De blindgeborene uitgeworpen
De mens antwoordde en zeide tot hen: Hierin is immers wat wonders, dat gij niet weet vanwaar Hij is, en nochtans heeft Hij mijn ogen geopend. En wij weten dat God de zondaars niet hoort; maar zo iemand godvruchtig is en Zijn wil doet, dien hoort Hij. Van alle eeuw is het niet gehoord dat iemand eens blindgeborenen ogen geopend heeft. Indien Deze van God niet ware, Hij zou niets kunnen doen. Zij antwoordden en zeiden tot hem: Gij zijt geheel in zonden geboren, en leert gij ons? En zij wierpen hem uit. Johannes 9 vers 30-34
Verwonderd luistert de blindgeborene naar de farizeeën. Kennen ze Jezus niet, terwijl ze toch zo ijve rig de Schriften bestuderen? Zijn ogen zijn toch door Hem geopend? Hij zegt: ‘En wij weten dat God de zondaars niet hoort.’ Deze tekst is al vaak een wapen in de hand van de duivel geweest. Dan zegt hij: ‘Houd maar op met bidden, want God hoort u niet.’ Wat een leugenaar! Boetvaar dige, vernederde zondaren, zoals de tollenaar hoort de Heere wél. Weet u wie de Heere niet hoort? Zondaren die tot God bidden en tegelijk de zonde aan de hand houden. De onge leerde blindgeborene weet al veel. Hij wijst op de Godheid van Christus. ‘Hoe zou Hij anders mijn blinde ogen hebben kunnen openen?’
De verharding van de farizeeën neemt toe. Dat is een waarschuwing voor ons. Weet, dat wij onder al de bemoeienissen van de Heere níet dezelfde blijven! Bent u nooit bang voor het oordeel van de verharding? De farizeeën wijzen met hun vinger naar de blindgeborene. ‘Gij zijt geheel in zonden geboren.’ Ja, daar zegt de blindgeborene ‘Amen’ op. Hadden die farizeeën nu ook maar naar zichzelf gekeken. Dan hadden ze met David ingestemd: ‘Ik heb gedaan wat kwaad was in Uw oog; dies ben ik, Heer’, Uw gramschap dubbel waardig.’
Maar daarvoor is genade nodig. Door genade worden blinde zielsogen ge opend. Zulke mensen zien niet alleen dat ze een en al zonde zijn, maar ze zien ook de waarde in de Middelaar en Zaligmaker Jezus.
Vol boosheid bijten de farizeeën de blindgeborene toe: ‘Leert gij óns?’ Nu is de maat vol: ‘En ze wierpen hem uit.’ Oorspronkelijk staat het met grote nadruk aan het eind van de zin: ‘Eruit!’ Wellicht heeft het Sanhedrin de tempeldienaren geroepen om hem de tempel uit te smijten. Daarmee wordt hij met de ban afgesneden. Hij heeft geen toegang meer tot de samenkomst. Wat erg! Ja, maar voor wie? Voor de farizeeën. Ze hebben Christus ook al uit de tempel gewor pen. Het gevolg zal zijn, dat straks zulke ellendigen als de blindgeborene binnen zullen komen. Ze zullen er zijn, de Filistijn, de Tyriër en de Moren. En de farizeeën? Van hen zegt Christus: ‘En de kinderen des Koninkrijks zullen buitengewor pen worden.’
Vragen:
1. Waaruit blijkt de verwondering van de blindgeborene?
2. Met welke uitspraak van de farizeeën stemt de blindgeborene in en waarom?
3. Op welke wijze kan de farizeeër ook in ons hart worden gevonden?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 maart 2023
De Saambinder | 20 Pagina's
