Reflexen
Nacht van de theologie?
Op 16 november vond de - inmiddels - jaarlijkse Nacht van de Theologie plaats. Ik had het genoegen om namens de PThU aanwezig te zijn, en bovendien naast een jarige Arnold Huijgen te zitten wiens boek Lezen en laten lezen was genomineerd als theologisch boek van het jaar. Eerder had ik mij weleens wat laatdunkend uitgelaten over dit evenement, en nog steeds ben ik nog wat ambivalent. Een duur feestje om toch wat aandacht te blijven vragen voor een vakgebied dat nauwelijks nog meedoet? Zo relevant is de theologie niet meer.
Kennis over religie blijft belangrijk, maar specialistische kennis over de inhoud van het christelijk geloof gooit in onze seculiere maatschappij wat minder hoge ogen. Zien we dat als theologen voldoende onder ogen? Hoe meer we aandacht voor de relevantie van het vakgebied vragen, des te problematischer we het zelf lijken te vinden. Werkt zo’n feestje dan niet wat verdovend? Al blijft het natuurlijk goed om als schrijvende pers, uitgeverijen van theologie en onderwijsinstellingen elkaar in een positieve setting te ontmoeten. Ik zat daar dus, gebroederlijk naast Huijgen, ergens op een van de achterste rijen van de kapel in het gebouw van de Evangelische Omroep. En, ik moest mijn scepsis wat laten corrigeren.
Vlak voor de Nacht van de Theologie werd bekend dat de Rotterdamse Erasmus Universiteit een theoloog had benoemd. De ‘dubbeloratie’ van de econoom Lans Bovenberg en theoloog Paul van Geest, beiden verbonden aan Tilburg University en nu dus ook gasthoogleraar in Rotterdam benadrukte het intradisciplinaire verband tussen economie, theologie en filosofie, aldus de website van de Erasmus Universiteit. Een jaar eerder werd dogmaticus Kees van der Kooi aan de Erasmus School of Accounting and Assurance verbonden. Wat zegt deze ontwikkeling over de relevantie van theologie in de samenleving? Hier zijn verschillende visies op, waaronder interdisciplinaire en politieke. Volgens de interdisciplinaire visie moeten theologen hun onderzoek oriënteren op bijvoorbeeld de wetenschapsagenda. In de politieke benadering moet theologie de kant van ‘politieke’ of ’ publieke theologie’ op: theologen dienen zich vooral bezig te houden met maatschappelijke vragen. Raakt dit ook aan de keuze van het theologische boek van het jaar? Tijdens het jaar lijkse theologenfeestje werd het boek Groene Theologie van Trees van Montfoort uitgeroepen tot beste theologische boek van het jaar.
Nu laten de aanstellingen van Van Geest en Van der Kooi volgens mij ook iets anders zien. Zij zijn beiden vanuit hun eigen vak - respectievelijk patristiek en dogmatiek - bezig met fundamenteel onderzoek. En vanuit deze inzichten dragen zij bij aan de gedachtenvorming binnen de economie. Op de predikantencontio van de Gereformeerde Bond, afgelopen januari, gaf Van Geest een paar voorbeelden hoe dat kan werken. Economische begrippen als ‘bounded rationality’ kunnen vanuit de theologie verdiept worden. De negatieve theologie van bijvoorbeeld Augustinus vertrekt vanuit het geloofsinzicht dat de menselijke rationaliteit te beperkt is om God te begrijpen. Die inzichten vanuit fundamentele theologiebeoefening dragen op een eigen manier bij aan doordenking van thema’s en vraagstukken in andere wetenschappen.
Naast een gerichtheid op de eigen discipline, laten beide Erasmustheologen ook zien dat theologie op een fatsoenlijke, degelijke en communicatieve manier beoefend moet worden. De kracht van de theoloog blijft dan toch om bij de eigen leest te blijven. Niettemin blijven de benoemingen aan de Erasmus Universiteit opmerkelijk. Aan het begin van 2020 ook bemoedigend: het vakgebied dat de neoliberale agenda het meest bepaalt is de economie. Het is een goed teken dat binnen dit vakgebied kapitaal, ethiek en levensbeschouwing bij elkaar gehouden worden.
