. Het Haringvliet stond via het Goereese Zeegat in open verbinding met de Noordzee. Vervolgens brak ook de Schapendijk door, een dijk die aanvankelijk de Oostplaat heeft moeten beschermen tegen het toen nog bredere Haringvliet. Nu lag de Schapendijk als tweede waak maar bleek niet in staat om de kracht en de druk van het water tegen te houden. Goeree-Overflakkee werd die nacht ook daar open gereten. Enorme watermassa's konden daardoor door de ontstane stroomgaten heen stuwen en vulden de beide genoemde polders binnen zeer korte tijd met het ijzige koude zeewater.

Wie dit geraas van nabij heeft aangehoord raakte dat nimmer meer uit de herinnering kwijt. De teruggekeerde David den Engelsman stuurde zijn huisgenoten naar de dichtbij gelegen Oudelandsedijk en probeerde zelf nog zijn jongvee uit de stal naar de dijk in veiligheid te brengen. Met twee jonge vaarzen liep hij op het kleine stukje weg dat haaks op de Oudelandsedijk lag. Hij werd samen met de beesten die hij uit alle macht bleef vasthouden, door de vloedgolf overvallen. Zijn vrouw Pietertje Beijer en de dochters Willempje en Lientje werden reeds in de voortuin van hun woning door het watergeweld van dé vloedgolf overvallen. Willempje hield daarbij haar eigen dochtertje Marleen stevig omkneld. Zij allen werden door het water opgenomen en in de kale takken van een volgroeide perenboom geslingerd. Jaap van Gastel, echtgenoot van Willempje den Engelsman was met zijn oudste dochtertje Els in de armen reeds vooruit gelopen naar de dijk. Op het moment dat zij de voet van de dijk hadden bereikt werden zij door het aanstormende water hoger op het dijktalud gesmakt en waren ongetwijfeld door het water meegesleurd, ware het niet dat Jan den Engelsman precies op tijd zijn zwager en nichtje in een ijzeren greep kon beetpakken. Gelijk achter Van Gastel was Lieven Hartog de dijk op komen klauteren en wist daarmee zichzelf op het nippertje te redden. Leen Vis was met zijn vrouw en drie doch

Leen Vis was met zijn vrouw en drie dochtertjes op weg van zijn woning Oostvoorgors 39 naar de dijk. Met haastige schreden trokken zij door het nachtelijk donker over de grindweg. Ondertussen was ter hoogte van de woning Oostvoorgors 19 mevrouw Soldaat met haar kleinzoontje Gerrit Koote gevallen wat enige consternatie als gevolg had. Een van de buren Jan Hogchem, nam het kleine ventje van haar over maar toen de familie Vis voorbijkwam, riep Leen aan Hogchem: "Geef mij dat kind maar mee, wij gaan met z'n allen naar de Oostdijk!" Hoe goed was alles bedoeld... De kleine stoet hervatte de vlucht naar de dijk. Niet ver van de dijk verwijderd zijn deze mensen door het water overvallen. Overvallen door een kolkende en schuimende watermassa. Jan Koudijzer probeerde op zijn eentje de dijk te bereiken maar werd ook door de waterstroom opgenomen doch door zijn tegenwoordigheid van geest wist hij zich aan een stenen paal bij het erf van Adrianus Coolbergen vast te grijpen. De oude Henk Bakelaar overkwam hetzelfde en ook hij wist zich op onverklaarbare wijze het hoofd boven water te houden. Angstkreten klonken door het nachtelijk donker en drongen door merg en been heen. Vrouwen en kinderen gilden, mannen schreeuwden over en weer. David den Engelsman was op de bestrating

David den Engelsman was op de bestrating voor zijn huis terechtgekomen. De dieren waren verdronken maar hadden Den Engelsman juist daardoor boven water gehouden. Beter gezegd; in die kolkende massa van modderige brij en troebel water. Toen kwam het erop aan! Den Engelsman overzag in een flits de situatie. "Vasthouden, vasthouden!", bulderde zijn stem door het rumoer. Wadend door het ijskoude water wist hij met een drooglat zijn vrouw, zijn dochters en zijn kleindochter één voor één naar zich toe te trekken. Dat gebeurde pal voor de voordeur. Gelukkig had de woning een vaste trap. Zo klommen zij allen bibberend van de kou en emotie naar boven. Ze waren drijfnat. Direct daarna waadde Den Engelsman langs zijn woning naar dat stukje weg alwaar aan de andere kant Jan Koudijzer zich nog steeds aan de paal vastklampte. Den Engelsman ging op hem af en bracht ook hem naar de trap van zijn woning. Maar... tussen het wateroppervlak en de bovenkant van de trapingang was niet meer dan zo'n veertig centimeter aan ruimte over. David den Engelsman duwde zijn buurman Koudijzer met alle macht naar boven. Wederom ging hij steeds wadend door het ijskoude water en door de diepste duisternis naar de hoog bejaarde Bakelaar en bracht ook hem op de zolder van zijn woning in veiligheid. Voorlopig althans.

