Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Vanwaar en waarheen?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vanwaar en waarheen?

8 minuten leestijd Arcering uitzetten

Rond de jaarwisseling leven er altijd twee vragen: hoe was het in het achterliggende jaar en hoe zal het gaan in het komende jaar? Echter, niet alleen voor het natuurlijke, maar ook voor het geestelijke leven zijn dit de twee vragen die om een eerlijk antwoord roepen, zal het wel zijn voor tijd en eeuwigheid.

Dat antwoord moet niet gegeven worden met ons verstand, maar moet beleefd worden in ons hart. De Heere stelde deze vragen ook aan Hagar, toen ze vluchtte voor haar meesteres Saraï en de Engel des HEEREN haar vond aan de fontein op de weg van Sur.

Veel was er gebeurd in haar leven. Abram had haar getrouwd omdat Saraï hem geen kinderen baarde. Abram had dus de vervulling van Gods belofte in eigen hand genomen. Hij kon niet langer wachten op Gods tijd en wijze, maar nam Hagar tot vrouw en wilde het kind dat uit hen geboren zou worden, aanzien voor de beloofde zoon. Maar Abram moest leren dat het ontvangen van de belofte één zaak is, maar dat de vervulling daarvan een andere zaak is, en dat de Heere in de vervulling ervan door het wonder en door onze onmogelijkheden heen werkt.

Wachtenstijd

Daartoe geeft de Heere Zijn volk een wachtenstijd en werkzaamheden aan de genadetroon: ‘Gedenk aan ’t woord gesproken tot Uw knecht, waarop Gij mij verwachting hebt gegeven’. Verstaat u dat?

Abrams daden konden echter niet op Gods zegen rekenen. De eendracht in het huisgezin verdween en tweedracht kwam ervoor in de plaats. Saraï werd veracht in Hagars ogen, waarop zij Hagar vernederde, zodat Hagar wegvluchtte. Aan de fontein op de weg naar Sur vindt de Engel des HEEREN haar en vraagt: ‘Vanwaar komt gij en waar zult gij heen gaan?’

Hagar moest leren belijden dat ze op de vlucht was vanwege haar gekrenkte trots. En is dat niet het beeld van ons allen? ‘Vanwaar komt gij?’ We komen uit het paradijs waar we goed en naar Gods beeld waren geschapen, maar waar we in hoogmoed tegen God zijn opgestaan en Hem hebben verlaten om nooit meer naar Hem terug te keren. Van nature zijn we allen van die weglopers en vluchten we al maar verder van God af, totdat we sterven in onze ongerechtigheden. Of totdat de Heere ons vindt en ons waarachtig tot Hem bekeert. En dat is zo’n eeuwig wonder!

Daar begint het toch mee in het leven der genade. Hagar vond de Heere niet, want er is niemand die naar God vraagt. Maar de Heere vond haar. Heeft Hij ons reeds gevonden in onze verloren staat, om te zoeken en te zaligen dat verloren was? Dan is de vraag op het hart gebonden: ‘Vanwaar komt gij?’ Door ontdekkende genade leren we dat we uit het paradijs komen, waar we Hem de rug hebben toegekeerd, en dat we nu voortdolen in de woestijn van het leven. Dat geeft een droefheid naar God die een onberouwelijke bekering werkt tot zaligheid.

Tweede vraag

In die weg wordt ook de tweede vraag op het hart gebonden: ‘... en waar zult gij heen gaan?’ Hagar moest eerlijk leren belijden dat ze van Saraï kwam en op de weg was naar Egypte; terug naar haar oorsprong met haar afgoden en een leven zonder God. Maar dat is de weg die leidt naar de eeuwige dood! Hebben we dat mogen leren? We zijn immers op weg naar de eeuwigheid! Van nature vluchten we bij God vandaan op de brede weg die naar het verderf leidt. Als Gods Geest onze ogen daarvoor opent, toont Hij ons een uitnemender weg. Daarom zegt de Engel des Heeren tot Hagar: ‘Keer weder tot uw vrouwe en verneder u onder haar handen’.

Ziet u, als verloren zonen en dochteren mogen we dan inkeren tot onszelf, afkeren van de zonde, en wederkeren tot God. Vernederd onder Zijn krachtige hand leren we eerlijk belijden: ‘Ik heb gedaan wat kwaad was in Uw oog, dies ben ik, Heere, Uw gramschap dubbel waardig’.

Rust noch vrede wordt gevonden, totdat de Heere de ogen opent voor Christus, Die de rust voor Zijn volk verwierf. Hij is immers de Engel des HEEREN, Die Zichzelf daartoe in de stilte van de nooit begonnen eeuwigheid aangeboden heeft en Die kwam in de volheid des tijds. Hij is op Golgotha de Godverlatenheid ingegaan voor een volk dat uit zichzelf nooit naar God zou vragen. Als de Weg, de Waarheid en het Leven gaat Hij verloren zondaren zoeken en zaligen.

Ontdekkende genade

‘Vanwaar komt gij en waar zult gij heen gaan?’ We kunnen wel van God wégvluchten, maar we kunnen Hem niet óntvluchten. Gods ogen doorlopen immers de ganse aarde? Hij zoekt een vluchtende Elia op in zijn moedeloosheid en vraagt hem: ‘Wat maakt gij hier, Elia?’ De Heere maakt Zijn volk eerlijk. Hagar moest eerlijk leren belijden: ‘Ik ben vluchtende’. Ze vluchtte weg van Hagar en weg van God. Alleen door ontdekkende genade leren we met David vluchten tot Hem: ‘Zie mij, HEER’, Wien elk moet duchten, tot U vluchten; o mijn God, verlaat mij niet’.