Terug naar de Nacht van de Theologie. Zes jonge theologen van verschillende theologische instellingen presenteerden zich in het middagprogramma. Boeiend om die verschillende stemmen te horen. Natuurlijk was ik als docent aan de Groningse PThU trots dat ‘onze’ student Mark de Jager er met de titel ‘jonge theoloog des vaderlands’ vandoor ging. Maar ik herkende vooral het gevoel dat ik bij veel van onze studenten heb - en ik vermoed dat collegadocenten van andere instellingen dat net zo goed hebben: de enorme motivatie, inspiratie en creativiteit van theologiestudenten. Jonge mensen die in het derde decennium van de 21 ste eeuw theologie studeren in Nederland, dat spreekt niet voor zich. Dat gaat met een innerlijke gedrevenheid gepaard. Een woord als ‘roeping’ past daar goed bij. Over roeping gesproken: het aantal studenten dat kiest voor een studie theologie ligt niet hoog. Het is op dit moment zelfs zo dat er binnen de Protestantse Kerk minder proponenten beschikbaar zijn dan dat er nodig zijn om het oplopende tekort aan predikanten op te vangen. Hoe dat voor de andere protestantse denominaties ligt, is mij niet bekend.
Wel dat iets soortgelijks zich voordoet bij onze Oosterburen: ook de Duitse Evangelische Kirche koerst af op een predikantentekort in de nabije toekomst.
Nu hoeft een roeping tot de theologie niet samen te vallen met een roeping tot het ambt. Al lijkt het wel dat de vanzelfsprekendheid binnen kerkelijke gemeenten wat verdwenen is om jonge mensen te stimuleren tot een studie in de theologie. Uit mijn eigen jeugd herinner ik me dat er vanaf de kansel van tijd tot tijd werd gebeden voor nieuwe predikanten. In de tijd dat ik gemeentepredikant was heb ik dat wel af en toe gedaan. Maar, was ik als theoloog ook te veel onder de indruk geraakt van de marginalisering van geloof en kerk in de samenleving dat ik te veel schroom voelde om jonge mensen op het spoor van de theologie te zetten? Het zijn wel overwegingen die bovenkomen bij het luisteren naar de verhalen van jonge mensen die heel bewust voor een studie theologie hebben gekozen. Je kunt dus ook te veel onder de indruk raken van de nacht waarin de theologie niet langer zichtbaar lijkt. De zes genomineerde jonge mensen die spraken vanuit hun passie voor het christelijk geloof en de theologische doordenking ervan, lieten zich er niet door uit het veld slaan, maar namen hun plaats op het podium zonder gêne in. Je hoeft je niet groter te maken dan je bent. Een theoloog leeft van de humilitas, de nederigheid, waarin het kleine een eigen grootheid heeft - om Mark de Jager, de jonge Theoloog des vaderlands, te parafraseren.
Tijdens de Nacht van de Theologie werd Stefan Paas als Theoloog des vaderlands opgevolgd door Samuel Lee. De eerste theoloog uit de kring van migrantenkerken die deze rol kreeg, een deel van het Nederlandse christendom dat het verdient om beter gehoord en meer gezien te worden. In zijn toespraak liet Samuel Lee juist merken dat ‘migrantenchristendom’ helemaal niet zo’n goede typering is, alsof het een soort buitencategorie is. Hij stond daar als een verbinder, iemand die zich identificeert met Nederland, en vanuit de eigen traditie zijn bijdrage aan geloof en theologie in ons land wil leveren.
