De koude Noordenwind
Wat is de oorzaak dat onze harten zo dor zijn? G. Udemans stelt deze vraag bij onze tekst uit Hooglied 4. Zijn antwoord is ontdekkend: We bidden niet vuriger. En, de wind waait over ons hoofd, niet door ons hart. Laat het daarom onze bede zijn: Ontwaak, Noordenwind van Gods Geest.
In n Hooglied 4 bezingt Christus, de hemelse Bruidegom, de schoonheid van Zijn volk. Hij noemt Zijn bruid een vruchtbare hof met een bron (vers 12-14). De bruid antwoordt dat Christus dé Fon- tein is in de hof. Zonder Hem is er geen vruchtbaarheid.
Daarop volgt het gebed: ‘Ontwaak, Noordenwind’. De bruid heeft Christus nodig, maar ook het werk van de Geest van Christus. Waarom? Hoe zou ze ooit door het geloof gebruikmaken van Christus, zonder het werk van Gods Geest? Christus is de Fontein van het levende water, maar zonder Gods Geest blijft dit water gescheiden van de hof. Wat is het dan arm! ‘Ontwaak, Noordenwind’. Met dit gebed be- lijdt de bruid haar totale afhankelijkheid. Wie kan de wind laten waaien? Wat zijn we toch machteloos. Ook die vrucht van Adams val moet worden ingeleefd, opdat we ons niet zouden verheffen.
De bruid stelt zich in de weg van de middelen, namelijk die van het gebed. Daar ligt ook onze plicht. Met haar gebed drukt ze haar verlangen naar het werk van Gods Geest uit. Al mist u dit verlangen, onbekeerde lezer, toch mag u de woorden van de bruid nabidden. Ja, het is een plicht om zo te bidden om het werk van Gods Geest.
Scherpe wind
De bruid spreekt over Gods Geest als een noordenwind. In Israël brengt een noordenwind, net als in Nederland, vaak kou met zich mee. Deze scherpe wind is nuttig omdat hij vuile dampen verdrijft en schadelijk ongedierte doodt. Elihu sprak over deze wind: En nu ziet men het licht niet, als het helder is in den hemel, als de wind doorgaat en dien zuivert; als van het noorden het goud komt; maar bij God is een vreselijke majesteit (Job. 37:21, 22). We begrijpen nu dat met de scherpe noordenwind het ontdekkende werk van de Heilige Geest wordt bedoeld.
Hoe noodzakelijk is deze wind voor de onbekeerden. Gods Geest moet u ontdekken aan de heilige majesteit Gods. Dan waait er een scherpe wind door onze ziel! We kunnen voor God niet bestaan. Gods Geest doet de scherpte van de wet gevoelen, overtuigt van zonde en schuld, doet beven voor Gods majesteit. Deze wind neemt de dodelijke rust weg waarin we van nature leven. Hij brengt de dood voor ogen en doet zien dat sterven God ontmoeten is. Wie kan dan bestaan? De Noordenwind breekt ook de takken af van eigengerechtigheid en vermeende vroomheid voor God. Als het onkreukbare recht van God wordt ontdekt en de recht vaardige straf op de zonde, kan de ziel zo beven. O, wat is de Noordenwind doordringend. Zo is Gods Geest altijd bezig om af te snijden wat van de mens is. Want God doet een afgesneden zaak op aarde (Rom. 9:27). Kennen we dat?
Vrucht van ontdekking
Letten we er nog op wie deze bede opzendt. Het is de bruid. Maar, de Noor - denwind heeft haar toch al ontdekt aan haar verloren bestaan? De wet was voor haar toch al een tuchtmeester tot Christus? Jawel, maar deze werking blijft zo noodzakelijk (Heidelbergse Catechismus, vraag 115). Het is een vrucht van ontdekking om deze ontdekking te benodigen.
Het gebed van de bruid betekent dat ze zich overgeeft aan de scherpe, pijnlijke Noordenwind. Dat valt niet mee! Zo’n gebed is vrucht van het werk van Gods Geest. Ik kan bidden om de Noordenwind en heimelijk de lieflijke Zuidenwind bedoelen. Ook in ons gebed hebben we oprechtheid nodig.
‘Doorwaai’ mijn hof, zo smeekt ze. Dat is niet voor even. De bruid vraagt om het grondige werk van Gods Geest. We zijn toch niet tevreden met een oppervlakkige zondekennis, waarna we zelf een mooie belofte vastgrijpen en menen gered te zijn?
De bruid verlangt niet alleen naar de Noor- denwind, ze begeert ook de Zuidenwind. We kunnen ernstig spreken over de zonde, het kan misschien niet diep genoeg, maar als zondekennis niet leidt tot de Middelaar, wordt een wezenlijke zaak gemist.
Als zo de Noordenwind zijn werk heeft gedaan en de Zuidenwind van het Evangelie gaat waaien, blijft het verlangen over: ‘O, dat mijn Liefste tot Zijn hof kwame, en ate zijn edele vruchten’.
ds. J.M.D. de Heer, Middelburg
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 mei 2021
De Saambinder | 24 Pagina's
