Uitrusten van onze boze werken
We vallen van het ene wee in het andere, van vrees over een wereldwijd virus in een nog grotere zorg over een bijna wereldwijde oorlog. Hoe zou een mens ’t allemaal bolwerken? Hoe houden we ‘t vol?
Wat een onrustige wereld is dit toch! Veel mensen zijn bang, hebben angst, gaan gebukt onder moeite en verdriet. Veel dingen vragen de aandacht. We moeten preste- ren, meedoen, meetellen en succesvol zijn. We moeten vooral ook consumeren, zelfs gulzig en platvloers, zinnelijk en ongeestelijk, ik-gericht en egocentrisch. Een mens moet toch eten en drinken, want morgen…, ach, nou ja, morgen!
In deze lege wereld die zo vreselijk in het boze ligt, wordt bij dagen en bij nachten veel van mensen verwacht. Je hoofd loopt er soms van over. We vertillen ons eraan. Wat een problemen, wat een rumoer. Het gaat maar door en het houdt niet op. Wat een onrust en tegenspoed. Terwijl we rust willen en met rust gelaten willen worden. We hebben het nodig om uit te rusten van alle dagelijkse arbeid, van het te veel aan onrust en stress om alle opge- dane indrukken te verwerken. We worden overspoeld door (on)zinnige informatie. De wereld zegt: Het is hoog tijd voor vakantie, anders trekken we ’t niet meer. De Heidelberger spreekt zo heel veel wijzer: Het is tijd om uit te rusten van onze ‘boze werken’.
Rust in vakantietijd
De vakantie komt eraan. Even niets meer doen. Even rust. Tenminste, dat hoop je dan maar, dat deze malle wereld je even met rust laat, om uit te kunnen blazen en bij te komen van alle doorstane onzekerheid. Mozes schrijft in het Bijbelboek Levi- ticus dat zelfs het land rusten mag en dat ook de akker rust gegund moet worden. Zes jaar mag een akker bezaaid worden en zes jaar mag een wijngaard bewerkt worden, maar in het zevende jaar moet er rust zijn: ‘Uw akker zult gij niet bezaaien en uw wijngaard niet besnijden’ (Lev. 25:4). Nou ja, als een akker mag uitrusten, dan mag een mens toch zeker ook wel bijtijds rusten van alle arbeid.
Boekenplanken buigen door van het aantal zelfhulpboeken over rust. Leesroosters beloven vrede en ontspanning. Coaches, mediators en therapeuten draaien over- uren om rusteloze mensen te helpen te ontstressen. Dat is natuurlijk allemaal goedbedoeld. Maar wat is het Woord van God dan toch eenvoudig en ook veel heil- zamer. Er klinkt een dringende roepstem van de Zaligmaker: ‘Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven’ (Matth. 11:28).
Het juk van zonden en plagen
Wie zijn het die ‘vermoeid en belast’ zijn? Zij zijn het die moe zijn van zichzelf en die last hebben van de verschrikking van hun schuld voor God en mensen, die hebben leren zuchten onder het juk van zonden en plagen, die het bij ondervinding mogen weten: ‘Mijn schuld is zwaar, ik heb Uw wet geschonden’.
Deze vermoeiden en belasten, zegt Matthew Henry, hebben ‘innig en hart- grondig berouw’ van hun schuld en zonde. Ze hebben een werkelijke afkeer gekregen van de slavendienst van deze wereld, erkennen ‘het treurige en gevaarlijke van hun toestand vanwege de zonde, hebben daar smart over en zijn er gelijk Efraïm in angst en benauwdheid om. (…) De Troos- ter moet eerst van zonde overtuigen. Hij verscheurt en daarna zal Hij genezen’. Er is een stem die roept en die zegt: ‘Komt herwaarts tot Mij’. Allen die zo door Gods Geest aan zichzelf ontdekt zijn, die vermoeid en belast zijn, die het leven in eigen hand niet langer houden kunnen en bij zichzelf niet anders dan onrust kunnen vinden, worden hier genodigd om tot Hem te komen zoals ze zijn, mét alle vuiligheid en afmakingen, met al het zwart van de tenten van Kedar, om rust te vinden in Christus Jezus onze Heere. Hij is de geheel enige Rustaanbrenger voor allen die gees- telijk vermoeid en belast zijn, voor allen die hongeren en dorsten naar Zijn gerech- tigheid. Hij is de grote Noach, Wiens naam ‘rust’ betekent: … want deze zal ons troos- ten’ (of rust geven).
‘Komt herwaarts’. Dat is niet naar links of naar rechts, niet naar het barre noorden of naar het zoele zuiden, maar ‘tot Mij’. Hij geeft de moeden kracht. Alleen in Hem Die hier nodigt, is de rust te vinden, die er overblijft voor het volk van God (Hebr. 4:9). Daar rusten de vermoeiden van kracht. ‘En mijn volk zal in een woonplaats des vredes wonen, en in welverzekerde wonin- gen en in stille geruste plaatsen’ (Jes. 32:18). Dat gunnen we u van harte!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juli 2022
De Saambinder | 16 Pagina's