Dit sluit goed aan bij het essay over de toekomst van de theologie dat Stefan Paas schreef bij zijn vertrek als theoloog van het jaar. Aan het eind van zijn essay kiest Paas voor een realistische positie van de theologie in de geseculariseerde westerse wereld. Als één van de geesteswetenschappen, voert de theologie niet langer de regie in het gesprek over het goede leven. Maar ‘door haar geschiedenis als brede cultuurwetenschap en haar gerichtheid op diepe bronnen van inspiratie en vertrouwen is zij in principe goed toegerust om aan dit gesprek mee te doen, en andere wetenschappen uit te dagen zich te verantwoorden over hun bijdrage aan het goede leven.’ Deze rol van de theologie heeft ook consequenties voor zowel de universiteit als de kerk: ‘Daarmee roept zij [de theologie] ook de academie en de geloofsgemeenschap terug naar hun wortels, namelijk scholen te zijn waar het goede en zinvolle leven wordt beoefend.’ 1
Publieke en/of kerkelijke theologie
Met zijn essay sluit Paas aan bij een andere agenda, de agenda die nadrukkelijk de geloofsgemeenschap en de academie op elkaar wil blijven betrekken.
Natuurlijk moet theologie een relevante factor in de samenleving willen zijn.
Maar, zoals Kevin Vanhoozer en Owan Strachan schrijven in hun boek The Pastor as Public Theologian, het publieke karakter van de theoloog heeft ook te maken met het bijeenhouden van academische en kerkelijke theologie. ‘To be a Christian theologian is to seek, speak, and show understanding of what God was doing in Christ for the sake of the world. [...] Pastors are public theologians because they work in and for the public/people of God, for the sake of the public/people everywhere’ (17).
Dit pleidooi voor de pastor-theoloog, staat niet op zichzelf. Er is een bredere beweging van theologen die aandacht vragen voor de verregaande specialisering van de theologie. Het gevolg daarvan is dat de verbinding tussen academie en gemeente steeds groter wordt. Hoe gespecialiseerder bijbelwetenschappelijke en systematisch-theologische vragen zijn, des te minder relevant ze zijn voor de gemeente, zo lijkt de beweging te veronderstellen. Daar zit enerzijds wat in. Theologie kan zich ook opsluiten in de academie en met eigen vragen bezig zijn. Tegelijk zal er ook altijd ruimte moeten zijn voor theologische vragen die niet zomaar direct toepasbaar zijn. Waar de beweging aandacht voor vraagt, is de vervreemding tussen kerk (die de theologie steeds minder nodig lijkt te hebben) en academie (waarvoor de kerk soms ver weg is).
Wellicht is de situatie op dit punt in de Verenigde Staten nog net weer iets anders dan in Nederland. Maar ook in West-Europa staat de vraag naar de theologische opleiding van predikanten ook voortdurend op de agenda. In november nog was er een studiemiddag aan de PThU waarin Jan Offringa van het netwerk Liberaal Christendom en Ad van Nieuwpoort van de Nieuwe Bijbelschool in debat gingen over Offringa’s these dat predikanten de grondtekst van de Bijbel niet meer hoeven te kunnen lezen. Grieks en Hebreeuws, noodzaak of ballast? De titel van de middag past precies in de vraagstelling in hoeverre kerk en academie elkaar nodig hebben.
Vereniging voor Theologie
Als positief initiatief moet hier de jonge Vereniging voor Theologie genoemd worden. Afgelopen januari belegde de VVTh de tweede conferentie, dit jaar in Breda. De keuze voor het zuiden van het land was ook een uitnodiging aan de Vlaamse vakbroeders en -zusters. In juni 2018 begon de vereniging, een initiatief van een groep Nederlandse en Vlaamse theologen. De vereniging wil een ‘breed platform zonder confessionele scheidslijnen’ zijn. Omdat de van zelfsprekendheid van theologie in de samenleving voorbij is en het landschap versplinterd is, wil het platform stromingen bij elkaar brengen en ontmoetingen stimuleren. 2 Lidmaatschap staat open voor iedereen die een academische opleiding heeft genoten op het terrein van de theologie; of in elk geval een diepgaande interesse heeft voor academische theologie.
Het interessante van deze benadering vind ik dat het platform daarmee een ander domein opzoekt dan de gespecialiseerde vakconferenties van academisch theologen, zoals bijvoorbeeld The Society for Old Testament Study, de Societas Homiletica of de International Academy for Practical Theology.
