Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Voetius viert 25e lustrum

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Voetius viert 25e lustrum

Studentenvereniging blijkt leerzaam, proefpreken werden tot op het bot gekraakt

5 minuten leestijd Arcering uitzetten

Het is 4 oktober 1899. Een groepje studenten richt in Utrecht ‘een vereniging van studenten van gereformeerde beginselen’ op. Het klimaat aan de universiteit vraagt erom. Voetius is een feit.

We zijn inmiddels 125 jaar verder. Ups en downs wisselden elkaar af in het bestaan van de Gereformeerde Theologen Studenten Vereniging. Maar klein of groot, voor de vorming van de leden, van toekomstige predikanten was ze alle jaren door van grote waarde. Drie oud-leden uit drie generaties vertellen waarom.


Vroomheid en vrienden

In september 1968 ging ik theologie studeren in Utrecht. Alles was nieuw. Aan het eind van mijn gymnasiumtijd in Middelburg had zich een omkeer in mij plaatsgegrepen. Thijs Geuze – ook uit Middelburg en ook uit de Gereformeerde Gemeenten – had me gespot en naar Utrecht uitgenodigd. Ik kon ook zijn kamer (!) overnemen, omdat hij zelf naar het buitenland vertrok. Hij zei: meld je aan voor Voetius. Terwijl in Praag een opstand tegen Moskou aan de gang was, spoedde ik me op een avond naar de Voetiusstraat. Daar werd je opgewacht door belangrijke leden van Voetius.

Ik was van meet af aan een heel actief lid, sloeg vrijwel nooit iets over. Ik had in theologische kennis ook een grote achterstand. Ik was nog bezig met Wilhelmus à Brakel en William Huntingtons God de Kassier der armen uit de boekenkast van mijn vroeg overleden vader, terwijl de meeste andere studenten Calvijn al uit hadden en een gezicht en outfit om snel beroepbaar te worden.

Voor een baantje in het bestuur moest je ook een wat ander type zijn. In een jacket op elke diesviering en een knappe verloofde en veel Cantemus Voetiani... excelsius, excelsius (het verenigingslied; red.). Mijn passie en vreugde zijn de sectievergaderingen geweest op dinsdagavond. Deze wekelijke exercities – met de voorbereiding was ik heel de dag bezig – hebben me gevormd tot een theoloog die heel zorgvuldig leerde lezen, uitleggen en vrijmoedig verkondigen. Afkomstig uit de Gereformeerde Gemeenten had ik weinig met de vele GB-achtige sjibbolets. Maar de vele inhoudelijke discussies en gesprekken over verbond en verkiezing, Woelderink en Kohlbrugge, Barth en Van Ruler, openden voor mij de ‘poort des hemels’. Je werd gevormd in een stuk vroomheid nog zonder gitaren. Er ontstonden vriendschappen voor het leven. Voor Voetius ben ik dankbaar.

Ds. P.L. de Jong, Rotterdam

(lid van 1968 tot 1974)


‘Gehakketak over niks’

Met de woorden ‘gehakketak over niks’ prees prof. dr. H.W. de Knijff begin jaren negentig de betekenis van een studentenvereniging als Voetius. Hij kwam voor een lezing naar de Utrechtse Wittevrouwensingel, maar belandde in een uitgelopen huishoudelijke vergadering. Met een omvang van zo’n negentig leden was er alle gelegenheid om ons te oefenen in het grondig doch vriendelijk oneens te zijn met elkaar. Discussies gingen zelfs over de kleur van het colbert van de preses.

Het ging over niks, maar vormend was het zeker. Alles is bespreekbaar en iedereen bevraagbaar. Verantwoord je maar, tot op de onzinnigste dingen. Maar altijd binnen de saamhorigheid van de liefde, de amicitia. Dat gold dubbel als je in het bestuur kwam. Twee bestuursjaren – ik was abactis in seizoen 1990/1991 en preses in seizoen 1991/ 1992 – hebben mij een extra studiejaar gekost. Maar daardoor leerde ik ontspannen en tegelijk inhoudelijk te vergaderen. Wat is me dat later van pas gekomen! Tegelijk: Voetius was meer dan ‘gehakketak over niks’. Onze proefpreken en artikelen werden tot op het bot gekraakt. Mág het ook? Er staat in de theologie wel degelijk wat op het spel. Vraag maar eens door op elkaar. Want als twee hetzelfde zeggen, bedoelen ze misschien toch niet hetzelfde. Zelfs niet als het gereformeerd genoemd wordt. Wat is het goed dat er een inhoudelijk geding gevoerd wordt. We zijn het in de kerk nagenoeg kwijt... Ik ben dankbaar dat ik het op Voetius leerde van zovele amicae amicique (zoals we elkaar op Voetius aanspreken: vriendinnen en vrienden) die je je leven lang blijft tegenkomen in de kerk en met wie je na 35 jaar nog steeds als Voetianen omgaat. De Heere zegende en zegene de vereniging.

Ds. A.J. Mensink, Elburg

(lid van 1988 tot 1994, erelid sinds 2000, in 1999 medeauteur van het jubileumboek ‘Cantemus Voetiani!’)


Je scherpt elkaar op

Voetius heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan mijn ontwikkeling naar het predikantschap. Aangezien de klassiek-gereformeerde theologie weinig aandacht kreeg in het curriculum van de Vrije Universiteit, was het noodzakelijk voor mij om mij elders te laven aan de gereformeerde theologie. Voetius was voor mij een plek waar dat mogelijk was. Juist het samen studeren met anderen is van grote waarde. Je leert van elkaar en scherpt elkaar op. Met name de lezingen en studiekringen waren hiervoor leerzaam. Naast de theologische bagage die we meekregen, was de praktische vorming van grote waarde. Door bijvoorbeeld preekvergaderingen en bestuurswerk doe je de broodnodige inzichten op voor de praktijk van het predikantschap.

In de tijd dat ik lid was, waren er twee belangrijke ontwikkelingen. In de eerste plaats ging Voetius over van Utrecht naar Amsterdam vanwege de verhuizing van de Protestantse Theologische Universiteit (PThU). De tweede ontwikkeling was de teruggang van het aantal leden, omdat het aantal theologiestudenten in het algemeen afnam. In mijn eerste jaar waren er ongeveer 35 leden, in mijn laatste jaar waren dat er 10 tot 15. Dit vroeg om de nodige aanpassingen van het programma. Dankbaar ben ik dat in de jaren na mijn vertrek de vereniging weer is gaan groeien. Dat is goed voor de bestudering van de gereformeerde theologie in ons land en goed voor de studenten. Mijn wens en gebed is dat Voetius in de toekomst nog voor veel studenten tot zegen zal zijn.

Ds. C.B. Westerink, Terneuzen

(lid van 2010 tot 2015)

Dit artikel werd u aangeboden door: de Gereformeerde Bond

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 2024

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Voetius viert 25e lustrum

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 2024

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's