Het altaar terzijde geschoven
In de tempel te Jeruzalem, in het heilige der heiligen, woont de HEERE. Wat een wonder: de allerheiligste God woont bij een zondig en doodschuldig volk. Onbevattelijk!
Toch is het mogelijk. Weet u hoe? Is dat uw vraag al geworden, hoe u weer met God verzoend kunt worden? De HEERE heeft Zelf die weg ge opend in Zijn Zoon. In de tempel werd dit onder andere afgebeeld door het koperen brandofferaltaar. Voordat we God kunnen ontmoeten in het heilige moet er betaling zijn voor onze schuld. Het altaar met zijn vuur wijst heen naar Gods brandende toorn over de zonde. Het altaar predikt ons dat er zonder bloedstorting geen vergeving is.
Maar ach, wie zou die prijs der ziele, dat rantsoen, in tijd of eeuwigheid kunnen voldoen? Nu het wonder: er is bloed! Dagelijks vloeide het bloed van onschuldige offerdieren. Dit bloed wees heen naar het bloed van het Lam Dat God Zichzelf heeft voorzien. Bent u al geborgen achter het bloed dat gestort is op het kruisaltaar van Golgotha?
Koning Achaz
De geschiedenis uit 2 Koningen 16 brengt ons in de regeerperiode van koning Achaz. Wie was deze Achaz? Hij was een nazaat van koning David en regeerde over Juda. Van zowel zijn vader Jotham als zijn grootvader Amazia (Uzzia) staat geschreven: ‘En hij deed wat recht was in de ogen des HEEREN’. Wat een voorrecht als je zulke ouders en grootouders mag hebben. Opgegroeid bij de waarheid. Ingeleid in Gods heilgeheimen. Kind van het verbond. Maar toch staat er van deze Achaz geschreven: ‘… en hij deed niet wat recht was in de ogen des HEEREN zijns Gods’. Nee, hij bleek een van de meest goddeloze koningen te zijn die Juda gekend heeft. Hij offerde zelfs zijn zoon op aan de vuurgod in het dal Hinnom. Huiveringwekkend.
Dit toont ons dat we niet met het geloof van ons voorgeslacht voor God kunnen verschijnen. Het gaat er uiteindelijk om wat ons fundament is waarop we staan als we God moeten ontmoeten en rekenschap geven van onze daden. Geliefde lezer, wat is uw fundament? Staat u op rotsgrond of op zandgrond? Kunt u God ontmoeten, zonder te verschrikken? Achaz steunde niet op de HEERE zijn God, dat komt in dit gedeelte zo duidelijk openbaar.
Aardse machten
Wat gebeurde er dan in die tijd? Koning Rezin van Syrië en koning Pekah van het Tienstammenrijk Israël hadden een verbond gesloten en rukken op naar Jeruzalem om dat te veroveren en Achaz af te zetten.
Als Achaz dat hoort staat hij te beven. We kunnen dat lezen in Jesaja 7. Wat moet hij doen? Hij weet raad: hij stuurt een grote schat naar de nog machtigere koning van Assyrië, opdat die hem zou helpen. Hij verwacht de redding van aardse machten. Hij stelt vlees tot zijn arm.
Dan staat plotseling de profeet Jesaja naast hem: ‘Wees niet bevreesd. De HEERE zal de stad verlossen! Eis een teken van de HEERE, dat het zal gebeuren’. Daar heeft Achaz geen zin in, want dan krijgt de HEERE de eer. Bovendien vertrouwt hij niet op de HEERE. ‘U wilt niet? U gelooft niet?’ En dan antwoordt Jesaja: ‘Daarom zal de Heere Zelf ulieden een teken geven: Zie, een maagd zal zwanger worden, en zij zal een Zoon baren en Zijn Naam IMMÁNUËL heten’ (Jes. 7:14).
Hoe loopt het af? Jeruzalem wordt niet ingenomen, want Tiglath-Pileser, de koning van Assyrië, valt Damascus aan en neemt Rezin gevangen. Dus toch door Achaz’ behendigheid? Ach, Achaz is er niet gelukkig door geworden. Hij moet vanaf nu Tiglath-Pileser gehoorzamen en elk jaar grote schatten betalen. En Achaz moet naar Damascus komen om Tiglath-Pileser hulde te bewijzen. Zijn vrijheid is hij kwijt. Wie God verlaat, heeft smart op smart te vrezen. Als Achaz in Damascus komt, ziet hij een schitterend altaar staan. Dat is een veel mooier altaar dan het koperen altaar dat in ‘zijn’ tempel staat. Zo’n altaar wil hij ook. Hij moet immers met zijn tijd meegaan. Snel stuurt hij tekeningen van dit altaar naar Jeruzalem en beveelt dat ze precies zo’n altaar moeten namaken en in het voorhof bij de tempel plaatsen. Dit gebeurt en als Achaz terugkomt in Jeruzalem brengt hij zelf op dit altaar zijn offers.
Hoe aangrijpend! Is dan het koperen altaar, dat heenwees naar de Heere Jezus en Zijn volmaakte offer niet meer nodig? Nee, het staat Achaz in de weg. Hij laat het terzijde schuiven. Hij meent in een eigen weg met een eigen altaar voor God te kunnen bestaan. Achaz rekent niet met God.
Menselijke vindingen
Maar hoe is het in uw leven? Waarop zet u uw vertrouwen in alle moeiten en zorgen? Verwachten we het niet telkens van mensen en menselijke vindingen? Ondanks dat u telkens gepredikt wordt dat de HEERE verlost en spaart? En hoe meent u straks voor God te kunnen verschijnen? Stelt u uw betrouwen op uw eigen offers van godsdienstplichten op het altaar van uw kerklidmaatschap? We komen ermee om, net als Achaz. Huiveringwekkend als we in 2 Koningen 16 vers 20 lezen dat Achaz stierf. Toen moest hij zonder het Altaar voor God verschijnen en heeft hij Gods eeuwig brandende toorn over zijn zonden leren kennen.
Verterend vuur
Geliefde lezer, veracht het bloed van Christus toch niet! Bedenk toch dat het altaar staat voor het aangezicht des HEEREN. Hij ziet het als u het offer van Christus in uw hart veracht. En buiten Christus is God een verterend vuur.
Mag ik u vragen welke plaats heeft het offer van Christus voor u? Heeft u al geleerd de dood verdiend te hebben? Maar ook dat uw zonden nu gelegd zijn op het onschuldige Lam Gods, Dat de dood is ingegaan? Alleen met gebruikmaking van dat Brandofferaltaar is er een weg tot God en kan er gemeenschap zijn met de Heere. God met ons, Immanuël.
Maar het koperen altaar, dat voor het aangezicht des HEEREN was, dat bracht hij van het voorste deel van het huis, van tussen zijn altaar en van tussen het huis des HEEREN; en hij zette het aan de zijde zijns altaars noordwaarts.
2 Koningen 16:14
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 maart 2024
De Saambinder | 24 Pagina's