De specialisering van de theologie komt nergens zo in beeld als in de afzonderlijke vakconferenties, terwijl juist die conferenties vaak de ontwikkeling van het vak sterk stimuleren. Je raakt op de hoogte van de laatste ontwikkelingen in de eigen subdisciplines en het stelt je in de gelegenheid om met collega’s wereldwijd ideeën uit te wisselen of plannen te maken voor samenwerkingen in onderwijs en onderzoek.
Aan de andere kant van het spectrum zijn de conferenties voor predikanten, zoals bijvoorbeeld de Haamstede Conferentie - gebaseerd op het model van de Engelse Leicester Conferentie, of de predikantencontio van de Gereformeerde Bond. Toerusting en bemoediging in het ambt. Tijd om als ambtsdragers onder elkaar te zijn; een korte retraite om op te laden.
De uitdaging die de Vereniging voor Theologie aangaat is om theologen bij elkaar te brengen tussen gespecialiseerde theologie en ambtelijke toerusting. Niet alleen onderzoekers aan de universiteit, maar ook predikanten en docenten godsdienst zijn nadrukkelijk in beeld. Dat er geen confessionele scheidslijnen zijn, maakt de ruimte groter en opener dan de veilige omgeving van gelijkgezinden - tegelijk houdt het de erkenning in van de waarde van confessionele theologie, een waarde die bij de meeste academische conferenties nauwelijks in beeld is. Toen ik afgelopen najaar bij een conferentie in Duitsland was over empirische theologie ging het even over een ander soort conferentie, maar ‘daar wordt te veel gepreekt en gebeden’, zo was het commentaar van een Duitse collega. Hier gaat het precies om de scheiding die de beweging van de pastor-theologians in de Verenigde Staten probeert te overstijgen. Die ervaring deed ik ook op bij de conferentie van de Vereniging van Theologie.
We kwamen samen in de gebouwen van de protestantse gemeente en katholieke kerk van Ginneken, nabij Breda. Eward Postma, die aan de PThU mijn collega liturgiek is, ging voor in een middaggebed. In het versnipperde landschap van de theologie heeft het bestuur van de vereniging een moedige poging ondernomen om theologen van allerlei snit bij elkaar te brengen - om te bidden, om ideeën te delen in korte papers, en om teksten van Thomas van Aquino te lezen over Gods rechtvaardigheid en zijn liefde.
Voor de eerste hoofdlezing was John Barclay, nieuwtestamenticus van Durham University, UK, uitgenodigd om te spreken over Gods rechtvaardigheid bij Paulus. In de nieuwe benaderingen van Paulus heeft Barclay een eigen stem waarin hij aandacht vraagt voor het geschenkkarakter. In de rechtvaardigheid van God gaat het om het geschenk van het nieuwe leven. ‘Not the death of the sinner, but the gift of new life’. Voor Barclay hangen twee noties vanuit Paulus sterk met elkaar samen. Het geschenkkarakter geeft aan dat God geen recht doet aan iets wat in de mens aanwezig is. Barclay nuanceert daarom sterk het gebruik van scheppingstaal - zoals ‘imago Dei’ - omdat er geen inherente waardigheid is. De waardigheid van de mens is een geschenk dat door God wordt gemaakt. Gods gerechtigheid schept het goede en dat wat recht is. De werkelijkheid wordt rechtgezet. Het tweede, en daarmee samenhangende, is het handelen van God in Christus. Voor Paulus, aldus Barclay, is de dood van Christus de grond voor onze ‘right standing’. Met andere woorden: niet iets in de menselijke natuur, maar een daad van God bepaalt onze waardigheid.
De lezing van Barclay legde een bodem voor de rest van de conferentie.
Met papers over het kerkasiel in Bethel (Den Haag), over ‘ordo caritatis’ en de verschillende politieke toepassingen ervan, over de eschatologie van Rowan Williams en Karl Rahner, en over de verhouding kerk en staat vanuit een lezing van Emmanuel Katongole, een Ugandese theoloog.
