Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Scheepsrampen in oorlogstijd (7)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Scheepsrampen in oorlogstijd (7)

8 minuten leestijd Arcering uitzetten

In deze serie beschrijft Maarten Bezuijen te Schiedam de schepen van de Nederlandse koopvaardij en de sleepboten van L. Smit & Go's Internationale ^leepdienst, die in de oorlogsjaren en daarna hebben gevaren. Schepen die ternauwernood zijn ontkomen van een aanval van de Duitsers, maar ook schepen die niet meer terug kwamen en met man en muis zijn vergaan door de aanvallen van de vijand vanuit de lucht en van onder water. Foto's zijn, tenzij anders vermeld, afkomstig uit het eigen fotoarchief van Maarten Bezuijen.

Slamat

Het stoomschip "Slamat", eigendom van de N.V. Rotterdamsche Lloyd in Rotterdam, vertrok op 23 april 1941 van Suez naar Alexandrie. In deze liaven werden orders ontvangen om naar Nauplia (Griekenland) op te stomen, ten einde aldaar troepen te embarkeren. In de avond van 26 april werd de "Slamat" door vijandelijke vliegtuigen aangevallen, waarl)ij een voltreffer nabij de 2e klasse werd geplaatst, die grote verwoesting aanbracht. Zoveel mogelijk werd alles weer opgeklaard en de reis naar Nauplia werd weer voortgezet. Gedurende de nacht werden er in Nauplia troepen ingescheept. Om 04.00 uur, op 27 april 1941, verliet de "Slamat", na verkregen orders, Nauplia. Drie uren na vertrek werd de "Slamat" opnieuw door vliegtuigen aangevallen en door een voltreffer ontstond er brand aan boord, welke zich spoedig uitbreidde. Het schip werd voortdurend met machinegeweervuur bestookt. Er werd order gegeven om het schip door middel van de reddingboten te verlaten. Een torpedoboot, waarvan de naam niet bekend is, bleef in de buurt van de "Slamat" en nam de bemanning en de troepen van de reddingboten en de vlotten over Later ging deze torpedoboot langszij de "Slamat" om de nog aan boord zijnde mensen over te nemen. Dit alles geschiedde onder voortdurende aanvallen van vliegtuigen. Om 09.00 uur verliet de torpedoboot de "Slamat" om tevens de mensen die nog op de vlotten ronddreven op te pikken. Ook deze schipbreukelingen konden door de Duitsers niet met rust gelaten worden en werden aan één stuk door met machinegeweervuur bestookt, waardoor velen gedood en gewond werden. ()m 11.00 uur arriveerden twee Engelse torpedoboten, die de drenkelingen aan boord namen. Het stoomschip "Slamat" stond nu geheel in brand. Om 14.00 uur werd de torpedobc)Ot, die in zuidelijke richting voer, door de vliegtuigen aangevallen en door bomtreffers tot zinken gebracht. Het gelukte enige opvarenden van de "Slamat" zich in een reddingboot te redden en na 26 uren roeien werd een eiland bereikt. Vandaar werd naar het eiland Kreta gezeild. De bemanning bestond uit 78 Nederlanders, 1 Noor, 10 Australiërs, 24 Chinezen en 85 Portugezen. In totaal 198 manschappen. Hiervan werden er slechts 5 gered. Op 25 februari 1921 werd de

Op 25 februari 1921 werd de opdracht verstrekt tot de bouw van een passagier/vrachtschip dat de naam "Papandajan" zou dragen. Op 18 augustus 1921 werd de naam gewijzigd in "Slamat". Op 29 april 1922 werd de kiel gelegd bij Scheepswerf De Schelde in Vlissingen. Op 27 oktober 1923 ging de "Slamat" te water.

