UITGAAN
Meestal stromen mijn columns voor deze pagina vrij gemakkelijk uit mijn pen. Maar deze week wil het in eerste instantie maar niet lukken. Het is geen writersblock: ik heb voor ik aan deze column begon net de laatste hand gelegd aan drie nieuwsberichten en een achtergrondartikel. Het ligt puur aan het onderwerp en een beetje aan mijn ego. Want welke invalshoek ik ook kies, wat ik hierover schrijven ga, gaat ervoor zorgen dat ik straks op het hele eiland (en daarbuiten) als bijzonder suf te boek sta. Ik ben namelijk geen stapper. Die paar keren dat ik - met tegenzin, ook dat nog - in de kroeg plaatsnam, zijn op één hand te tellen en ondanks dat ik bijna drie jaar tegenover een populaire Ouddorpse discotheek heb gewoond, heb ik er nooit een voet binnen gezet. Zo. Het hoge woord is eruit. Nu weet je het: ik ben zo’n jongere (mag ik mezelf nu überhaupt nog zo noemen?) die andere jongeren als ongelofelijk saai zullen bestempelen. Waarom het uitgaan mij niet trekt, weet ik niet goed. Misschien omdat de bank me zo goed bevalt? Of omdat gesprekken bij vrienden thuis toch altijd net wat dieper gaan dan in een rokerige (ja, in mijn tijd werd daar nog gerookt) en lawaaiige kroeg)? Of misschien omdat ik het prototype schrijver ben: licht contactgestoord en zeer neurotisch? Wie zich steeds meer zorgen gaat maken over mijn lich telijk afwijkende gedrag, kan ik geruststellen: ik heb er zelf geen last van. Ik geloof ook niet dat mijn gebrek aan stapuren mijn ontwikkeling geschaad heeft. Als ik zo rond me heen kijk, ben ik ongeveer net zo ver als mijn leeftijdsgenoten: een baan, een man, een hond, een eigen huis en geen tijd meer om te stappen.
Op zaterdagavond uitgaan is voor veel jongeren net zo normaal als ademhalen en slapen. Een avondje naar het café, de discotheek of de bioscoop haalt je uit de sleur van alledag. Want je vergeet voor even al je problemen en waant je in een andere wereld. Ik heb ook best wat avonden in cafés en andere schemerige plekken doorgebracht. En na een paar biertjes voelde het alsof ik heel de wereld aankon. Maar de volgende morgen staarde ik dan met lodderogen in de spiegel, voelde mijn hoofd bonzen en dacht ‘dit nooit meer’. Een avondje stappen geeft tijdelijk ple zier, maar laat je met een leeg gevoel achter. Bijna alle christenen gaan trouwens ook wekelijks uit. In tegendeel tot wat veel mensen denken, lusten christenen er wel pap van. Heel veel gaan zelfs niet één keer, maar twee keer per week op pad. Meestal op zondagochtend en zondagavond. Ondanks dat jij de kerk misschien wat saai vindt, kijken veel mensen uit naar hun wekelijkse uitstapje. Want als je jezelf mee laat slepen door de preek, verdwijnen dingen waar je mee zit naar de achtergrond en word je meegezogen in een andere wereld. Eigenlijk gebeurt er dan hetzelfde als wanneer je een avondje ‘los’ gaat. Het verschil is dat je de inhoud van de kerkdienst mee kan nemen in de nieuwe week. En dat is waarom uitgaan naar de kerk uiteindelijk een beter gevoel geeft. De kerkdienst zelf is misschien niet iedere keer adembenemend, maar het aangeboden perspectief wel. Een leven waarbij er altijd een God is die naar je luistert en je helemaal begrijpt. Iemand die je helpt als je het moeilijk hebt, en je uiteindelijk thuis wil ontvangen met het grootste feest allertijden.
Uitgaan…. Het werkwoord dat je er toe aanzet om de deur te openen en de wijde wereld in te trekken, weg van de huiselijke sferen. Een begrip dat barst van gezelligheid en plezier. Zonder dit werkwoord zouden restauranthouders hun pand beter met de grond gelijk kunnen maken en kroegbazen hun bier beter door het afvoerputje kunnen gieten. Een film draait voor lege stoelen, de Doelen in Rotterdam zou doelloos zijn concerten blijven geven totdat men er ach ter komt dat het allemaal geen nut meer heeft. Je verjaardag zou trouwens ook niet bijster gezellig zijn. Ja, zonder het werkwoord ‘uitgaan’ zou deze wereld er heel anders hebben uitgezien. Het werkeloosheidspercentage zou dan wel eens flink kunnen stijgen. Geen restaurants, cafés en concertgebouwen. Gelukkig maar, dat mensen meer zoeken dan het leven tussen de vier muren waar ze zijn opgegroeid. Flakkee was dan misschien nog steeds een eiland geweest zonder enige verbinding met de rest van de beschaafde wereld. Dan hadden we nog steeds met het pontje van de ene naar de andere kant gemoeten. Maar het pontje werd te vol. Zelfs de muren van Flakkee waren niet sterk genoeg om ons hier te houden. Uitgaan? Dat gaat bij velen toch al snel iets verder dan stappen in Middelharnis. Rotterdam is toch véél groter en leuker? ‘t Is maar waar je je thuis voelt. De één is nou eenmaal wat uithuiziger dan de ander. Je hebt echte feestbeesten en mensen die het woord uitgaan gewoon op een andere manier interpreteren. Zolang het maar gezellig is. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd. Maar… kan alles? Daar moet je niet vanuit gaan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 januari 2013
Eilanden-Nieuws | 18 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 januari 2013
Eilanden-Nieuws | 18 Pagina's