3. Eerbied
Deze artikelenserie gaat over ‘Het allerbeste leven’. Nu schrijven we over de Bijbelse deugd van ‘eerbied.’
Inleiding
Stel dat de koning en de koningin u, jou uitnodigen voor een ontmoeting met hen. Het koningspaar komt naar de plaats waar u, jij woont en wil met enkele inwoners spreken over de wensen die er leven. Wat zou u, jij doen om deze ontmoeting voor te bereiden? Zou u, jij er gehoor aan geven als de koning bepaalde eisen zou stellen aan bijvoorbeeld uw, jouw kleding die bij de ontmoeting moet worden gedragen? U, jij kunt dat zelf wel invullen. Uit alles wat u, jij zegt, doet en laat, zou eerbied blijken voor deze hoogwaardigheidsbekleders. Zouden we dan naar de Allerhoogste, de Koning der koningen niet eerbiedig luisteren?
Degenen die de Heere vrezen, willen Hem niet alleen gehoorzamen, maar ook de eer geven Die Hem toekomt. Dat blijkt uit hun doen en laten. De apostel zegt daarvan in Hebreeën 12:28 en 29: Daarom, alzo wij een onbeweeglijk Koninkrijk ontvangen, laat ons de genade vasthouden, door dewelke wij welbehaaglijk God mogen dienen, met eerbied en godvruchtigheid. Want onze God is een verterend Vuur. Ons leven moet op alle plaatsen en op alle dagen van de week gestempeld worden door eerbied voor God. Dit geldt in het bijzonder op de heiligste plaats en op de heiligste tijden, dat is tijdens de erediensten in Gods huis.
God is heilig
In de eredienst komt de gemeente samen onder de bediening van Gods Woord en de sacramenten. Uit Gods Woord blijkt dat de Heere bij de rechte bediening van Woord en sacramenten op bijzondere wijze aanwezig is. Denk onder meer aan teksten als Éxodus 20:24, Psalm 99:9 en Matthéüs 18:20. Wat geeft het een gewicht aan de eredienst dat de heilige God, Die een afkeer heeft van alle zonden, in Gods huis aanwezig is! Daarom zegt de dichter van Psalm 93:5: De heiligheid is Uwen huize sierlijk, HEERE, tot lange dagen. Jesaja zag in een gezicht de Heere in Zijn huis zitten op een hoge en verheven troon. De serafs stonden boven Hem en riepen: Heilig, heilig, heilig is de HEERE der heirscharen; de ganse aarde is van Zijn heerlijkheid vol (Jes. 6:1-3). In vers 5 lezen we welke uitwerking dit op Jesaja had: Toen zeide ik: Wee mij, want ik verga, dewijl ik een man van onreine lippen ben, en ik woon in het midden van een volk dat onrein van lippen is; want mijn ogen hebben den Koning, den HEERE der heirscharen, gezien.
Eerbied in de eredienst
Gods Geest is in Gods huis werkzaam om te doen alles wat de Heere behaagt. Het heilige karakter van de eredienst noodzaakt de hoorders tot eerbied. Deze eerbied behoort tot uitdrukking te komen in de gestalte van lichaam en ziel, maar ook in de gehele uiterlijke verschijning. Daarvan maakt de kleding een belangrijk deel uit.
De engelen, die volgens Hebreeën 1:14 ‘tot dienst uitgezonden worden om dergenen wil die de zaligheid beërven zullen’, zijn in Gods huis aanwezig. Paulus wijst daarop in 1 Korinthe 11:10: Daarom moet de vrouw een macht op het hoofd hebben, om der engelen wil. Kanttekening 26 zegt bij de laatste woorden: ’Dit verstaan sommigen van de leraars der gemeente, die in de Schrift ook engelen, dat is, boden of gezanten Gods genaamd worden, Mal. 2:7. Openb. 1:20. Doch kan bekwamelijker verstaan worden van de dienstbare geesten, die vanwege hun ambt eigenlijk engelen doorgaans genaamd worden. Want dewijl dezelve in de vergaderingen der gelovigen tegenwoordig zijn, Ps. 34:8. Matth. 18:10, en door alle onordentelijkheid of ongeschiktheid, die daar zou mogen gepleegd worden, bedroefd worden, zo vermaant de apostel de vrouwen, dat zij deze heilige geesten ook behoren te ontzien, om hen hierin niet te bedroeven.’
De woorden van Prediker 4:17a zijn hier ook heel gepast: Bewaar uw voet als gij ten huize Gods ingaat, (…). Kanttekening 38 zegt bij ‘uw voet’: ’De zin is: Heb er acht op waar gij gaat, als gij naar den tempel gaat, gij gaat niet naar een gemene plaats, maar naar een plaats die heilig is en aan heilige dingen toegeëigend; zodat men daar moet verschijnen in ootmoedigheid en met eerbied, als voor Gods aanschijn.’
Omdat we bij de bediening van Woord en sacramenten voor Gods aangezicht verschijnen, wordt vanouds onder ons aangedrongen op eerbied, eenvoud en eerbaarheid, zeker ook met betrekking tot haardracht en kleding.
Wettisch of wettig?
Is dit niet wettisch? zullen sommigen vragen. We stellen enkele tegenvragen: Is het wettisch als een koor bepaalde kledingregels stelt? Is het wettisch als politieagenten een uniform moeten dragen? Is het wettisch als we de mode volgen in onze haardracht, kleding, enz.? Zeker in het laatste geval zal niemand willen beweren dat dit wettisch is. Velen volgen de mode juist graag. Dat voelt goed. Ons wereldsgezinde hart wil niet uit de toon vallen bij de wereld. Hier zien we gelijk waar de schoen wringt: onze gezindheid, onze lust en liefde is om de wereld te volgen.
Waarin blijkt onze lust en liefde om tot Gods eer te leven? Als dat er door genade mag zijn, leven we niet wettisch, maar begeren we om wettig, dat is naar Gods Woord en Zijn heilige wet, te leven. Vraagt u zich en vraag jij je eens af wat er in uw, in jouw leven zou veranderen als u, jij net als Paulus door genade ‘een vermaak in de wet Gods naar den inwendigen mens’ (Rom. 7:22) zou krijgen?
(wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 september 2024
De Wachter Sions | 12 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 september 2024
De Wachter Sions | 12 Pagina's