Het schip was uitgerust met stoomturbines die een vermogen leverden van 8000 PK. Op 2 april 1924 vond de proefvaart plaats. Op 12 april 1924 had de overdracht plaats aan de Rotterdamsche Lloyd. Op 19 april vond de 'maiden voyage' (eerste reis) plaats^ naar Indië. Op 3 juni 1931 werd de "Slainat" droog gezet bij Wilton Fijenoord in Schiedam. Het voorschip werd los gebrand over een lengte van 9 meter en praktisch gesloopt tot ruim 2. Daarna kreeg het schip een nieuwe 'Mayer­steven' (14 meter lang) aan de romp bevestigd. Op 1 augustus werd dit schip weer uitgedokt. De turbines werden opgevoerd tot 9200 PK. Ook werd het schip van nieuwe schroeven voorzien en een nieuw 'stroonilijnroer' werd gemonteerd. De passagiersaccommodatie werd uitgebreid tot 411 passagiers. Op 7 oktober 1931 werd de "Slamat" heropgeleverd en haar eerste reis was van Rotterdam naar Java. Van 17 augustus tot 12 september 1940 lag het schip in Sydney NSW Australië en werd verbouwd tot troepentransportschip. Op 14 september 1940 als zodanig in dienst gesteld. Op 27 april 1941 als geallieerd troepentransportschip in brand gescholen door Duitse vliegtuigen ter hoogte van Nauplia. Onder aanhoudende bombardementen moest het .schip «orden verlaten. Hierbij vielen 193 doden.

Costa Rica

Het stoomschip "Costa Rica", van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij N.V. te /Vmsterdam, ging in het oostelijk deel van de Middellandse Zee verloren. De "Costa Rica" was één van de schepen die 'Varen aangewezen bij de evacuatie om troepen van Griekenland te vervoeren van Kalamatta naar Alexandrie. Onmiddellijk na vertrek op 27 april 1941 om 06.00 uur van Kalamatta werd het schip door vijandelijke vliegtuigen (bommenwerpers) aangevallen. Dat hield, zonder onderbreking, aan tot ver in de namiddag. Toen explodeerde een bom vlak bij het schip, die een groot gat aan bakboord zijde van de "Costa Rica" veroorzaakte en het schip deed zinken. Aan boord bevonden zich 2800 man troepen en 200 man equipage. Allen slaagden er in de begeleidende Engelse oorlogsschepen te bereiken, die de schipbreukelingen op Kreta aan land zetten.

De "Costa Rica' werd gebouwd als passagiersschip in 1910 bij de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij te Amsterdam. Lang 144,16 m, breed 16,93 m, diepgang 10,41 m, BRT 8672. Uitgerust met een 2 X 4 cilinder Werkspoor stoommachine 6500 IPK. Aantal passagiers: 254.

Gebouwd als "Prinses Juliana" voor de Stoomvaart Maatschappij Nederland te Amsterdam. In 1930 door de KNSM gekocht en in de vaart gebracht onder de naam "Costa Rica". Op 27 april 1941 als troepenschip in geallieerde dienst, tijdens de reis van Kalamatta naar Kreta door Duitse bommenwerpers tot zinken gebracht. Allen werden behouden aan land gebracht.

Wangi Wangi

Het stoomschip "Wangi Wangi" dat eigendom was van de NV Stoomvaart Maatschappij Nederland te Amsterdam, vertrok op 4 april 1941 van Sydney via Freetown naar Engeland. Op 25 mei, na het invallen van de duisternis, werd het schip om 19.25 uur getorpedeerd in ruim IV over bakboordzijde. De kapitein die op de brug stond, haalde de telegraaf een aantal keren heen en weer en zette deze toen op stop, welk commando door de machinist direct werd opgevolgd. Ook de marconist kreeg opdracht om het noodsein uit te zenden. De tas met geheime documentatie werd door de 2e officier vernietigd en overboord gegooid. De kapitein verliet daarna de brug met de normale scheepspapiereji en gaf order aan de stuurlieden om zich naar het sloependek te begeven om aldaar de leiding te nemen bij het vieren van de reddingboten. Op het sloependek aangekomen zijnde, zag hij dat reddingboot no. 3 het schip reeds had verlaten. Sloep no. I (een motorboot) was nog maar gedeeltelijk gevierd toen de kapitein kans zag zijn journaal en scheepspapieren daarin af te geven. Nadat deze reddingboot was gevierd, ging hij ook in deze reddingsloep en voer volle kracht van het schip weg. Op ongeveer 250 meter er vandaan waren de opvarenden getuige hoe de "Wangi Wangi" ten onder ging. Door de hevige explosie was het BB sloependek geheel aan splinters geslagen en de bakboordreddingboten waren uit elkaar gerukt. Nadat het schip gezonken was, kwam de onderzeeboot boven wateren voer langs de motorreddingsloep en de roeisloep. Door de opvarenden van de onderzeeër werden verschillende vragen gesteld waaronder de naam van het schip welke zij getorpedeerd hadden en wat daarvan de bestemming was. Ook werd door de bemanning van de onderzeeër hulp aangeboden in de vorm van water en voedsel, doch dit werd van de hand gewezen. Nadat nog gezegd was hoever en in welke richting men van de dichtstbijzijnde plaats verwijderd was, heeft de onderzeeboot zijn weg vervolgd, tot grote opluchting van de .schipbreukelingen. Toen de onderzeeër verdwenen was, werd in opdracht van de kapitein sloep no. 3 op sleeptouw genomen en werd koers gezet naar Monrovia, nadat men zich ervan had overtuigd dat op de plaats waar de "Wangi Wangi" was gezonken zich geen overlevenden meer bevonden. Bij het aanbreken van de dag (26 mei) werd het aantal overlevenden geteld, waarbij de stoker als vermist werd opgegeven. Om brandstof te besparen en de vaart te bespoedigen werden zeilen bijgezet, hetgeen ook zou kunnen meewerken om door vliegtuigen ontdekt te worden. ()ni 15.00 uur kwam er land in zicht en de volgende dag konden zij op primitieve wijze aan land worden ondergebracht. De "Wangi Wangi" was van de Nederland.sche regering en behoorde tot de Nederlandse 'Prijsschepen' van Nederlands Indië.