Annemie Dillen (Katholieke Universiteit Leuven) nam ons mee in een kaleidoscoop van ervaringen van confrontaties van rechtvaardigheid. De praktisch theoloog begint bij het geleefde leven en zoekt vanuit concrete situaties naar een verstaan van gerechtigheid en liefde. Ze besprak voorbeelden van onderzoek naar vergeving en straf voorbij de goedkope genade vanuit haar lezing van de contextuele benadering van Nagy; onderzoek naar de betekenis van ‘genade’ zoals die door gewone mensen wordt omschreven en niet door (theologische) experts; rechtvaardig handelen in gezinnen en families; en een onderzoek op de Filipijnen naar spiritualiteit als ‘advocacy’: spiritualiteit en geloof zijn vormen waarmee mensen opstaan tegen onrecht. De methode van Dillen is volstrekt anders dan de methode van de historisch of systematisch theoloog. In plaats van de analyse van teksten, zoals tijdens de zorgvuldige lezing van Thomas van Aquino onder leiding van Harm Goris, is de methode van de praktisch theoloog veel inductiever: vanuit concrete ervaringen komt de praktisch theoloog tot spanningen in het theologisch denken.
De vraag die overblijft is ‘wat is rechtvaardig in alle verhoudingen en complexe relaties’, een vraag die aanvullende theologie vraagt, naast het historische en het systematische.
Dit is precies wat er gebeurt in een conferentie die de disciplinaire grenzen niet respecteert, maar sprekers vanuit de verschillende hoeken van de theologie de thematiek laat verkennen. De combinatie van herkenning en bevreemding opent gesprek en maakt nieuwsgierig. Dat hebben we in de theologiebeoefening nodig, als het veld is versnipperd. Wat veel theologie-opleidingen proberen - studenten opleiden tot geïntegreerde theologen die in staat zijn om de verschillende gebieden met elkaar in gesprek te brengen, is vreemd genoeg in de velden van onderzoek geen gemeengoed. Het bij elkaar brengen van de disciplines nodigt uit tot nieuwe integraties, evenals het bij elkaar brengen van academisch theologen en theologen die werkzaam zijn in allerlei werkvelden, als predikant, als geestelijk verzorger of als docent in het godsdienstonderwijs.
120 jaar G.T.S.V. Voetius
De startende Vereniging voor Theologie, brengt als vanzelf bij een oude van dage, de Gereformeerde Theologen Studenten Vereniging Voetius die in oktober 2019 120 jaar bestond en in februari dit jaar een jubileumbijeenkomst organiseert. Bij het schrijven van deze Reflexen is het nog geen 6 februari en het verslag van de reünistenbijeenkomst is dus voor een andere gelegenheid.
Tussen het vorige grote jubileum tijdens het honderdjarige bestaan van Voetius in 1999 is er wel het nodige gebeurd. In deze rubriek is vaker geschreven over de ontwikkelingen aan de theologische faculteiten. In een artikel dat het Reformatorisch Dagblad schreef naar aanleiding van het honderdjarige bestaan van Voetius zegt am. De Vreugd, die met dr. J.H. van de Bank (overleden in 2017) en ds. A.J. Mensink de jubileumbundel Cantemus Voetiani schreef, over de toekomst van de vereniging het volgende: ‘Zolang de theologische faculteit bestaat, bestaat Voetius.’ Dat bleek een waar woord. Toen de PThU in 2012 verhuisde naar Amsterdam en Groningen, was de theologische faculteit in Utrecht al verdwenen. Voetius verhuisde mee naar Amsterdam. In Groningen werd kort na de bekendmaking van de verhuizing het Groningsch Theologisch Studenten Dispuut (GTSD) Bonifatius opgericht. Zoals in Kampen Corpus Studiosorum in Academia Campensi Fides Quadrat Intellectum (FQI) de theologiestudenten bij elkaar brengt, en in Apeldoorn de studenten zich verenigen in Per Fidem Studiumque Ad Rostra (PFSAR).
