Eilandlicht
Ze concentreerde zich op de bladzijde voor haar en streek hem glad met haar lange vingers. ‘Ik lees je voor uit Spreuken, hoofdstuk vijftien, vers eenentwintig. Daar staat: "Dwaasheid is blijdschap voor een mens zonder verstand, maar iemand met inzicht houdt de rechte weg.”’ Hij schoot hardop in de lach.
Om haar mond verscheen een glimlach die ze niet kon verbergen. Ze bladerde verder. ‘En hoofdstuk zeventien, vers zestien luidt: "Waarom toch zou er in de hand van een dwaas geld zijn om wijsheid te kopen, terwijl hij geen verstand heeft?”’
Hij lachte opnieuw en warmde zich aan haar plagerijtje. ‘Dus ik ben een dwaas, ja?’
Ze kneep haar lippen op elkaar en probeerde duidelijk niet te lachen.
‘Ik denk dat je nog een paar verzen verder moet lezen,’ plaagde hij. ‘Staat er in vers tweeëntwintig niet "Een blij hart bevordert de genezing, maar een neerslachtige geest doet de beenderen verdorren?”’
Ditmaal brak haar glimlach door en verlichtte hij haar gezicht en haar ogen.
Er verspreidde zich een warm en tevreden gevoel in hem. Het was een onbekend gevoel, want hij had het nog nooit eerder ervaren, maar wel een gevoel dat hij opnieuw zou willen. Hij wilde nog een glimlach zien, haar zelfs echt aan het lachen maken. Maar niet vanwege zichzelf of vanuit een egoïstische behoefte.
Nee, hij wilde haar zien lachen omdat hij kon zien dat ze dat nodig had, dat ze te weinig vrolijkheid in haar jonge leven had gekend.
Hij mocht dan gestrand zijn in niemandsland, niets omhanden hebben, en ver van de pleziertjes van zijn eigen leven vandaan zijn, hij had nog nooit iets in de weg laten staan om plezier te maken.
Hij zou het beste van de situatie maken. En voor een deel – een groot deel – daarvan zou hij Isabelle Thornton leren plezier te maken. Het zou hem een groot genoegen zijn.
4
‘Isabelle,’ riep Henry vanuit de slaapkamer.
‘Ik heb je nodig!’
Isabelle schonk de mok met koffie vol, zette hem op het blad naast het bord met geroosterd brood en telde tot tien.
Langzaam.
In de achterliggende dagen had ze geleerd dat Henry meestal alleen maar haar aandacht wilde wanneer hij zei dat haar nodig had. Misschien dat er doorgaans hordes bewonderende vrouwen kwamen aanrennen als hij iets zei of met zijn lange wimpers knipperde, maar zij zou er echt niet in trappen.
‘Ik wil je iets laten zien,’ zei hij.
Ze pakte het blad op en dwong zichzelf om met kleine stapjes naar de slaapkamer te lopen. Ze wilde niet de indruk wekken dat ze graag bij hem was, ook al was dat wel zo. Ze wierp een snelle blik over haar schouder, op de achterdeur. Haar vader was hooguit tien minuten geleden vertrokken om te gaan jagen en tot haar schande moest ze bekennen dat ze al bezig was geweest een geldige reden te bedenken om naar Henry toe te gaan.
Haar vader had het grootste deel van de verzorging van haar overgenomen en haar verboden om de slaapkamer in te komen zolang hij thuis was. Als gevolg daarvan betrapte ze zich er steeds vaker op dat ze de minuten telde tot haar vader ging slapen, de trap van de vuurtoren beklom of, zoals nu, bij zijn vallen ging kijken.
Ze vond het prettiger om bij Henry te zijn dan ze wilde toegeven en vooral dan ze aan hem wilde laten merken. Hij was al verwaand genoeg en hoefde niet te weten wat voor effect hij op haar had.
‘Wil je alsjeblieft komen, Isabelle?’ Zijn stem klonk nu zacht en klaaglijk.
Ze verbeet een lach, trok een zo’n ernstig mogelijk gezicht en liep de slaapkamer in. Hij lag op zijn zij en steunde op een elleboog. Naast hem lag een speelbord met stenen op de rand van het bed. Toen hij haar zag, werd zijn glimlach zo breed dat die haar de adem benam. ‘Ik heb er de hele dag naar uitgekeken om je te zien.’
Hetzelfde gold andersom, maar dat ging ze hem niet vertellen.
‘Als ik nog een minuut langer had moeten wachten, was ik uit bed gestapt en had ik de kapitein het huis uit gezet.’
‘Dat zou je vast goed gelukt zijn.’ Ze zette het blad naast het bed neer.
‘Wat?’ Hij keek haar plagend aan. ‘Denk je dat ik een gevecht met je vader niet aankan?’
‘Misschien wel, als je een gebroken arm en been bij je andere verwondingen wilt optellen.’
Hij grinnikte. ‘Je hebt weinig vertrouwen in mijn kunnen, Isabelle.’
Ze overhandigde hem de mok met koffie.
‘Ik weet waartoe mijn vader in staat is als hij wordt uitgedaagd.’
‘Hij doet me denken aan een zwarte beer, die op zijn achterpoten staat, klaar om te brullen.’
Ze glimlachte bij het beeld, want het klopte. Henry nam een slokje koffie. ‘Hij beschermt je te veel.’
‘Hij houdt van me.’
‘Hij kan jou niet altijd bij alles en iedereen vandaan houden.’
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 januari 2024
Eilanden-Nieuws | 20 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 januari 2024
Eilanden-Nieuws | 20 Pagina's