Het schip werd in 1926 gebouwd onder de naam "Franken" bij Bremen Vulcan Vegesack. Het werd te water gelaten in februari 1926 en in april van dat jaar opgeleverd. /Xfmetingen waren: lengte 149,78 m., breedte 19,43 m., diepgang 7,50 m. Het schip was groot 7789 ton en uitgerust met een Q 4 cilinder Vulcan stoommachine met een vermogen van 6750 PK. In 1934 werd er een Lage Druk Turbine bijgeplaatst in de machinekamer. Op 10 mei 1940 in Pedang door de Nederlandse Regering in beslag genomen; het beheer werd verzorgd door de Stoomvaart Maatschappij Nederland te Amsterdam. Op 25 mei 1941 tijdens de reis van Sydney via Freetown naar Londen met een lading stukgoed door de Duitse onderzeeboot "U 103" getorpedeerd in de Atlantische Oceaan, ca. 90 mijl van Monrovia en aldaar gezonken. Hierbij kwam 1 opvarende om het

IJselhaven

Het stoomschip "IJselhaven" dat toebehoorde aan de N.V Ciebr Van L'den te Rotterdam, veitrok op 29 mei 1941 \an Liverpool naar de St. Laurens River (Canada). De "IJselhaven" voer in konvooi ()B 328 tot 2 juni. Toen kreeg de kapitein belicht om de reis verder alleen te vervolgen. Op 6 juni werd het schip getroffen dooi een torpedo, direct gevolgd door een tweede. Onmiddellijk werd er order gegeven de leddingboten te stiijken omdat het schip snel zonk. Nadat appèl was gehouden bleek dat er 24 bemanningsleden waren verdronken. Op 13 juni werden de schipbreukelingen door het Finse stoomschip "Hammerland" opgepikt en op 25 juni in Norfolk (Virginia) aan land gebracht. De "IJselhaven" werd op 12 oktober 1920 te water gelaten bij W. Dobson &: Co. in New Castle on T\ ne en in januari 1921 in dienst gesteld. Afmetingen: lengte 109,70 m., breedte 15,85 m., diepgang 7,70 m. Dit stoomschip was uitgerust met een 3 cilinder Triple expansie stoommachine, die een vermogen leverde van 1800 IPK en mat 4802 ton. Op 5 december 1930, tijdens een reis van Savannah naar Bremen met een lading stukgoed aan boord, op de Weser in aanvaring gekomen met het Duitse schip "Oakland", daaina direct aan de grond gezet en op 9 december 1930 naar Bremerhaven gesleept, waar het schip werd gelost en daarna in dok werd gerepareerd. Tijdens de oorlog voor 'The Shipping' gevaren. Op 29 mei 1941 vertrokken vanuit Liverpool naar de St. Laurens River in ballast en voer in konvooi OB 328, dat op 2 juni werd ontbonden. Op 6 juni 1941 werd de "IJselhaven" door de Duitse onderzeeboot "U 43" met twee torpedo's binnen twee minuten de grond in geboord, 600 mijl ten oosten van New Foundland.

Dit artikel werd u aangeboden door: Eilanden-Nieuws

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 april 2010

Eilanden-Nieuws | 8 Pagina's

Scheepsrampen in oorlogstijd (7)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 april 2010

Eilanden-Nieuws | 8 Pagina's