‘Doe dat tot Mijn gedachtenis’
Het derde deel van het onderwijzend gedeelte in het avondmaalsformulier gaat over het doel van het Heilig Avondmaal. We missen hier de oorspronkelijke verwijsteksten , want dan zou te merken zijn dat we eigenlijk de Schrift lezen naar de orde van ons formulier.
Christus Zelf heeft het doel van het Heilig Avondmaal omschreven met vijf woorden: ‘Doe dat tot Mijn gedachtenis’. Maar hiermee laten de ervaren zielenherders van de zestiende eeuw deze gedachtenisviering niet over aan de individuele zondaar. Iedereen mag dat niet maar op zijn eigen manier doen, afhankelijk van de stemming, van de levensomstandigheden of de zielsgesteldheid. Nee zo niet.
De opstellers van het formulier geven leiding aan de manier waarop die gedachtenis moet plaatsvinden. Vandaar dat er staat: ‘Maar aldus zult gij Zijner daarbij gedenken’. Want onze troost is daar middellijkerwijs van afhankelijk. Laten we niet vergeten dat de Heere Zijn genade middellijk werkt en ook middellijk sterkt.
Voor onze troost is dit derde gedeelte niet onbelangrijk. We onderscheiden in dit doel-gedeelte vier aspecten. Het gaat steeds over de overdenking van de Borg van Sion. In antwoord 12 van de Heidelbergse Catechismus - het eerste antwoord in het stuk der verlossing - is de mogelijkheid van de borgtocht al geopend en daarna verder ontsloten: ‘God wil dat aan Zijn gerechtigheid genoeg geschiede. Daarom moeten we aan deze gerechtigheid óf door onszelf, óf door een Ander volkomen betalen’. Dat laatste is de prille opening naar de Borg. Dit vraagt om nadere verdieping. Vandaar dat we onderscheiden:
• Het werk van de Borg
• De woorden van de Borg
• De gemeenschap aan de Borg
• De gemeenschap rond de Borg
De ruimte laat helaas niet toe hier uitvoerig in te zijn. Overdenk dit zo eens achtereenvolgens. Het moge stof tot uw troost zijn!
Het werk van de Borg
‘Doe dat tot Mijn gedachtenis’. Het begint met de overdenking van de belofte in het Oude Testament: de Borg beloofd. Vervolgens met de zending door de Vader. Met het aannemen van ons vlees, opdat het verbroken zal (kunnen) worden. Met het aannemen van ons bloed, opdat het vergoten zal (kunnen) worden. Daarbij draagt de Borg Zijn leven lang de toorn van God: ‘onder welke wij eeuwig hadden moeten verzinken’. De ootmoedige doorleving van onze dood- en doemwaardigheid klinkt in het formulier steeds weer. Soms in een zinnetje tussen haken. Daarna valt de nadruk op het einde van Zijn borgtochtelijk leven. Verschillende stadia van Zijn lijden worden in herinnering geroepen. Daarbij is het nuttig om dit drievoudig te overdenken: wat ik waard ben, wat Hij gedaan heeft en wat de persoonlijke troost daarvan is. De laatste twee worden genoemd, maar zijn onlosmakelijk verbonden aan de doorleving van het eerste: wat ik verdien en waard blijf. Achtereenvolgens horen we over de helse benauwdheid in de hof, de gevangenneming, Zijn talloze bespottingen, Zijn rechterlijke veroordeling, Zijn kruisiging. Zo horen we over het borgtochtelijk dragen van de rechtvaardige vloek, tot in de diepten van de Godverlatenheid, in het Zich verlaten weten bij het vierde kruiswoord. De Borg heeft door Zijn dood en bloedstorting het genadeverbond definitief vastgemaakt, want als de Testamentmaker sterft, kan er niets meer aan het testament veranderd worden, niets meer aan de zekerheid van de erfgenamen, niets meer aan de erfenis! Dit alles gaat over het werk van de Borg, met steeds weer de nadruk op: ‘Hij voor ons, Hij in plaats van ons’. Om deze toepassing gaat het immers!
De woorden van de Borg
Deze persoonlijke toe-eigening blijkt ook uit het vervolg. Het tweede is namelijk: de woorden van de Borg. Daarover gaat immers de strijd: ‘Is het ook voor mij?’ Het is niet vanzelfsprekend dat ik tot dit genadeverbond behoor. Daarvoor is de levendmakende en oefenende Geest nodig. Daarvan moet de Heilige Geest metterdaad getuigenis en zekerheid geven. Het teken en het zegel van het sacrament wil de Heere daar als middel voor gebruiken.
Het was, tijdens de laatste gelegenheid dat Sions Borg samen was met de Zijnen, Zijn uitdrukkelijke bedoeling: ‘Doe dat tot Mijn gedachtenis’. Dat dat zo, op deze manier! Daarom worden nu de instellingswoorden uit de evangeliën hier samen gelezen. Vanwege het element van de zelfbeproeving zijn die niet aan het begin van het formulier aangehaald, maar hier. Dat gebeurt op een bijzondere en tere manier. De Borg wordt hier sprekend ingevoerd, alsof Hij Zelf direct tot de zondaar aan de dis spreekt, en dan steeds met dit: ‘Voor u’.
wordt vervolgd
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 september 2024
De Saambinder | 20 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 september 2024
De Saambinder | 20 Pagina's