Samenspraak over de brief van Paulus (13b)
Want de rechtvaardigheid Gods wordt in hetzelve geopenbaard uit geloof tot geloof; gelijk geschreven is: Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven. Romeinen 1:17
HOPENDE: Och vriend, als ik je zo hoor spreken [over satans aanvallen op het werk van Gods genade], dan kan ik wel zeggen dat dit voor mijn ziel ook nog een ademtocht is. Men kan het steeds minder zien, dat de weg die men moet gaan de weg des Heeren met Zijn volk is. En de vijand weet ook het tegenovergestelde daarvan de ziel voor ogen te stellen. De teksten staan hem in Gods Woord tot zijn beschikking om de ziel erop te wijzen dat de weg die men moet gaan, de weg van de hypocrieten en van de tijdgelovigen is. Hef dan het schild des geloofs maar op en hanteer dan het Woord van God maar, om het tegenovergestelde daarvan de vijand voor ogen te houden.
En toch, het geloof door God in de ziel geplant, is een wereldoverwinnend geloof. Dat geloof gaat door, ondanks de verzoekingen en de listen van de hel, die zo machtig veel kunnen zijn. Het geloof blijft zich richten op de vrije soevereine genade Gods. Zo is er sprake van uit geloof tot geloof. En zo voegt de apostel er dan ook aan toe: Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven. Deze woorden kunnen we vinden in de profetie van Hábakuk. In betrekking tot de komst van Christus hadden deze woorden de Oudtestamentische gelovigen zeer veel te zeggen. Hábakuk heeft aan die woorden wat doen voorafgaan. We lezen in Hábakuk 2:3: Want het gezicht zal nog tot een bestemden tijd zijn; dan zal Hij het op het einde voortbrengen, en niet liegen; zo Hij vertoeft, verbeid Hem, want Hij zal gewisselijk komen, en niet achterblijven. Zie, zijn ziel verheft zich, zij is niet recht in hem.
In deze laatste woorden spreekt Hábakuk over rechtvaardigen, die in eigen ogen rechtvaardig zijn. Zo worden dus in die tekst tweeërlei rechtvaardigen tegenover elkaar gesteld. De rechtvaardigen in eigen ogen verheffen zich. Zij hebben het niet nodig, om door de gerechtigheid van die gezegende Borg gezaligd te worden. De ware Messiasverwachting was dan ook in Hábakuks tijd bij velen al ver zoek. Maar er waren ook nog rechtvaardigen. In tegenstelling van die zichzelf verheffende Joden, die rijk en verrijkt in zichzelf waren en er dus niet van wisten om uit de ware geestelijke armoede tot Christus’ gerechtigheid de toevlucht te nemen, zouden de ware rechtvaardigen uit hun geestelijke armoede zich op de gerechtigheid van Christus verlaten en alzo Zijn komst blijven verbeiden. En nu zegt de profeet, dat die rechtvaardigen door dat geloof zouden leven.
UITZIENDE: Het leven is dus aan die geloofswerkzaamheid verbonden. De geloofswerkzaamheid is een andere werkzaamheid dan die er is bij de rechtvaardigen in eigen oog. Voor de ware rechtvaardige is er geen leven te vinden voor de ziel in een weg van eigen werk. Die rechtvaardige heeft een andere grond van zaligheid en behoudenis in het oog gekregen. Zo heeft die rechtvaardige het leven mogen vinden in de ontsluiting van de dierbare inhoud van Gods beloften.
Beloften en werken stelt de apostel in de Galatenbrief tegenover elkaar. De gelovigen van de oude dag hebben zich op de beloften Gods mogen verlaten in de omhelzing van de genade Gods in de Christus Die nog in het vlees moest komen. Het is dat aanbiddelijke wonder dat het geloof aanvaardt, dat een goddeloze zondaar uit genade zalig wordt door de gerechtigheid van die dierbare Middelaar. De ontdekking van die verborgenheid ontsluit voor de doodschuldige zondaar de enige weg van behoudenis. Die moet erkennen dat als God in het recht zou treden en zijn ongerechtigheden zou gadeslaan, hij dan geen ogenblik voor die God zou kunnen bestaan. Men zou moeten wegzinken in een eeuwig verderf. Maar nu heeft men het leven uit genade mogen vinden door het geloof in Christus. Hier kwam geloof in mee. Hier dreef de liefde de twijfel uit. De ziel mocht de kracht van de dierbare inhoud van Gods beloften ervaren. Dat was enkel leven voor de ziel. En dat zeker, als die dierbare Persoon Zich als door de traliën en vensters van het Evangelie in al Zijn Middelaarsgraveerselen aan de ziel heeft willen ontdekken. Het geloof deed de ziel toen tot Hem uitgaan en in Hem het leven vinden: Hoe dierbaar was Zijn openbaring aan de ziel.
Maar nu zal men ook moeten weten hoe al de beloften Gods in Hem ja en amen zijn, Gode tot lof en heerlijkheid. Het geloof in de beloften Gods wordt beproefd. Dat geloof is echter wel zeer gelukkig geen geloof van eigen werking. In Hábakuks profetie lezen we: maar de rechtvaardige zal door zijn geloof leven. Dat wil echter niet zeggen dat het een geloof van die rechtvaardige zelf is.
HOPENDE: Het is en blijft een geschonken geloof. En dan ook zijn geloof, daar het zijn persoonlijk bezit is. Och vriend, over dat leven door het geloof is nog wel wat te zeggen. Laten we dat dan voor de volgende keer bewaren, want het is nu weer tijd om naar huis te gaan. (wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juli 2022
De Wachter Sions | 16 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juli 2022
De Wachter Sions | 16 Pagina's