Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Zelfverloochening en zelfontplooiing

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zelfverloochening en zelfontplooiing

4 minuten leestijd Arcering uitzetten

‘Je moet jezelf ontwikkelen. Dat is gezond en ook nodig in deze tijd. Als je niet succesvol bent, ben je een loser. Laat je dus niet afleiden door allerlei dingen die jouw zelfontplooiing in de weg staan’.

Ontwikkelen heeft te maken met gaven. Uit de Bijbel weten we dat mensen hun talenten mogen, ja zelfs moeten gebruiken. ‘Doe goed je best op school, hoor’. Dat zegt iedere opvoeder tegen zijn of haar kind. Ook de meest bekende kerkvader Augustinus deed zijn best. Hij spande zich in en werd een beroemde leraar in de welsprekend- heid. Op het toppunt van zijn roem was hij zelfs verbonden aan het keizerlijke hof in Milaan.

Toen kwam er echter een diepgaande verandering in zijn leven. Hij leerde steeds meer inzien dat alle kennis, ontwikkeling, vaardigheden en roem betrekkelijk waren. Zijn gerichtheid veranderde radicaal. Dat kunnen we al lezen in de eerste zinnen van zijn bekende boek ”Belijdenissen”. Hij begon dit werk met een lofprijzing op God: ‘Groot zijt Gij Heere en ten zeerste lovenswaardig. Groot is Uw macht en Uw wijsheid heeft geen getal’. Augustinus keek van zichzelf áf en richtte zich vol verwondering tot zijn Schepper. Die wilde hij loven. Het ging hem dus niet meer om eigen roem en vermeerdering van zijn bekendheid en waardering. Hij had als een genadegave God leren kennen en dus ook zichzelf. Calvijn schrijft in zijn ”Institutie” over de samenhang tussen Gods- en zelfkennis: ‘De hele hoofdinhoud van onze wijsheid (…) bestaat eigenlijk maar uit twee delen: kennis van God en kennis van onszelf’.

Het doel van inspanningen

Hoe leer je jezelf kennen? Daar had Augus- tinus een duidelijk antwoord op, namelijk naar jezelf kijken. ‘Daal af in jezelf’, hield hij in een van zijn preken zijn hoorders voor. Daarmee legde hij de nadruk op het inner- lijke leven. Bij dat afdalen in jezelf hoorde bij hem de Bijbel. Hij spiegelde zich dus aan het Woord van God. Dat komt duidelijk tot uiting in zijn boek ”Soliloquium”, Alleen- spraken. Hij was in gesprek met zichzelf. Zijn verstand vroeg hem wie hij wilde kennen. Augustinus antwoordde: ‘God en de ziel begeer ik te kennen’. Zijn verstand vroeg: ‘Niets meer?’ Hij antwoordde: ‘Nee, hoegenaamd niets’. Hij wist: God te kennen is alles.

In ”Soliloquium” is een gebed opgenomen. Daarin bad hij: ‘Beveel, bid ik U, en gebied al wat Gij wilt, maar genees en open mijn oren opdat ik daarmee Uw Woorden hore’.

Hij vroeg dus om een gehoor dat in staat was om Gods stem te horen. Ook zijn ogen moesten geopend worden: ‘Genees en open mijn ogen, opdat ik Uw wenken zie’. Het ging hem echter niet alleen om de zin- tuigen: ‘Drijf de verdwazing van mij uit dat ik U herkenne. Zeg mij waarheen ik mijn geest moet richten om U te aanschouwen’. Dit zijn diepe uitingen van aandacht voor het innerlijke leven. Het gaat dan niet meer om het centraal stellen van en werken met mijn eigen gaven om er beter van te worden of er meer aanzien door te krijgen, maar dan staan inspanningen in dienst van God.

Een dienstbare opstelling

Die gerichtheid op het innerlijk betekende echter niet dat Augustinus met een boekje in een hoekje ging zitten. Hij heeft een werkzaam leven geleid. Als bisschop van Hippo Regius in Noord-Afrika heeft hij een groot aandeel geleverd in de strijd tegen groepen christenen die van de Bijbel afweken. We kunnen hierbij denken aan de pelagianen. Zij meenden dat de menselijke natuur door de zondeval niet bedorven was en dat daarom mensen uit eigen kracht in staat waren te kiezen tussen het goede en het kwade. Een andere groep was die van de donatisten. Zij vormden een omvangrijke kerk naast de officiële Christelijke kerk. In de tijd van Augustinus was de donatistische scheurkerk zelfs groter dan de orthodoxe. Het deed hem veel verdriet dat christenen zo tegen- over elkaar stonden. Er werd door de donatisten zelfs een aanslag op zijn leven beraamd. Tijdens een synode in 411 werden ze veroordeeld. Daarnaast heeft hij veel ander werk gedaan.

De aandacht voor het innerlijke leven leidde bij Augustinus niet tot wereld- vreemdheid, maar plaatste zijn werk in dienst en tot eer van zijn Opdrachtgever in Bijbels licht.

Zelfverloochening of zelfontplooiing? Het eerste hangt nauw samen met dienst- baarheid. Dat was bij Augustinus duidelijk het geval.

Ook zelfonderzoek: wat dreef hem? Wat drijft ons? Jeremia gaf een duidelijk advies: ‘Laat ons onze wegen onderzoeken en doorzoeken, en laat ons wederkeren tot den Heere’ (Klaagl. 3:40).

(wordt vervolgd)

Dit artikel werd u aangeboden door: De Saambinder

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 2022

De Saambinder | 20 Pagina's

Zelfverloochening en zelfontplooiing

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 2022

De Saambinder | 20 Pagina's