‘Volhardt in het gebed’
het bidden moeten we onze ziel in het overden- ‘Bij ken werkzaam laten zijn.
Het overdenken is als het ware de ziel van het gebed, en het gebed de belicha- ming en het wezen van het overdenken. Als we bidden, moeten we met ernst Gods majesteit overdenken, waaruit de eerbied opkomt: Gods beloften, waaruit het vertrouwen opkomt dat Hij ons zal horen; onze eigen ellendigheid, waaruit ootmoed en zelfvernedering opkomen.
Wij moeten onze volstrekte armoede overdenken, waaruit vurigheid en een aanhoudend vragen opkomen, ons blijvende gebrek, waardoor wij telkens weer bidden.
Het bidden is een plicht waarin een gro- te kracht ligt. Een enkele arme mens die in een hoekje op zijn knieën ligt, zonder dat een schepsel hem helpt, kan met de almachtige en eeuwige God gaan worstelen. Ja, door Zijn kracht zal hij God misschien overmogen, net als Jakob, die slechts door met gebalde vuist te worstelen als het ware voor een zegen streed en op het slagveld als een vorst werd bekroond. Die ene arme Elia kon vierhonderd Baälpriesters weerstaan en hen overmogen: hij had door het gebed de hulp van de levende God. Ja, de apos- tel zegt ons dat deze Elia, ook al was hij een sterfelijk mens, dan toch maar de hemel heeft gesloten en geopend, zodat het op zijn gebed regende en niet regende. Daaruit leidt hij de algemeen gel- dende grondregel af dat het krachtige gebed van de rechtvaardige veel vermag (Jak. 5:16-18).
Sommigen zullen misschien tegenwer- pen dat Elia een groot profeet was, een buitengewone persoonlijkheid, en dat hij de overhand kon krijgen waar wij dat niet kunnen. De apostel antwoordt in vers 17 dat hij slechts een mens was, ja, niet méér dan een mens, van gelijke bewe- gingen als wij, een zondig schepsel. Hij overmocht niet door enige verdienste van zichzelf, maar door het geloof in de Middelaar van het verbond – en dat kan ook bij ons zo zijn. Het gebed is in zekere zin almachtig. Het is zoals iemand zegt: het gebed kan de Onoverwinnelijke over- winnen en de handen van de Almachtige binden – en dan roept God tot de wor- stelende Jakob: Laat Mij gaan!’
Uit: ”Volhardt in het gebed”, Ralph Erskine, uitg. Den Hertog, 2011.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 februari 2021
De Saambinder | 20 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 februari 2021
De Saambinder | 20 Pagina's