Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

‘We komen aan alle kanten te kort’

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

‘We komen aan alle kanten te kort’

4 minuten leestijd Arcering uitzetten

Johannes de Kok was in de vorige eeuw een bekende ouderling in Zeeland. Hij heeft in verschillende gemeenten gediend: Borssele, Nieuwdorp en Middelburg. We willen vooral wat aandacht besteden aan de brieven die hij schreef aan jongens uit de Gereformeerde Gemeenten die in de Tweede Wereldoorlog in Duitsland verbleven. Die zijn nog steeds het lezen waard. Maar eerst iets over zijn leven en werk.

In de toenmalige gemeente ’s-Heerenhoek (tussen Nieuwdorp en Borssele) werd op 16 januari 1874 Johannes (ook wel Joannes of Jewan- nes geschreven) geboren. Opmerkelijk, want ’s-Heerenhoek was na 1800 een rooms-katholiek bolwerk geworden te midden van een voornamelijk protes- tantse omgeving. Ook staat dit dorp in de kerkgeschiedenis nog bekend om een koelbloedige moord, gepleegd door ds. Jacobus de Cliever, de predikant van ’s-Heerenhoek. Hij was buitengewoon jaloers op zijn collega in Driewegen, ds. Nicolaas van de Velde (zoon van de bekende ds. Abraham van de Velde, die ”De wonderen des Allerhoogsten” schreef). Nicolaas trok veel hoorders, ook uit ’s-Heerenhoek. Dat zat Jaco- bus niet lekker. Op zondagavond 11 mei 1687 vermoordde hij zijn collega met een geweerschot. Na enige tijd werd hij gearresteerd. Maar nog voordat hij terecht- gesteld werd, beroofde Jacobus zich van het leven. Een ongekend drama dus in de zo rustige Zak van Zuid-Beveland. Welnu, daar in ’s-Heerenhoek werd Johannes de Kok geboren.

Beproeving

Op 25-jarige leeftijd trad hij in Waarde in het huwelijk met Johanna Joppe, maar reeds vier maanden later stond hij aan het graf van zijn jonge vrouw. De huwelijks- band werd schielijk doorgesneden. De Kok had heel wat te verwerken. Een periode van eenzaamheid volgde. In 1906, zeven jaar later, trad hij weer in de echt en wel met Elizabeth de Muynck uit Borssele. Uit dit huwelijk werd hun enige kind, hun dochter Jannetje geboren. In de jaren van zijn weduwnaarschap mocht hij veel steun ervaren door het geloof. De Heere had Johannes al op jonge leeftijd bezocht met Zijn genade. Door de werking des Geestes mocht hij zich geheel aan de Heere overgeven voor tijd en eeuwigheid.

Nog voordat hij voor de tweede keer in het huwelijk trad, werd hij op 29-jarige leeftijd bevestigd tot ouderling in de gemeente te Borssele. Dat gebeurde op 13 april 1903. Het was zijn omgeving niet ontgaan dat er wezenlijke zaken in het hart van De Kok hadden plaatsgevonden, maar ook dat hij gaven bezat om de kerk op stichtelijke wijze te kunnen dienen. Toen hij 50 jaar in het ambt stond, heeft hij daarover in een dienst onder leiding van ds. L. Rijksen in Middelburg het een en ander gezegd: ‘Ik ben in Borssele ouderling geworden. Ik was jong. Ik had geen ouderling willen worden, want ik zeide met Salomo: ‘Ik ben een jongeling en ik weet niet uit of in te gaan voor het aangezicht des volks’. Wan- neer je al die onderscheidingen in de kerk ziet wat het leven betreft, dan komen we aan alle kanten tekort, zowel in het één als in het ander’.

Hij eindigde die toespraak als volgt: ‘Ik zou nog wat kunnen zeggen over mijn levensloop, maar dat is minder nodig voor de gemeente. Ik wens dat ik God verheer- lijken mag in mijn eigen daden en dat de gemeente dat ook mag doen. Dat degenen die kermen geleerd hebben maar veel mogen kermen voor degenen die over hen gesteld zijn (dat ben ik niet alleen), opdat God Zijn Geest niet terugtrekke, maar opdat Hij in ons werken mocht, en dat dat openbaar mocht komen in de wandel van jong en oud. Ook in de jonge mensen. Ik heb nooit berouw gehad dat ik vroeg in dienst was. Dat niet. Ik heb zelfs voor ik ouderling was, toen ik nog heel jong was, die bede al gehad: ‘Zeg mij aan, Gij, Die mijn ziel liefheeft, waar Gij weidt, waar Gij de kudde legert op de middag; want waarom zoude ik zijn als één, die zich bedekt bij de kudden Uwer metgezellen?’ (Hooglied 1:7) (…) Ik wens nog dat de gemeente met mij zingt uit Psalm 71 en daarvan het 12e vers:

Van jongs aan heb ik, Heer’ geprezen,

Uwe werken verstaan,

Daarvan doende vermaan.

Dies als ik oud en grijs zal wezen,

Wijk dan niet van mij, Heere,

Dien ik alleen verere’.

(wordt vervolgd)

Dit artikel werd u aangeboden door: De Saambinder

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 2022

De Saambinder | 20 Pagina's

‘We komen aan alle kanten te kort’

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 2022

De Saambinder | 20 Pagina's