Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Samenspraak over de brief van Paulus (29a)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Samenspraak over de brief van Paulus (29a)

4 minuten leestijd Arcering uitzetten

In den dag wanneer God de verborgen dingen der mensen zal oordelen door Jezus Christus, naar mijn Evangelie. Romeinen 2:16

HOPENDE: De tekst die we thans voor ons hebben, kan ons ook heel wat te overdenken geven. Zonder twijfel wijst deze tekst ons op de grote dag des oordeels. De heidenen zullen dan ook rechtvaardig geoordeeld worden. In de vorige verzen heeft de apostel over de heidenen geschreven, die ook in het gericht Gods niet te verontschuldigen zullen zijn. In het 13e vers heeft hij de Joden in het bijzonder bedoeld, die alleen maar hoorders der wet waren en geen daders. Er zijn er dan ook die de woorden van de tekst die we nu overdenken, alleen op de Joden willen doen slaan, maar de apostel heeft hier ongetwijfeld Joden en heidenen beiden bedoeld, want hij heeft ze beiden in de vorige verzen genoemd.

En nu schrijft hij over de verborgen dingen der mensen. Naar de wet zullen alle mensen geoordeeld worden, ook de heidenen. In de verzen 14 en 15 heeft de apostel duidelijk aangetoond, dat de heidenen zichzelven een wet zijn, ook al leven zij niet onder de wet, maar zonder de wet. Het werk der wet is geschreven in hun harten. Daarom zullen zij ook rechtvaardig naar die wet geoordeeld worden.

UITZIENDE: Het oordeel in die grote dag zal dus werkelijk een rechtvaardig oordeel zijn. En nu zegt de apostel zo, dat God de verborgen dingen der mensen zal oordelen naar zijn Evangelie. Met deze uitspraak van de apostel komt ook de verklaring van de sleutelen des hemelrijks overeen, zoals we die kunnen vinden in zondag 31 van onze Heidelberger Catechismus. Daar wordt immers gezegd: ‘daarentegen alle ongelovigen, en die zich niet van harte bekeren, verkondigd en betuigd wordt dat de toorn Gods en de eeuwige verdoemenis op hen ligt, zolang als zij zich niet bekeren; naar welk getuigenis des Evangelies God zal oordelen, beide in dit en in het toekomende leven’.

God zal dus naar het getuigenis des Evangelies oordelen, beide in dit en in het toekomende leven. Dat klinkt velen niet zo aangenaam in de oren. Het Evangelie is toch alleen maar een blijde boodschap? Gewis, het Evangelie is een blijde boodschap, maar uit zondag 31 blijkt, dat we door de prediking van het Evangelie de verkondiging van de ganse raad Gods hebben te verstaan. Het Evangelie sluit in en sluit uit. Velen weten, vooral tegenwoordig, alleen maar van een insluitend Evangelie. Maar zondag 31 doet ons de vraag beluisteren: ‘Hoe wordt het hemelrijk door de prediking des heiligen Evangelies ontsloten en toegesloten?’

HOPENDE: Juist vriend, daar hebben we aan vast te houden, dat het Evangelie ontsluit en toesluit. En nu spreekt de apostel over zijn Evangelie. Men heeft verachtelijk over zijn prediking gesproken, alsof dat zijn Evangelie was. Zo doet men dat nog. Als we niet anders prediken dan wat God ons in Zijn Woord heeft geopenbaard, dan weet men daar de schouders over op te halen, alsof wij een eigen mening daarmee naar voren brengen. De Schriftgeleerden zullen het wel vertellen wat het zuivere Evangelie is en wat dus de leer der Schriften is, maar ze weten met al hun geleerdheid van de leer van Gods Woord weinig of niets meer af. De Heere zal echter in de grote dag der dagen getuigenis geven aan de zuivere leer der Waarheid.

Als de apostel zegt dat God in de grote dag de verborgen dingen der mensen zal oordelen door Jezus Christus naar zijn Evangelie, dan bedoelt hij daar ook mee, dat hij het altijd gepredikt had wat hij nu hier zegt in de tekst. Te Athene had hij op de Areópagus het luide verkondigd: Daarom dat Hij een dag gesteld heeft, op welken Hij den aardbodem rechtvaardiglijk zal oordelen door een Man, Dien Hij daartoe geordineerd heeft, verzekering daarvan doende aan allen, dewijl Hij Hem uit de doden opgewekt heeft. En in Rom. 14 zullen we hem nog eens horen zeggen: Want wij zullen allen voor den rechterstoel van Christus gesteld worden. En zeer bekend is ook voor ons, wat we lezen in 2 Kor. 5:10: Want wij allen moeten geopenbaard worden voor den rechterstoel van Christus, opdat een iegelijk wegdrage hetgeen door het lichaam geschiedt, naar dat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad.

En nu spreken we over het Evangelie van Paulus, maar we kunnen ook spreken over het Evangelie van Christus, want we horen Hem zeggen in Johannes 12:48: het woord, dat Ik gesproken heb, dat zal hem oordelen ten laatsten dage.

(wordt vervolgd)

Dit artikel werd u aangeboden door: https://www.gergeminned.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 2023

De Wachter Sions | 12 Pagina's

Samenspraak over de brief van Paulus (29a)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 2023

De Wachter Sions | 12 Pagina's