Boekbesprekingen
T. Desmond Alexander, Exodus, Apollos Old Testament Commentary 2 (Londen/ Downers Grove: Apollos/InterVarsity Press, 2017) 784 p., ₤ 31.99 (ISBN 9781783594344).
In de serie Apollos Old Testament Commentary heeft T. Desmond Alexander die als directeur postgraduate studies verbonden is aan het Union Theological College te Belfast, de uitleg van Exodus verzorgd. De bewuste serie heeft een zeer handzaam formaat. Elk deel is voorzien van een inleiding op het bewuste bijbelboek. Vervolgens zijn er per behandelde perikoop de volgende rubrieken:
1. een geannoteerde vertaling van de auteur; 2. ‘vorm en structuur’ waarin de context en opbouw van de perikoop worden belicht; 3. het commentaar; 4. de uitleg. Deze serie belicht de oudtestamentische bijbelboeken en is zeer bruikbaar bij de voorbereiding op de prediking. Dat komt omdat het geboden commentaar niet al te technisch en gedetailleerd is, terwijl het bepaald wel academisch verantwoord is. Onder het kopje ‘uitleg’ wordt de theologische boodschap van een passage onder woorden gebracht en ook de brug geslagen naar het Nieuwe Testament.
De exodus is de belangrijkste heilshistorische gebeurtenis uit het Oude Testament.
Het tweede bijbelboek ontleent zijn naam eraan. Een van de vragen is of het om een werkelijke gebeurtenis gaat en zo ja wanneer die plaatsvond. Aansluitend bij het zelfgetuigenis van de Schrift verdedigt Alexander met overtuiging dat het om een werkelijke gebeurtenis gaat. De volgende vraag is wanneer die plaatsvond. De meeste oudtestamentici die de exodus als een historische gebeurtenis aanvaarden kiezen voor een datering in de dertiende eeuw vóór Christus.
Zonder dogmatisch te zijn pleit Alexander voor een datering in de vijftiende eeuw. Hij wijst onder andere op het polyinterpretabele karakter van het archeologisch materiaal.
Elk van beide dateringen heeft sterke en minder sterke kanten, maar Alexander geeft aan dat het onjuist is dat de vijftiende-eeuwse datering op achterstand staat.
In zijn uitleg kiest Alexander ervoor licht te werpen op de tekst in zijn uiteindelijke gestalte. Welke boodschap wordt met de uiteindelijke tekst gegeven. Hij focust dan vooral op het theologische aspect van de boodschap. Als het gaat om de teksttraditie wijst de auteur erop dat op een enkele uitzondering na eigenlijk altijd de masoretische tekst de voorkeur heeft.
Exodus kan, zo laat Alexander zien, op meer dan één manier worden onderverdeeld. Uitgaande van de geografische beweging: 1:1-15:21 (uittocht); 15:22-18:27 (begin van het verblijf in de wildernis); 19:1-40:38 (oprichting van het verbond en eerste goddelijke verordening). Echter, ook een andere driedeling is mogelijk: 1:1-13:16 (Israël in Egypte); 13:17-24:11 (Israël aan de Sinaï); 24:12-40:38 (Israël rond de tabernakel). Zijn voorkeur gaat uit naar de verdeling voorgesteld door M. Smith. Deze verdeelt het boek in twee ongeveer gelijke delen met het lied van Mozes in 15:1-21 als scharnierpunt. De eerste en de tweede roeping van Mozes in het eerste deel (3:1-6:1 en 6:2-14:31) corresponderen dan met de twee verbondssluitingen in het tweede deel (19-31 en 32-40).
Een vraag die bij de uitleg van Exodus naar voren komt is die van de ouderdom en de betekenis van de naam JHWH. Met een groeiend aantal oudtestamentici is Alexander ervan overtuigd dat reeds de aarts vaders de naam JHWH kenden. Mozes mag een diepere betekenis van deze naam ontvouwen. Het gaat er allereerst om dat JHWH trouw is aan zijn eigen karakter. Ik val deze uitleg bij omdat zo aan meer dan één facet kan worden recht gedaan.
De commentaar van Alexander bevat een aantal excursen. Een ervan gaat over de verharding van het hart van farao. Deze acht ik bijzonder waardevol. Alexander wijst erop dat in het Hebreeuws een drietal werkwoorden wordt gebruikt. Allereerst is dat de pi‘el chāzaq (versterken). Dan is JHWH altijd het subject. Als de qal van chāzaq wordt gebruikt, is het hart van farao het subject (Ex. 7:13, 22; 8:19; 9:35). Nooit is farao zelf het subject van chāzaq. Dit werkwoord geeft aan dat iemand de kracht ontvangt om te blijven bij wat hij besloot. Het tweede werkwoord is qāšâ. Dat heeft in de context van Exodus dezelfde betekenis als chāzaq. Echter, het heeft in onderscheid daarmee altijd de negatieve connotatie van ‘eigenwijs’. Het derde werkwoord is hifil van kābēd (zwaar zijn). In elk van de drie vermeldingen is het farao die zijn hart verzwaart. Duidelijk is dat de soevereiniteit van JHWH niets afdoet aan de verantwoordelijkheid en eigen keuze van farao.
De tent die wordt genoemd in Exodus 33:7v. was, zo stelt de auteur, enkel een ontmoetingsplaats voor JHWH en Mozes. De tabernakel die later wordt gemaakt en zich midden in de legerplaats bevindt was niet alleen een ontmoetingsplaats maar ook de woonplaats van de heerlijkheid van JHWH.
Als het gaat om het feit dat Mozes in gebed de toorn van JHWH afwendt, stelt Alexander terecht dat JHWH zo zelf Mozes als middelaar in het proces betrekt waarlangs Hij vergeving schenkt aan het volk. Een vergeving die straf niet uitsluit. Alexander schreef een waardevol commentaar op Exodus dat niet alleen de achtergronden van de tekst maar ook de blijvende theologische betekenis ervan verwoordt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 maart 2020
Theologia Reformata | 123 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 maart 2020
Theologia Reformata | 123 Pagina's