Vanouds spelen de theologische studentenvereniging een belangrijke rol in de vorming van de student tot theoloog. Genoemd worden de doorgaande homiletische oefening en het omgaan met fundamentele feedback op preken, vorming in spiritualiteit op een manier waarop de opleiding daar nooit in zou kunnen voorzien en misschien nog wel meer de theologische vriendschap die ontstaat in een sfeer van existentieel debat: erachter komen waar je theologisch staat, en daarvoor gaan staan, terwijl je door amicae amicique daarover doorvragen. Ik herinner me themanummers van de Vox Voetianorum in de jaren negentig toen ik zelf lid was van Voetius, waarin we elkaar het theologisch hemd van het lijf vroegen, en niet tevreden waren met een uitleg tijdens een borrel. ‘Schrijf het maar op, en ik zal reageren in de Vox.’ De studiepunt die werd toegekend door de opleiding in Utrecht voor deelname aan een dispuut - naast Voetius waren dat toen Excelsior, Themelios, Uterque en nog een paar kleinere verenigingen - woog niet op tegen de tijd die je stak in het schrijven van artikelen, in het voorbereiden van feedback en het bijwonen van bijeenkomsten. Het maakte je tot het soort theoloog waar de opleiding nauwelijks in kon voorzien.
Nu is de relatie met de algemene studentenverenigingen altijd een beetje ambigu. Enerzijds voegt de theologische vereniging wat toe aan het spectrum, bijvoorbeeld door te participeren in overkoepelende platforms zoals IFES.
Aan de andere kant lijkt het beeld enigszins te bevestigen dat theologen zich wat in hun eigen wereld opsluiten, terwijl het contact met de wereld buiten de theologie om meerdere redenen van groot belang is.
De afgelopen jaren is er - gelukkig - meer aandacht gekomen voor de werkdruk en stress onder studenten. De oorzaken daarvan zijn complex.
Studiedruk raakt aan veranderingen in het hoger onderwijs, dat soms schoolser geworden is en de regie bij studenten heeft weggehaald. Ironisch genoeg als gevolg van ‘studeerbaarheid’. Studeerbaarheid heeft de controle op studieonderdelen vergroot en controle over de rendementen van opleidingen zorgt ervoor dat studenten niet alleen meer gecontroleerd worden, maar ook als cohorten onderdeel zijn van de universitaire ‘flow’ om tijdig af te studeren.
Sociale druk onder studenten is toegenomen, omdat de persoonlijke levens van studenten veranderd zijn. En daarbij komt dat de financiële druk met het verdwijnen van de basisbeurs bijdraagt aan stress en uitval. De cijfers waren de afgelopen jaren alarmerend. En gelukkig is er onder besturen van universiteiten steeds meer aandacht voor de geestelijke gezondheid van studenten.
In dit geheel heeft de studentenvereniging een eigen plaats. Die plaats spreekt niet vanzelf. De druk op studenten draagt eraan bij dat lidmaatschap aan de vereniging één van de commitments is waar studenten zich aan geven en wat dus tijd en energie vraagt. Het aantal studenten dat thuis blijft wonen vanwege de kosten van het hoger onderwijs en de woningnood in de studentensteden, is de afgelopen jaren toegenomen en dat heeft gevolgen voor lidmaatschap en betrokkenheid bij de verenigingen. Tegelijk is de studentenver eniging, theologisch of niet, één van de manieren om met de stress om te gaan. Het zijn kostbare plaatsen waar personen worden gevormd voor een plek in de samenleving, waar je vrienden hebt die het studentenleven van binnenuit kennen, en waar verbindingen ontstaan die je later nodig kunt hebben of waarop je terug kunt vallen.
Promoties en personalia
Op 18 oktober 2019 vond aan de TU Kampen de promotie plaats van Rein Verhagen over ‘Quirinus en de andere Van Blankenburgs. Drie generaties musici in de zeventiende en eerste helft van de achttiende eeuw’. Promotor was A.A. Clement; tweede promotor F. van der Pol; copromotor J.R. Luth.
