Het gekrookte riet [3]
‘Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken en het rokende lemmet zal Hij niet uitblussen’. Mattheüs 12:20a
EERSTE PREDIKATIE
Wij zullen u tonen:
• Eerst: een gekrookt rietje
• Dan: de Heere zal het niet verbreken
• Ten derde: de waarheid van dit stuk.
En het andere daarna, zo God wil en wij leven zullen, op een andere tijd.
Eerst hebben wij dan te bezien een gekrookt rietje.
Een gekrookt rietje zegt: ‘Ik weet niet of God mij wel helpen zal’. Ja, Hij zal u helpen, dat zullen wij tonen.
1. Wat het eerste aangaat: riet en biezen naar de letter zijn bij ons bekend. Het is een zwak, gulzig en menigvuldig gewas. Al heeft het niet veel aanzien, het kan veel uitstaan. Wordt het door zwaar weer tegen de grond geslagen, als het zware weer over is, zo groeit het zoveel te gulziger. Riet en biezen ondersteunen elkaar. Ge zou eerder door een eikenbos geraken, dan door een bos van riet en biezen. De zwakken steunen elkander meer dan eikenbo- men der gerechtigheid. Mozes lag in een kistje van riet en biezen op het water en de profeet spreekt van riet en biezen (Jes. 35:7). Dit is naar de letter. Maar de Heere heeft hier alleen het redelijke riet op het oog. Hij bedoelt de mens die Hij begenadigd heeft, in het leggen van Zijn werk in hun beklagenswaardige en wan- kelende bestaan. Een klein kind in Christus, wat is het al aan de winden onderworpen. De Heere geeft benamingen in Zijn Woord, waarbij de sterke levendig in zijn eigen gedaante wordt uitge- schilderd. Hij noemt ze cederen op de Libanon, eikenbomen der gerechtigheid, het paard van Zijn Majesteit in de strijd, helden van Salomo, heirlegers die schrikkelijk zijn als slagorden met banieren.
Maar de eerstbeginnenden, de zwakken in de genade, die krijgen andere benamingen in het Woord, die hen net zo afschilderen als de benamingen van de sterke. Hoe worden zij genoemd? Een klein kind, een lammetje, een rankje, een jong druifje, een wichtje, het allertederste, een spruitje, een plantje, en ook een rietje, een gebroken rietje.
Een kind Gods in de genadestaat wordt genaamd een rietje en een gekrookt rietje. Waarom komen ze onder die benamingen voor?
1. Een rietje is niet vanzelf gegroeid. Het is door de hand van God geplant, hoe klein en zwak het ook is, evenals de granaatap- pelboom en de arend. Zo is het met de kleinen in de genade. Het werk der genade is in hen, dat is: door Gods hand in hen geplant. Ze zijn een plant van de Vader (Matth. 15:13), het is het werk Zijner handen, door hetwelk Hij verheerlijkt wordt (Jes. 60:21).
Ach, kinderen Gods, het werk dat in u is, dat is niet het werk van uw eigen hand. Hij heeft ons gemaakt, en niet wij, tot Zijn volk en het werk Zijner handen (Ps. 100:3).
(wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 2022
De Saambinder | 20 Pagina's
![Het gekrookte riet [3]](https://www.digibron.nl/images/generated/de-saambinder/reguliere-editie/2022/01/20/1-thumbnail.jpg)
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 2022
De Saambinder | 20 Pagina's