Dat speelde zich allemaal af rond de tijd van 05:20 uur, het tijdstip waarop de klok in de huiskamer door het water was stil gezet. De waterlawine, zoals die aanstormende golf misschien wel het beste kan worden getypeerd, ondervond van het Tramdijkje toch nog veel weerstand. Zoveel zelfs dat de watermassa met alles wat erop dreef of wat er zich in de kolken bevond, moest ombuigen om daarna onderlangs de Oudelandsedijk in oostwaartse richting weg te stromen. In die kolkende massa was het gezin van Leen Vis terecht gekomen. Zijn vrouw Trijntje Vis-Buth was met een van haar dochtertjes (over haar later meer) door de tuin van Den Engelsman heen gesleurd in de richting van de woningen aan de zuidkant van het Oostvoorgors. Aan de rechterkant van de woning nummer 10, bewoond door het gezin van Huib de Blok kwam de voor haar leven en voor het leven van haar kind vechtende moeder, aanspoelen. Precies op tijd kon zij door Huib de Blok en één van zijn sterke jongens worden vastgegrepen en van een wisse dood worden gered. Vrouw en kind werden naar boven gebracht waar inmiddels de rest van de familie De Blok in der haast een onderkomen had gevonden. Toen men enigszins tot bezinning was gekomen deed zich uiteraard de vraag voor: Waar zou haar man met die drie kindertjes heen zijn gesleurd? Eén kind had zij bij haar, maar de andere twee meisjes van haar en dat kind van de familie Koote... waar zouden zij zijn? En Leen zelf!? Zouden ze toch op de Oudelandsedijk terecht zijn gekomen? Of misschien wel bij Den Engelsman. Uit zijn boomgaard had zoveel hulpgeroep geklonken, daar zou toch wel iemand op af zijn gegaan... Men heeft geprobeerd, men heeft gewild, maar men heeft machteloos moeten toezien en wenend moeten aanhoren. Leen Vis werd als eerste drenkeling van

Leen Vis werd als eerste drenkeling van het Oostvoorgors gevonden en geborgen. Zijn lichaam werd opgebaard ten huize van Josias den Engelsman, de oudste zoon van David. Die woonde met zijn vrouw Co Rafelaar op de Oudelandsedijk. In die woning waren al vele vluchtelingen van het Oostvoorgors heen getrokken.

Jan den Engelsman en Freek Coolbergen Mzn. Met nog enige andere mannen hadden geen rust. Zij begonnen langs de achterkant van de woningen op de Oudelandsedijk te zoeken naar slachtoffers of naar overlevenden al wist men dat dit laatste ijdele hoop zou zijn. Zij troffen een ont stellende chaos aan. Er lag veel hout van varkenshokken, duivenhokken en schuurtjes. Het lag schots en scheef door elkaar maar van slachtoffers of van overlevenden viel niets te bespeuren. De houten bungalow bewoond door Bram Dijkers was van het Oostvoorgors in zijn geheel door het water opgenomen en verplaatst naar het talud van de Oudelandsedijk. Daarachter lag een compleet varkenshok met betonvloer en al! "Hoor", zei Jan, "daar zit nog een levend varken in." Inderdaad lag de keu levend en wel in zijn hok en bij nader inzien bleek dit dier van de vader van Freek te zijn. In de dagen die daarop volgden werd het kot met levende keu talloze malen door nieuwsgierigen op de foto gezet. Later is Jan den Engelsman weer teruggegaan naar het punt van de Oudelandsedijk waar het Oostvoorgors begint. Tot veler verbazing werd daar op een mestwagen de roeiboot van Joh. Springvloed- Dubbeld gebracht. Onder normale omstandigheden lag die boot in de haven van Middelharnis.