‘Vanwaar komt gij en waar zult gij heen gaan?’ Werden die twee vragen in het achterliggende jaar op uw hart gebonden? Als u daar nog vreemd van bent, moge de Heere het u dan leren in het komende jaar. Dat volk leert vanwaar ze komen, maar ook waarheen ze reizen, namelijk naar de stad die fundamenten heeft, welks Kunstenaar en Bouwmeester God is. Er zijn slechts twee wegen naar de eeuwigheid. ‘Vanwaar komt gij en waar zult gij heen gaan?’ Van harte wensen we u in die weg een goed uiteinde van het oude jaar en een gezegend nieuwjaar.


Vanwaar komt gij en waar zult gij heen gaan? Genesis 16:8m


Bij de voorpagina:

Gereformeerde gemeente meeuwen

Nadat er in 1929 in Aalburg een Gereformeerde Gemeente is geïnstitueerd, sluiten verschillende personen uit Meeuwen en Dussen zich daarbij aan. Omdat de afstand te groot is om de zondagse kerkdiensten te kunnen bijwonen, besluit de kerkenraad van Aalburg in 1930 om in Meeuwen een kerkje te bouwen. Op 18 september van dat jaar neemt ds. W.C. Lamain dit kerkje in gebruik met een preek over Haggaï 2:10b: ‘En in deze plaats zal Ik vrede geven, spreekt de HEERE der heirscharen’. Op 2 maart 1933 volgt de instituering tot zelfstandige gemeente door ds. A. van Dijke. In verband met de groei van de gemeente betrekt men in 1951 een nieuw kerkgebouw (met ruim 200 zitplaatsen) aan de Laan. In 1984 wordt dit vrijwel volledig vernieuwd en aan de voorkant uitgebreid met een vergaderzaal. De geschiedenis van de gemeente is beschreven in ‘Die trouwe houdt’. Het aantal belijdende leden bedraagt 66, het aantal doopleden 55.


Uit:

MEER DAN OVERWINNAARS

ds. G.H. Kersten

(uitg. De Banier, 1953).

Het geloof nu is een vaste grond der dingen die men hoopt. Hebreeën 11:1a

Het zaligmakend geloof

De lichtvaardigheid die aan het licht treedt bij velen, wanneer zij hopen op de hemel en Jezus roemen met de mond, is allerverschrikkelijkst. Onder een christelijke vlag wordt al wat wereld is gediend en goedgepraat. Van de bevinding der heiligen is men afkeriger dan van de genoegens van deze wereld. Maar toch, men hoopt op de hemel en meent straks in te gaan in heerlijkheid. Anderen hebben tien, twintig, veertig jaren geleden eens diepe indrukken in de consciëntie gehad. In vrees voor de dood maakten zij toen bange nachten door. Maar het is overgegaan. Tot ware verlossing kwam het nooit. Doch men hoopt; en klemt zich vast aan een strohalm die straks afbreekt.

‘Is er dan geen hoop zolang een mens leeft?’ vraagt een ander. Gewis j a, omdat een mens zolang hij leeft, verkeert in de mogelijkheid van zalig worden. Maar dat zegt toch niet dat de mens als hij zo voortleeft, enige hoop hebben kan op de zaligheid. Daarvoor zal hij wedergeboren moeten worden. En waar die oprechte droefheid naar God gemist wordt, die een onberouwelijke bekering werkt tot zaligheid, daar blijft geen hoop over; daar is geen ander uitzicht dan het eeuwig verderf. Hoe schrikkelijk zal het ontwaken zijn van dezulken, als hun hoop zal vergaan, omdat zij alle hechte grond van het ware geloof misten. De levende hoop is op het geloof gebouwd. God plantte het geloof in de ziel van Zijn volk in en verwekte de hoop dat de Heere de beloften zal vervullen die Hij in Zijn Woord heeft toegezegd. Deze hoop, die op het geloof rust, is onbedrieglijk, en zal het gehoopte goed doen verwerven.

Die levende hoop is een van God ingestorte hebbelijkheid, waardoor wij met lijdzaamheid en arbeidzaamheid van God zeker verwachten de toekomende beloofde goederen. De natuurlijke mens kan die ware hoop niet door eigen oefening verkrijgen; zij wordt van God in de ziel ingestort door middel van het Woord, dat het zaad der wedergeboorte is. Door die hoop verwacht Gods volk het heil in Christus Jezus. Daarom is zo menigmaal sprake van het verwachten van het goed dat men nog niet bezit. ‘Want hetgeen iemand ziet, waarom zal hij het ook hopen? Maar indien wij hopen hetgeen wij niet zien, zo verwachten wij het met lijdzaamheid’.

De Heere opende de blinde ogen en schonk een zalige kennis van Hem en van Zijn dienst en van het heil Zijner gunstgenoten. Door die bekendmaking is hun hart in liefde ontvlamd, zodat zij boven al wat in de wereld is dat goed van Gods kinderen hebben leren zoeken. Dat deed hen uitroepen: ‘O, hoe groot is het goed, dat Gij weggelegd hebt voor degenen die U vrezen’. Toen is hun hoop op Gods beloften gevallen. Op Zijn Woord mogen zij hopen, het Woord dat Hij opende en toepaste aan de ziel. Hoe bestreden die belofte ook mag worden, de hoop doet uitzien naar het toegezegde heil, ja, zo sterk dat alle twijfel vluchten moet. De hoop toch sluit de twijfel buiten!

slot

Dit artikel werd u aangeboden door: De Saambinder

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 december 2023

De Saambinder | 24 Pagina's

Vanwaar en waarheen?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 december 2023

De Saambinder | 24 Pagina's