Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Christus dient Zijn discipelen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Christus dient Zijn discipelen

5 minuten leestijd Arcering uitzetten

De eerste woorden uit Johannes 13 zijn: ‘En vóór het feest van het pascha, Jezus wetende dat Zijn ure gekomen was, dat Hij uit deze wereld zou overgaan tot den Vader, alzo Hij de Zijnen, die in de wereld waren, liefgehad had, zo heeft Hij hen liefgehad tot het einde’.

De Heere Jezus is met Zijn discipelen bijeen voor de Paasmaaltijd. Een knecht had hun voeten moeten wassen, maar in deze opperzaal was er geen dienaar. Daarom had een van de discipelen deze taak moeten vervullen. Maar niemand wilde dat doen. Ze waren er te trots voor. In de opperzaal was alles gereed. Er was water in het bekken en er was een linnen doek. Maar niemand was gewillig dit dienende werk te doen.

Liefdedienst

Toen stond de Heere Jezus op. Hij legde Zijn klederen af, nam de linnen doek, omgordde Zichzelf en goot water in het bekken. Hij waste niet alleen de voeten van de discipelen, maar droogde ze ook af met de linnen doek.

O, hoe waar was het dat Hij de gestaltenis van een dienstknecht aannam (Fil. 2:7). De discipelen moeten beschaamd geweest zijn omdat Jezus deed wat zij hadden moeten doen. Ze wisten niet wat ze moesten zeggen. Hoewel, Petrus kon zich niet stilhouden: ‘Heere, zult Gij mij de voeten wassen?’

Toen antwoordde Jezus: ‘Wat Ik doe, weet gij nu niet’. Inderdaad, het is Gods werk en niet het werk van de mens. Het werk van de Knecht des Vaders, Die gekomen was om Zijn wil te doen. ‘Ik heb lust om Uw welbehagen te doen’. Hij deed het ook uit liefde tot Zijn volk. Hij heeft hen liefgehad tot het einde.

Het is voor de discipelen een raadselachtige weg. Veel van Gods wegen zijn wonderlijk en onbegrijpelijk. ‘En Ik zal de blinden leiden door den weg dien ze niet geweten hebben. Ik zal hen doen treden door de paden die ze niet geweten hebben’ (Jes. 42:16). Het was zo onbegrijpelijk dat Abraham Izak moest offeren. Dat Jozef, die zulke wonderlijke dromen had, verkocht werd naar Egypte. Dat Jakob beroofd leek te zijn van kinderen, toen ook Benjamin naar Egypte moest.

Dat Esther met koning Ahasveros moest trouwen. Maar bovenal dat de Messias moest lijden en sterven. Het was een geheimenis voor de discipelen dat hun Meester het werk van een knecht deed. Kent u die onbegrepen wegen, waarvan u het doel en het nut niet zien kunt?

Niet verstaan

Petrus moest buigen onder wat Christus deed. Hij had onderwijs moeten begeren in wat voor hem verborgen was: waarom deze nederige dienst door zijn Meester nodig was. Petrus had nog te veel zelfvertrouwen, was zo onwetend over zichzelf en over de diepte van Christus’ liefde.

De Heere Jezus antwoordde hem met een zacht verwijt: ‘Wat Ik doe, weet gij nu niet, maar gij zult het na dezen verstaan’. In Petrus’ hart was tegenstand: dit zou niet door zijn Meester gedaan moeten worden. ‘Gij zult mijn voeten niet wassen in der eeuwigheid!’

Het was echter alsof de Heere Jezus zei: Je bent nog zo onwetend. De discipelen verstonden niet de noodzakelijkheid van het priesterlijk werk van Christus. Ze begrepen niet dat Hij hen moest zaligen door Zijn leven voor hen af te leggen. Zij wilden Hem dienen, maar Hij diende hen. Hoe vaak verstaan Gods kinderen Zijn handelingen niet.

a. Als Gods voorzienige leiding tegen de beloften schijnt in te gaan. Mozes was gezonden naar Egypte om Israël te verlossen, maar hun lasten werden vermeerderd.

b. Wanneer Zijn leidingen zo onbevattelijk zijn. In plaats van de vervulling van Jozefs dromen werd hij onrechtvaardig in de gevangenis geworpen. Hij was vergeten door de mensen.

c. Als Hij hen brengt voor muren van onmogelijkheden, zoals Israël voor Jericho.

d. Als Hij afbreekt wat Hij gebouwd heeft en uitrukt wat Hij geplant heeft. Zal Hij Zijn eigen werk verwoesten?

e. Wanneer het schijnt alsof Hij toornt op Zijn volk en hen vergeten lijkt te hebben. Asaf verstond Gods leiding niet. Gods kinderen hebben verwacht heiliger te worden, maar het lijkt achteruit te gaan. Ze worden groter zondaar. Nee, ze verstaan het niet als de Heere hen leidt in soms uitermate smartelijke wegen. Als de vijanden schijnen te triomferen. Als Hij Zich verbergt en het zo donker wordt op hun pad. Maar na dezen zullen ze het verstaan.

Heeft de Heere hen verlaten? Zou Zijn Woord, dat hun hoop gegeven heeft, haar vervulling missen? Is alles wat ze eens zo hartelijk geloofd hebben, inbeelding geweest? Ze horen de vijand al spotten: ‘Hij Die nederligt, zal niet weder opstaan’.

Toch heeft de Heere een Goddelijk doel op het oog. Ze moeten leren dat zaligen Zijn werk alleen is. In Zijn werk zal Hij verheerlijkt worden. ‘O, diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennis Gods, hoe ondoorzoekelijk zijn Zijn oordelen en onnaspeurlijk Zijn wegen!’ Maar de Heere zal ze hun openbaren.

Na dezen verstaan

Er zal een tijd komen, na Christus’ sterven, opstanding en hemelvaart, maar vooral na de uitstorting van de Heilige Geest, dat ze het zullen verstaan. Niet alleen de betekenis van de voetwassing, maar Zijn gehele gang van vernedering. Alles wat Hij deed, was voor de betaling van de schuld van zondaren. Hij deed een volkomen werk, want Hij is een volmaakte Knecht des Vaders.

Er is een ‘na dezen’ voor al Gods kinderen. Jozef zei: ‘Gij hebt dit ten kwade gedacht, maar God heeft het ten goede gedacht’. De Heilige Geest leidde de discipelen in alle waarheid. Na dezen zullen alle raadsels zijn weggenomen. Na dezen zullen ze verstaan waarom ze die weg moesten gaan. Van de hoogte van hun verwachtingen afgebracht naar de diepte, als smekeling, een hulpeloze, arme zondaar. Maar die gans hulpeloos tot Hem vloden, zal Hij ten redder zijn.


Jezus antwoordde en zeide tot hem: Wat Ik doe, weet gij nu niet, maar gij zult het na dezen verstaan.

Johannes 13:7

Dit artikel werd u aangeboden door: De Saambinder

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 2023

De Saambinder | 24 Pagina's

Christus dient Zijn discipelen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 2023

De Saambinder | 24 Pagina's