Vier evangelisten, één Evangelie
De ouderling had op catechisatie van die vaste vragen. De oudere catechisanten wisten inmiddels de antwoorden, maar de nieuwelingen gleden nog weleens uit. Eén van die vragen was: Hoeveel evangeliën zijn er? Wee de catechisant die vier zei! Want er is maar één Evangelie, beschreven door vier evangelisten.
Over enkele dagen hopen we het Kerstfeest weer te gedenken. Mocht het zijn in geest en in waarheid, eenvoudig en zoals de Heere wil dat wij het gedenken. Dan zal dat gedenken geleid worden door het Woord.
Er is maar één Evangelie. Ook maar één Kerstevangelie, hoewel beschreven door vier evangelisten. Zij schreven hun boek ieder met een eigen bedoeling, ieder aan een andere lezersgroep, ieder met een eigen invalshoek, maar allen door Gods Geest geïnspireerd.
Daar is Mattheüs, die zijn geschrift begint met het'boek des geslachts van Jezus Christus'. Het is duidelijk dat Mattheüs voor de Joden schrijft en dat het een van zijn oogmerken is om het oude bondsvolk uit de Schriften ervan te overtuigen dat Jezus de lang beloofde Christus (Messias) is. Let er maar eens op hoe vaak hij woorden gebruikt als: 'Toen is vervuld geworden hetgeen gesproken is door de profeet, zeggende..! Mattheüs begint zijn geslachtsregister van Christus dan ook bij Abraham! Over de geboorte van de Zaligmaker is hij summier: hij stipt het slechts aan in het laatste vers van het eerste hoofdstuk. Opvallend is de grote plaats die Jozef, de man van Maria, in zijn beschrijving inneemt. Wel beschreef Mattheüs enkele geschiedenissen die geen van de andere evangelisten hebben, zoals die van de wijzen uit het oosten.
Markus en Lukas
Markus heeft het kortste boek geschreven. Hij schrijft over de geboorte van de Zaligmaker eigenlijk niets. Hij begint zijn beschrijving van het Evangelie bij het optreden van Johannes de Doper en bij de daarop volgende doop van de Heere Jezus. Er zal dan ook met Kerst niet zo vaak uit Markus worden gepreekt. Betekent dit dat Markus geen Kerstevangelie vermeldt? 0 nee. Alleen op een geheel eigen wijze. Wie Markus 10:45 opslaat, begrijpt wat ik bedoel.
Lukas, die óók een geslachtsregister van de Heere Jezus geeft, doet het precies andersom dan Mattheüs: hij begint bij Jozef en gaat terug tot Adam, de vader van de mensheid. Lukas schreef zijn boek dan ook niet voor Joden, maar voor Theófilus, die warme belangstelling had voor de dingen die het Koninkrijk Gods aangaan. Het is juist Lukas, de enige niet-Jood onder de vier evangelisten, die heel nauwkeurig de geschiedenis van de geboorte van de Zaligmaker heeft beschreven.
Wat zien we hier treffend dat de inspiratie van de bijbelschrijvers door Gods Geest organisch is geweest, dat wil zeggen dat de Heilige Geest hun karakter, aanleg en talenten bij het te boek stellen van de Godsopenbaring niet heeft uitgeschakeld, maar juist heeft gebruikt en geheiligd! Lukas heeft alles 'van voren aan naarstig- lijk onderzocht'. Ik vermoed dat hij veel vraaggesprekken heeft gehouden met mensen die nog wisten van de wondere dingen die in het gebergte van Judea en in de landstreek van Efratha waren gebeurd. Daar hebben wij middellijkerwijs het Kerstevangelie van Lukas 2 aan te danken.
De adelaar
En Johannes? De ongeletterde zoon van Zebedeüs en Salome blijkt de 'adelaar' onder de evangelisten te zijn! Ook hij schrijft zijn Kerstevangelie, maar hij begint niet in Nazareth of in Bethlehem. Johannes begint zijn boek in... de eeuwigheid! Hij spreekt over'het Woord'. Zo noemt hij de Zaligmaker. Waarom die opmerkelijke aanduiding? Het Griekse woord logos heeft een dubbele betekenis, net als ons woord rede. Ons verstand wordt onze rede genoemd, maar ook onze woorden noemen we een rede. Zó, aldus onze kanttekena- ren, wordt Christus het Woord genoemd, omdat Hij niet alleen de Wijsheid des Vaders is, maar ook omdat de Vader door Hem de verborgen raad van onze zaligheid heeft geopenbaard. Is dat niet treffend? Johannes schrijft op zijn eigen wijze het Kerstevangelie:'En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborenen van den Vader), vol van genade en waarheid'.
Vier en toch één
Vier en toch één. Vier wat karakter en bekwaamheid betreft heel verschillende mensen schreven ook aan verschillende mensen op hun eigen wijze het Evangelie van de geboorte van Jezus Christus. Het is het wonder van het werk van Gods Geest dat het één Evangelie is geworden.
Een even groot wonder is het dat dit éne Kerstevangelie, als het zijn persoonlijke toepassing krijgt in de harten van mensenkinderen, hoe verschillend ook van huidskleur, leeftijd en karakter, ook op dezelfde wijze wordt ervaren, namelijk als een nooit te bevatten wonder voor een doodschuldig mensenkind, leder die dit te beurt mag vallen, zal zeggen: 'Er was voor Hem bij mij geen plaats, hoewel er voor de hele wereld plaats was in mijn hart. Maar nu is dit het wonder, dat Hij gekomen is, tóch gekomen, hoewel ik nooit naar Hem vroeg! Zonder de beleving van dit wonder gaan wij nooit iets van het Kerstfeest verstaan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 2021
De Saambinder | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 2021
De Saambinder | 24 Pagina's