Het liep tegen zeven uur maar het was in het Oudeland nog steeds donker. Begin februari komt de zon nog niet zo vroeg op en het was in die rampzalige nacht de vraag of de zon nog ooit zou opkomen. Eén van de tweelingbroers Boomsma en Willem Wijnhoff voegden zich met die boot bij de redders van het eerste uur op het Oostvoorgors. Boomsma wees Jan den Engelsman en Bram Vroegindewei aan om mee te gaan en aan boord van de roeiboot te stappen. "Jij weet waar de slachtoffers ongeveer kunnen zijn verongelukt", zei Boomsma tegen Jan. Langzaam voeren zij de tuin in van Den Engelsman. Het water was tot rust gekomen. Het leek wel of het element zich voldaan voelde. Toen de vier mannen. Jan was negentien, boomkruin na boomkruin waren gepasseerd zag men iets van wat kleding aan een tak hangen. Het was de kleding van een kind. Het lijkje werd geborgen. Bram Vroegindewei raakte door emotie van slag. Hij veronderstelde dat het een van zijn kinderen zou zijn, want nog altijd wist hij niet waar iedereen vanwege de plotselinge consternatie naar toe was getrokken. Maar het opgedregde kind bleek één van de dochtertjes van de familie Vis te zijn. Het kind werd naar de woning van Josias den Engelsman gebracht, de plaats waar haar vader eerder die ochtend was geborgen... Meer konden de mannen met de roeiboot niet uitrichten. Teleurgesteld moesten zij hun reddingspogingen staken.

Na ongeveer acht uur begon het water plotseling te zakken. Het dalen van de waterhoogte verliep tamelijk vlug. Naar schatting zakte het water een halve meter. Dit werd later toegeschreven aan nieuwe dijkdoorbraken bij de Van Brienenpolder ten oosten van de Oostplaatpolder waarheen het water in feit werd overgeheveld. In de ochtendschemering kwam er hulp vanuit het dorp Middelharnis. De gebroeders Danker en Jan Peeman kwamen met hun tractor en bandenwagen evenals Maart Koese (gemeenteraadslid van Middelharnis) met zijn dito vervoermiddel aangereden om hulp te bieden. Bij de noodslachtplaats kon men vanaf de Oudelandsedijk door het water over het smalle wegdek van het Oostvoorgors rijden mits men dit voorzichtig deed. Lauwrens de Blok sloot zich aan bij Koese. Met lieslaarzen kon men tot aan de woningen komen. Eén voor één droeg Lauw de mensen uit hun huizen naar de wagen van Koese. Bij het overdragen van zijn eigen familieleden bevond zich ook mevrouw Vis-Buth met haar dochtertje. Lauw vond het verschrikkelijk om te moeten zwijgen over het lot dat haar man die nacht was overkomen. Dat vreselijke nieuws had zich snel van mond tot mond door de gemeenschap van Middelharnis verspreid. De Blok heeft ook de familie Den Engels

De Blok heeft ook de familie Den Engelsman van het huis naar de wa^en overgebracht onder wie Jan Koudijzer en de oude Henk Bakelaar. (Bakelaar is helaas kort daarop na zijn evacuatie overleden). Ook de familie van Arend Troost met vrouw en twee kinderen werd op die manier uit hun benarde positie verlost. Reed Maart Koese ten westen van de noodslachtplaats, de gebroeders Peeman reden ten oosten daarvan. Passeren was niet mogelijk. Zo werden op die onvergetelijke zondag de mensen van het Oostvoorgors naar de Oudelandsedijk gebracht: naar het droge!

De 84-jarige weduwe Huiberdina Driece- Breeman die alleen woonachtig was op Oostvoorgors 12, kon niet worden gered. Zij is in haar woning jammerlijk verdronken.

De 63-jarige Aren Leendert van Wezel behoorde eveneens tot de slachtoffers van het Oostvoorgors. Hij was gehuwd met Adriaantje Vogelaar en woonde op nummer 32. Aren van Wezel was van beroep kantonnier bij Rijkswaterstaat. Zijn werkzaamheden lagen op het Havenhoofd van Middelharnis en de dijken in de omgeving. Volgens overleveringen had Van Wezel er verschillende keren op gewezen dat de kwaliteit of de betrouwbaarheid van vooral de buitendijk tussen het Haringvliet en de Van Pallandtpolder veel te wensen overliet... Op de late avond van de 31e januari 1953 was hij met zijn gelijknamige zoon Aren op het Havenhoofd aanwezig. De toestand werd als onhoudbaar ingeschat. Zij keerden terug naar het Oostvoorgors en waarschuwden vele mensen aldaar voor mogelijke overstromingen. Zoon Aren ging naar huis, maar vader Aren ging nog even naar het schuurtje verderop het Oostvoorgors. Waarschijnlijk wilde hij alsnog wat kleinvee in veiligheid brengen. Zeker is dat ook deze man door het aanstormende watergeweld werd overvallen, een gebeurtenis die hij beroepshalve moet hebben verwacht... maar wat hebben al die mensen die door het vloedwater werden bedreigd en later zijn omgekomen, in hun laatste levensuur gedacht, geprobeerd of wat hebben zij gehoopt? Het antwoord moge zijn: Wie kent Zijn weg! Aren L. van Wezel heeft zich in eerste

