Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Oud Zeer

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Oud Zeer

3 minuten leestijd Arcering uitzetten

“Misschien zal ons Jozef haten, en hij zal ons gewisselijk vergelden al het kwaad, dat wij hem aangedaan hebben.” Genesis 50:15b

Nadat Jozef zich aan zijn broeders ‘bekend’ heeft gemaakt, komt de hele familie met vader naar Egypte. Zij krijgen - vanwege hun broodwinning - het land Gosen toegewezen. Daar zullen ze blijven zolang de hongersnood duurt.

Als de dag aanbreekt dat hun oude vader Jakob is gestorven, komen de broers bij elkaar en overleggen over de toekomst. Kijk, zeggen ze tegen elkaar, nu onze vader is gestorven kan het goed zijn dat Jozef verhaal bij ons gaat halen vanwege hetgeen dat wij hem in het verleden hebben aangedaan. Ze weten niet goed hoe Jozef ‘echt’ over hen denkt. “Misschien zal ons Jozef haten”...” (Gen. 50:15a). Daarom zoeken ze contact met Jozef en belijden openhartig hun gevoelens. Zij belijden schuld en vragen om vergeving: “Ei, vergeef toch de overtreding uwer broederen en hun zonde; want zij hebben u kwaad aangedaan; maar nu, vergeef toch de overtreding der dienaren van den God uws vaders”. Zij bieden zelfs aan om slaaf van Jozef te worden (vers 18). Deze houding ontroert Jozef (vs 18). Hij wijst omhoog, “vreest niet; want ben ik in de plaats van God?” (vs 19). Dan spreekt hij de bekende woorden: “Gijlieden wel, gij hebt kwaad tegen mij gedacht; doch God heeft dat ten goede gedacht” (vers 20). De Heere heeft de zonde van de broers willen gebruiken “om een groot volk in het leven te behouden”. Jozef doet nog meer. Hij zegt hen toe dat hij hen en de kleine kinderen zal onderhouden. “Zo troostte hij hen en sprak naar hun hart” (vers 21).

In deze lijdensweken zien we een lijn naar de ‘meerdere Jozef’, de Heere Jezus. Zijn discipelen hadden Hem in de steek gelaten, hun eed dat zij met Hem zouden sterven verbroken. En toch zocht Hij hen na Zijn opstanding uit de dood weer op en vertroostte hen. Hij noemde hen z e lfs. broeders! Eerst waren zij zijn ‘discipelen’ (Joh.15:8), zijn knechten. Toen noemde Hij hen ‘vrienden’ (Joh. 15:5). Maar nu - op Eerste Paasdag - zelfs ‘broeders’. “Ga heen tot Mijn broeders”, kregen de vrouwen te horen (Joh. 20:17b). Een knecht kan worden ontslagen, een vriend kan gedegradeerd worden tot ‘kennis’ of minder. Maar een broederband gaat nooit verloren. Die blijft! Wat een beloning. Nee, horen we Paulus zeggen, dat is niet uit verdienste, dat is uit genade! “Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof, en dat niet uit u, het is Gods gave” (Ef. 2:8). Zó brengt de meerdere Jozef zijn broederen bij Zijn Vader. Het huisgezin Gods. Gedenkt de meerdere Jozef dan niet meer aan zonden? Nee, zegt Hij, Ik zal er niet meer aan gedenken. Een dichter z in g t. Hij heeft ze geworpen in een ‘zee van vergetelheid’. “Zo ver het oosten is van het westen, zo ver doet Hij onze overtredingen van ons” (Psalm 103:12). Zingt u mee?

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorische Maatschappelijke Unie

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 april 2019

RMU.NU | 52 Pagina's

Oud Zeer

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 april 2019

RMU.NU | 52 Pagina's