Op 13 december 2019 promoveerde aan de Vrije Universiteit, Faculteit Religie en Theologie, L.J. van Valen op het proefschrift ‘Een in het verbond.
Gereformeerde vroomheidsbetrekkingen tussen Schotland en de Nederlanden in de zeventiende eeuw, met name in de periode na de Restauratie (1660- 1700).’ Promotor was prof.dr. W.J. op ’t Hof, emeritus hoogleraar geschiedenis van het gereformeerd piëtisme aan de VU. Copromotores waren prof. dr. A. Baars, emeritus hoogleraar ambtelijke vakken aan de Theologische Universiteit Apeldoorn (TUA) en dr. J. van de Kamp, universitair docent kerkgeschiedenis aan het Hersteld Hervormd Seminarium (HHS) aan de VU.
Opponenten waren: prof.dr. W. van Vlastuin, prof.dr. S. Hiebsch, prof.dr. A. de Reuver en de in Schotland woonachtige universitair docenten dr. J. Eglinton en dr. E. Mijers.
Op 16 december promoveerde aan de VU, G.H. Leurdijk op het proefschrift: In het voetspoor van Lampe: gereformeerde piëtisten tussen Bremen en de Republiek in de eerste helft van de achttiende eeuw. Als promotores traden op: prof.dr. W. Janse, prof.dr. W.J. op ’t Hof, dr. J. van de Kamp, dr. L. van Santen.
De beide Amsterdamse promoties, beide op het terrein van de gereformeerde vroomheid in de zeventiende en achttiende eeuw, waren de laatste promoties die onder begeleiding van prof.dr. W.J. op ’t Hof tot stand zijn gekomen.
Ter gelegenheid van de 165e dies natalis op 6 december 2019 heeft de TU Kampen eredoctoraten uitgereikt aan drs. Henk de Jong (erepromotor: G. Kwakkel) en dr. Richard Mouw (erepromotor: G. Harinck).
De ETF Leuven benoemde per 1 september 2019 dr. Aza Goudriaan als deeltijdsgasthoogleraar. Goudriaan wordt verbonden aan de vakgroep Historische Theologie en het Institute of Post-Reformation Studies (IPRS).
Verder is per 1 december 2019 prof.dr. Michael Northcott aangesteld als halftijdsgasthoogleraar aan de ETF Leuven. Northcott, tot 2018 hoogleraar aan de Universiteit van Edinburgh, gaat zich binnen de vakgroep Systematische Theologie richten op het thema milieu-ethiek.
Als het om milieu en duurzaamheid gaat, gaan onze gedachten ook uit naar Martine Vonk. Zij overleed op 14 november op 45-jarige leeftijd. Martine Vonk promoveerde in 2011 op het proefschrift ‘Sustainability and Quality of Life’ waarin zij door vier christelijke gemeenschappen te bestuderen vaststelde dat de waarden en uitgangspunten van godsdienstige gemeenschappen kunnen inspireren tot duurzaamheid. Haar proefschrift was een wetenschappelijke onderbouwing van de inspiratie die ze als jongere al ontleende aan het christelijk geloof om duurzaam en ecologisch verantwoord te leven. Zij heeft veel impact gehad in het denken over duurzaamheid in christelijk Nederland. Dr. Martine Vonk werkte als lector Ethiek en Technologie bij Saxion (Deventer) en was bestuurslid van het wetenschappelijk instituut van de ChristenUnie. Zij laat een man en dochter achter. Karel Smouter schreef een in memoriam in het NRC. Daarin klinkt de vraag nog een keer die Martine Vonk christenen heeft laten stellen: waarom staat natuur vooral ten dienste van de mens, terwijl God natuur in zichzelf belangrijk vindt?
1 Stefan Paas, Zoeken naar het goede leven. De toekomst van theologie, Utrecht 2019, 53.
2 www.vvth.org
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 maart 2020
Theologia Reformata | 123 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 maart 2020
Theologia Reformata | 123 Pagina's