En nu, wat verwacht ik…?
Ooit was er een predikant die tegen zijn catechisanten zei: ‘Ik word het liefst minister genoemd’. Ze keken hem een beetje raar aan. Dat hadden ze niet van de dominee verwacht. Totdat hij het uitlegde. Dominee, dat betekent ‘meneer’. Maar minister, dat betekent ‘dienaar’.
Daar staan ze dan. De koning in het midden. Naast hem de minister-president. En om hen heen de andere negentien ministers van de nieuwe ploeg. De staatssecretarissen mogen er niet bij staan. Misschien dat zij intussen binnen nippen aan een glaasje jus d’orange. En met elkaar napraten over de lange, lange formatie.
Want dat was ongekend, een formatie die op een haar na 300 dagen heeft geduurd. Dat is nog niet eerder gebeurd. Maar uiteindelijk is het dan toch gelukt. Wel ten koste van veel gedoe, met name rond personen en partijen. Misschien heeft het lijmen van de scherven van de kapotgeslagen relaties wel de meeste tijd gekost. En blijkbaar was het nodig dat er iemand kwam die de hoofdrolspelers even streng toesprak. In gedachten hoor je het informateur Remkes, de nationale probleemoplosser, zeggen: ‘Oké, maar nu is het klaar. Geen gedoe meer. Aan de slag’. Of woorden van die strekking.
Bijzonder
Hoe dan ook, het is wel bijzonder dat Rutte nog steeds minister-president is. Zijn vierde kabinet is werkelijkheid geworden. En inmiddels is hij de langstzittende pre- mier ooit van Nederland. Als dat ooit zijn bedoeling was, dan is dat in ieder geval gelukt. Hopelijk strekken zijn ambities verder, en zoekt hij ook de komende kabinetsperiode naar het goede voor land en volk.
Ook bijzonder dat dezelfde vier partijen uit de vorige kabinetsperiode het weer voor elkaar hebben gekregen. Na alle traumatische ervaringen van 2021 staan ze daar dan op het bordes. Vriendelijk lachend rond de koning en de premier. Straks gaan ze naar hun ministerie. Dan nemen ze de zaak over van hun voor- gangers. Ook vriendelijk lachend, maar vanaf dat moment staan ze op scherp. Want laten we het niet onderschatten: een ministerschap in deze tijd is loodzwaar, de verantwoordelijkheid is nauwelijks te dragen, en de weg naar de uitgang is kort.
Dienaar
Wat bezielt deze mensen om in het huidige tijdsgewricht aan te treden als bewindspersoon? Vaak hebben ze een gewaar- deerde plek ergens in de samenleving of in het openbaar bestuur. En dan plotseling zo’n kwetsbare plek, waar je het (vrijwel) nooit voor iedereen goed doet. Bovendien, de eerste weken zullen onge- looflijk pittig zijn. Een eindeloze stroom van ambtenaren zal langskomen, briefings in overvloed, kennis moet worden ver- gaard, en aan het einde van de dag staat het huiswerk voor morgen gereed. Vroeger vooral in de vorm van een paar lood- gieterstassen, tegenwoordig misschien minder papier, maar des te meer digitaal. Een eindeloze stroom van documenten moet in recordtempo worden eigen gemaakt. Immers, morgenochtend moet je alle antwoorden kunnen geven! Natuurlijk, het is een zwaar ambt, maar het is ook eervol. Niet voor niets wordt een minister wel ‘dienaar van de Kroon’ genoemd.
Dienaresse
Maar nu, wat verwacht u van het nieuwe kabinet? Immers, het aantreden van een nieuwe regering betekent ook iets voor ons allemaal als burgers van Nederland. Niet voor niets spreekt Paulus in Romei- nen 13 over de overheid. En niet voor niets wordt de overheid genoemd in de belijdenisgeschriften. Wij krijgen immers een overheid die ons door ‘onze goede God (NGB 36)’ is toegeschikt, ook al zijn de ministers of staatssecretarissen in onze ogen lid van een verkeerde partij. Ook al leven ze misschien anders dan u en ik zouden willen. Het is wel de wettige overheid. Paulus beriep zich zelfs op de Romeinse overheid. Op een keizer die zichzelf goddelijke eer toedichtte. Paulus noemt de overheid toch ‘diena- resse Gods’.
Als we in deze Bijbelse lijn doordenken, dan is het duidelijk dat wij ons hebben te onderwerpen aan deze overheid. Ook aan de nieuw aangetreden regering van Neder- land. En ook al zijn we het niet overal mee eens, dat ontslaat ons niet van de plicht om te gehoorzamen, zolang de overheid niet iets vordert dat rechtstreeks tegen de geboden van God ingaat.
Het betekent nog iets. Als we weten, en geloven, dat de overheid door God is ingesteld, dan mogen we het ook van diezelfde God verwachten. Dan mag het gebed wel sterk zijn, voor ons vorstenhuis, en voor onze regering, voor land en volk. In de wetenschap dat uiteindelijk de Heere regeert, ook door middel van deze over- heid. Dan bidden we te meer: ‘En nu, wat verwacht ik, o HEERE! Mijn hoop, die is op U’. Ons ten goede.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 januari 2022
De Saambinder | 16 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 januari 2022
De Saambinder | 16 Pagina's