Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Pastoraal en wijs

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Pastoraal en wijs

4 minuten leestijd Arcering uitzetten

Vorige week stonden we stil bij de vraag of de bijlslagen van Boston Bijbels zijn. Daar kan geen discussie over zijn. Een andere vraag die aan de orde moet komen, is: zijn alle bijlslagen ook zaligmakend?

Dit is een actuele vraag, omdat velen het plaatsmakende werk buiten het geestelijk leven plaatsen, terwijl anderen de eerste over- tuiging al als zaligmakend bestempelen. Hoe kunnen we de toeleidende weg tot Christus buiten het geestelijk leven plaat- sen, als een onwedergeboren zondaar niet hongeren en dorsten kan, maar dood is in zonden en misdaden? In de Dordtse Leerregels (hoofdstuk 3 /4, verwerping der dwalingen par. 4) wordt de lering ver- worpen dat ‘de onwedergeboren mens niet eigenlijk noch geheellijk dood is in de zonde, of ontbloot is van alle krachten tot het geestelijk goed; maar dat hij nog kan hongeren en dorsten naar de gerechtig- heid en het leven, en offeren een offerande eens verslagenen en gebroken geestes, die Gode aangenaam is’.

Maar hoe kunnen we aan de andere kant een zondaar gronden buiten Christus? Dit zijn twee onmogelijkheden. Diezelfde zorg merk je bij Boston.

Pastoraal en wijs

We hebben gezien dat de bijlslagen een werk van de Heilige Geest zijn. Toch mogen we niet stellen dat dit werk vanaf de eerste bijlslag altijd zaligmakend is. Boston gaat hier pastoraal en wijs mee om. Zo zegt hij bijvoorbeeld bij de derde bijlslag: ‘En nu is er in die mens een gewel- dige verandering te zien, die zijn buren wel op moeten merken. Hij wordt daarom door de godvruchtigen met blijdschap als een biddend mens in hun gezelschap toegelaten. Hij kan met hen spreken over godsdienstige zaken, ja, zelfs over zielsbe- vindingen waar sommigen geen kennis van hebben. En het goede oordeel dat zij over hem hebben, bevestigt het goede oordeel dat hij over zichzelf heeft. Deze stap is in de godsdienst voor velen die nooit verder komen, noodlottig. Maar hier brengt de Heere aan de uitverkoren rank een nieuwe slag toe’.

En hij schrijft bijvoorbeeld bij de zevende bijlslag: ‘Terwijl hij zo zijn best doet en het nog beter wil doen, gaat hij op een bedrieglijke wijze zichzelf wijsmaken dat zijn staat goed is. Hierdoor worden er dui- zenden verdorven. Maar de uitverkorenen krijgen een nieuwe slag, die hen in deze toestand hun houvast doet verliezen’. Hoe ver kan het toch gaan! Soms rekenen mensen zich al lang bij Gods kinderen, terwijl ze daar geen enkele goede grond voor hebben. En soms durven mensen zich lang geen kind van God te noemen, terwijl het werk in hen het stempel draagt van de Heilige Geest en een vrucht is van de ver- dienste van Christus.

We kunnen dus niet zeggen: ‘De wederge- boorte ligt tussen de derde en de vierde bijlslag, of tussen de zevende en de achtste bijlslag of iets dergelijks’. Bij de uitver- koren zondaar ligt de wedergeboorte bij de eerste bijlslag. Er is immers geen voor- bereiding tot de wedergeboorte. Boston beschrijft deze bijlslagen dan ook als het werk van Gods Geest in de uitverkorenen. Maar in het leven van een godsdienstig mens kunnen de algemene werkingen van Gods Geest soms heel ver gaan. Ook onze Hollandse schrijvers waarschuwen voor het nabijkomende werk. En vader Brakel waarschuwt er tegen dat sommigen het moment van hun wedergeboorte te vroeg leggen en anderen te laat.

Tegenwoordig stuiten deze onderschei- dingen vaak op vijandschap. In sommige kringen wordt eenieder gehouden voor een broeder en zuster in de Heere Jezus Christus. Maar hiermee zijn we bij Boston toch niet aan het juiste adres.

Ontdekking en afsnijding

Boston werpt niet alles weg wat vóór de twaalfde bijlslag ligt. Hij weet juist onder- wijs te geven aan zulke zielen. En aan de andere kant geeft Boston geen rust vóór de twaalfde bijlslag. Een mens moet toch wéten Christus ingeënt te zijn. Dit lijkt me voor de prediking een belangrijke les. Boston voedt het echt niet als mensen zichzelf wat aanpraten en elkaar de handen opleggen. Juist niet. Gods Geest werkt in de weg van ontdekking, ontgron- ding en afsnijding. Als dat gemist wordt, is er geen sprake van het zaligmakend werk van de Heilige Geest.

We vinden hier dezelfde zorgvuldigheid als in onze Dordtse Leerregels. In hoofdstuk 3/4 lezen we overduidelijk in artikel 11, 12 en 13 waarin de wedergeboorte bestaat. En toch wordt de mens geen rust gegeven buiten het geloof in Christus. Bij de vruch- ten van de verkiezing wordt in hoofdstuk 1:12 ‘een waar geloof in Christus’ als het eerste kenmerk genoemd, zelfs vóór de ‘droefheid, die naar God is over de zonde’, zodat de zondaar van zijn droefheid nooit de grond zal kunnen maken.

(slot volgt)

Dit artikel werd u aangeboden door: De Saambinder

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 2022

De Saambinder | 20 Pagina's

Pastoraal en wijs

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 2022

De Saambinder | 20 Pagina's