instantie misschien nog weten te redden door op zolder van het schuurtje te kruipen. Maar door drijvende stukken hout en een schuifdeur die in het wild tekeer gaande water tegen de schuur van Van Wezel heeft gebeukt, bezweek ook dit bouwsel en wist de man zich daarna niet meer te redden. Hij verdronk jammerlijk op de verjaardag van zijn vrouw Adriaantje.Een eindje verderop woonde het gezin van zijn zoon Herman. Dat gezin spoedde zich naar boven en kon zich op tijd in veiligheid brengen. Wel heeft Aren vernoemd naar zijn opa die in dat helse uur zo dichtbij in het donker moet zijn verdronken, zich op eigen kracht langs de wasdrooglijnen ternauwernood weten te redden. Doornat wist hij de woning te bereiken. Na boven verschoond te zijn en kleren van zijn vader Herman moest aantrekken, vond hij met zijn broer Adrianus een plekje op de nauwe vliering waar hij bibberend van koud de nacht zonder slaap heeft doorgebracht.

Tenslotte werden nog twee kinderen van het Oostvoorgors vermist. Men durfde niet meer op een wonder te hopen. De maandag ging voorbij en de dinsdag... 's Woensdags 4 februari gaf het water iets prijs. Josias den Engelsman had achter zijn woning uitzicht op de achterkant van de woningen en bergingen aan de zuidkant van het Oostvoorgors. In een vertwijfeld moment aanschouwde hij een kinderhandje dat net boven het water uitstak. Hij riep eerst zijn broer Jan er bij en liet hem getuige zijn van de broosheid van het leven hier op aarde. Het kind bleek het nog vermiste meisje te zijn van de zwaar getroffen familie Vis.

Diezelfde woensdag, het was middag, voer Josias op een soort vlot door de tuin van zijn vader om te dreggen naar persoonlijke bezittingen die zijn moeder had moeten loslaten toen zij in die bange rampnacht door het woest kolkende water was overvallen. Josias werd opnieuw geconfronteerd met de verschrikkingen van de ramp. Zijn vader stond op een afstand de verrichtingen gade te slaan. Toen hij voor zichzelf van overtuigd was, dat hij in het water gestuit was op het lichaam van een drenkeling riep hij zonder enige klank in zijn stem "Vader, hier ligt nog een kind..." Nadat het jonge, ontzielde lichaam op de inmiddels drooggevallen dorsvloer van de schuur van Den Engelsman was gelegd en het zorgvuldig toegedekt ging Hertha, de Duitse Herder van het huis, er naast zitten en jankte zachtjes. "Wat is ze tocht wijs hé!", zei Den Engelsman tegen zijn zoon Jan die er naast stond. Verreweg de meeste kinderen van het

Verreweg de meeste kinderen van het Oostvoorgors hadden Hertha wel eens kluifjes gegeven of iets anders en dat verklaarde alles. Het opgedregde kind bleek na identificatie de tweejarige Gerrit Koote te zijn.

Een poosje later kwamen twee geüniformeerde mannen de schuur binnenstappen. De een was een agent van de burgerpolitie, de andere van de militaire politie (MP). De burgerpolitieman greep naar het kleedje waaronder het verdronken kinderlichaam geborgen lag. In een flits van een seconde beet Hertha in de hand van de agent en liet die hand niet zomaar los. Er ontstond enig tumuh. Zodra op bevel van Den Engelsman Hertha dan toch had los gelaten, trok de agent zijn revolver en wilde de hond ter plaatse doodschieten. Onmiddellijk ging Den Engelsman voor zijn hond staan en bracht de agent aan het verstand dat zijn hond met alle kinderen uit de buurt was opgegroeid en dus vertrouwd met ze was! Vandaar haar wake.... (Wordt vervolgd)

Dit artikel werd u aangeboden door: Eilanden-Nieuws

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 juni 2002

Eilanden-Nieuws | 14 Pagina's

De ramp van 1953

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 juni 2002

Eilanden-Nieuws | 14 Pagina's