Dordt zoals je Dordt niet kende
Vorig jaar hield dr. G.A. van den Brink, hersteld hervormd predikant, een lezing over het aanbod van genade in de prediking. In die lezing werd de prediking in de gereformeerde gezindte ernstig onder kritiek gesteld. Dat betrof trouwens niet alleen de prediking in onze gemeenten, maar ook in andere kerken, zoals zijn eigen Hersteld Hervormde Kerk.
Behalve steunbetuigingen ontving Van den Brink ook veel kritiek. De spreker heeft zich deze kritiek aangetrokken en daarop gereageerd met een zestal lezingen. Deze lezingen zijn gepubliceerd in het boek ”Dordt zoals je Dordt niet kende”. De titel nodigt uit om na te gaan of de Dordtse belijdenis anders verstaan kan worden dan gewoonlijk. De Dordtse Leerregels vormen immers reeds vier eeuwen het gebinte van de gereformeerde geloofsleer in prediking en pastoraat. Wanneer we ook maar een steunbalk gaan verleggen, stort het bouwwerk in elkaar. Voorzichtigheid is geboden bij de uitleg van deze rijke belijdenis!
Aanbod van genade
In zijn eerste lezing gaat Van den Brink in op de doelen van de Dordtse Leerregels. Hij vraagt daarbij vooral aandacht voor het aanbod van genade in de prediking. Van de drie reformatorische belijdenissen is er volgens hem geen zo nadrukkelijk over het aanbod van genade als deze Dordtse belijdenis. De nodiging tot het heil is onmiskenbaar een thema in de Dordtse Leerregels (DL, II.5; III.IV.8). Het zou de moeite lonen om na te gaan hoe deze nodiging functioneerde bij de eerste generatie predikers na Dordt. Volgden predikanten als Van Lodenstein († 1677) en Koelman († 1695) dezelfde lijn als Van den Brink?
Pastoraal spelen rond dit thema ingrijpende worstelingen die wij zomaar niet naast ons mogen neerleggen. Een oudere kerkganger vroeg mij nog onlangs: ‘Zou God mij verworpen hebben?’ Zo’n vraag laat aanvoelen dat het thema dat Van den Brink aansnijdt geenszins theoretisch is. Het vraagt om een zorgvuldige luisterhouding naar de Schrift en de Dordtse belijdenis om niet ter linker- noch ter rechterzijde af te wijken. Een vraag die hierbij herhaaldelijk klinkt is: hoe welmenend is de uitwendige roeping, als volgens Mattheüs 22:14 ‘weinigen zijn uitverkoren’? Niet onbelangrijk.
Arminius
Eerst iets over de voorgeschiedenis. De Dordtse Leerregels zijn gericht tegen de Arminianen. Wie zijn zij en wat leerden zij? Arminianen zijn de volgelingen van Jacobus Arminius (1560-1609). Hij werd geboren in Oudewater. Na zijn studie theologie werd Arminius predikant in Amsterdam. Daar schreef hij een commentaar op de Romeinenbrief, dat direct al veel verwarring gaf. Hij beweerde in dat commentaar dat Jakob is uitverkoren omdat God van tevoren wist dat hij gelovig zou worden. Ezau is verworpen omdat God voorzag dat hij ongelovig zou blijven. Deze opvatting groeide uit tot een groot conflict dat uitmondde in de Dordtse Synode (1618-1619). Het ging hierbij om de wezenlijke vraag: worden wij zalig door Gods voorkennis of door Gods voornemen? Of anders gezegd: is het geloof een daad van de mens, of een gave van God?
Vraagteken
Dr. Van den Brink heeft een vaardige pen. Het is in deze artikelenserie niet de bedoeling om op alle slakken zout te leggen. De rijke schat van deze Dordtse belijdenis staat bovenaan. Zij is eeuwenlang een kompas geweest voor de gereformeerde prediking in ons land en daarbuiten. Wel willen wij een vraagteken plaatsen waar, naar onze mening, Van den Brink de belijdenis niet goed weergeeft. In een laatste artikel proberen we tot een afrondende conclusie te komen, of dit wel echt Dordt is zoals wij Dordt kennen, of een verbastering. Direct al bij dit eerste hoofdstuk over ‘de doelen’ heb ik een prangende vraag. Van den Brink beweert dat onwedergeborenen een vrije wil hebben (blz. 45) Ongetwijfeld bedoelt hij dat wij door de zondeval geen machines of marionetten zijn geworden. Toch is de mens in geestelijk opzicht wel een slaaf. Luther schreef zijn bekende boek ”De knechtelijke wil”. Dordt schrijft in dezelfde lijn dat wij door onze vrije wil van God zijn afgeweken. Onze wil is boos, hard, verkeerd en opstandig geworden (DL III.IV.1). Is dat niet vele malen erger? Wanneer Van den Brink de menselijke keuzevrijheid benadrukt en de vijandige wil ongenoemd laat, wordt het geloof algauw iets van onze goede wil. Dan begrijpen wij niet meer waarom de verkiezing de enige bron van zaligheid is en aan ‘godvrezende zielen zo’n onuitsprekelijke troost geeft’ (DL. I.6).
wordt vervolgd
1 De doelen van de Dordtse Leerregels
2 Noodzaak, functie en eigenheid van het geloof
3 Verkiezing
4 De reikwijdte van de verzoening
5 Wedergeboorte
6 Volharding en zekerheid
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 2023
De Saambinder | 24 Pagina's
