Eilandlicht
Mijn vader is Mr. Cole. Bovendien, denk je niet dat de tijd van formaliteiten al achter ons ligt?' Hij knikte naar zijn dijbeen en gaf haar een knipoog.
Snel deed ze een stap naar achteren, maar niet voordat hij de verlegenheid op haar gezicht had gezien. Hij lachte, maar de beweging riep gelijk een nieuwe pijngolf op.
‘Omdat het zo te zien uitstekend met je gaat,' zei ze met een berispende klank in stem, ‘kan ik weer gaan.' Ze draaide zich om en liep naar de deur.
‘Nee!' Het kwam er zwakker uit dan hij wilde, maar gelukkig nog duidelijk genoeg om haar te laten stilstaan. ‘Ga niet weg, Isabelle.’ Hij wilde niet alleen zijn. Zelfs met de dosis laudanum die de kapitein hem nog had gegeven, was de pijn te heftig. Hij had iets – of iemand – nodig om zijn gedachten af te leiden.
Hij had al te veel aan Charlie gedacht, en iedere keer was hij overspoeld door schuldgevoelens. Het was zijn schuld dat Charlie niet meer leefde. Zijn trouwe assistent had het eiland Keweenaw Peninsula niet willen verlaten, maar had erop aangedrongen om daar een paar dagen langer te blijven voor de afronding van de overname van de mijn in Eagle Harbor, een van de vele kopermijnen in Copper Country.
Uiteraard had Charlie geen stand kunnen houden tegenover Henry’s pleidooi om al wel te vertrekken. Na de hele zomer en herfst weggeweest te zijn, had Henry niet langer kunnen wachten om terug te keren naar het sociale leven met alle diners, dansavonden en feesten. Ook al zouden ze te laat terug zijn voor het jachtseizoen en het paardenrennen, hij had staan popelen om alle andere pleziertjes weer op te pakken.
Als excuus had Henry aangevoerd dat ze hard genoeg hadden gewerkt. Hopelijk zou zijn vader blij zijn met zijn inzet van de laatste maanden, ook al had Charlie in feite het meeste werk verzet. Charlie had het steeds fijn gevonden om de zaken te behartigen en Henry had niet geklaagd. Het had hem meer tijd gegeven om de nachtclubs te bezoeken en net zo vaak te dansen en te kaarten als de omstandigheden dat toelieten.
Had hij maar naar Charlie geluisterd zodat ze nog een paar dagen in Eagle Harbor waren gebleven. Henry slaakt een diepe, pijnlijke zucht. Nu was Charlie dood en het was zijn schuld.
‘Blijf alsjeblieft,’ zei hij opnieuw.
Hij zag aan haar houding dat ze aarzelde. ‘Ik beloof je dat ik me zal gedragen.’ Hij was er niet aan gewend om aan een vrouw te moeten vragen of ze bij hem bleef. Zelfs in de achterliggende maanden waarin hij over de Grote Meren had gevaren, van Chicago naar de Grand Rapids en naar Marquette, had het hem nooit enige moeite gekost om aandacht van de vrouwen te krijgen.
Eindelijk draaide ze zich om. Haar ogen vernauwden zich toen ze hem aankeek.
‘Goed, misschien gedraag ik me toch niet helemaal,’ beleed hij met een glimlach. ‘Maar ik beloof je dat ik niet zal proberen om je te verleiden.’
Opnieuw verscheen er een blos op haar wangen, wat haar nog aantrekkelijker maakte.
‘Je bent zo mooi, dat het me van de pijn afleidt als ik naar jou kijk.’
Ze rolde met haar ogen en maakte weer aanstalten om weg te gaan.
‘Alsjeblieft, Isabelle.’ Het kon hem niet schelen dat hij moest smeken. De gedachte om nog langer alleen te zijn was gewoon niet te verdragen. ‘Echt, ik heb afleiding nodig.’ Het medeleven in haar ogen vertelde hem dat ze aanvoelde hoe diep zijn pijn ging. ‘Goed,’ zei ze. ‘Ik zal even blijven.’
Pas toen ze de stoel dichter naar zijn bed toe schoof, merkte hij hoezeer hij zijn spieren had gespannen. Hij liet ze weer verslappen – of ieder geval tot zover de pijn hem toestond.
‘Ik kan niet lang blijven, want dat vindt mijn vader niet goed.’ Ze zette de stoel op minstens een armlengte van het bed.
‘Wat hij niet weet, kan hem ook niet deren, toch?’
‘Ik ben niet van plan mijn vader te bedriegen.’ Ze pakte de grote bijbel van de ladekast en ging zitten. ‘Maar hij vindt het vast niet erg als ik je uit de Bijbel voorlees.’
‘Vast niet.’ Hij kon een grijns niet onderdrukken.
Ze reageerde niet op zijn lach. Dat kwam ongetwijfeld doordat hij er waarschijnlijk erg onverzorgd uitzag – ongewassen, ongeschoren en met ongekamd haar.
Kon hij maar rechtop gaan zitten en zich beter presenteren. Als hij de kans had om zich wat op te knappen, zou ze hem vast aantrekkelijker vinden.
Ze haalde een bril uit de zak van haar schort en zette hem op haar neus voordat ze op eerbiedige wijze de bijbel opende. De vergeelde bladzijden ritselden toen zij ze voorzichtig omsloeg.
‘Wat vind je ervan om uit Hooglied te lezen?’ zei hij op de meest serieuze toon die hij kon opbrengen.
Haar vingers hielden stil en ze keek hem over de rand van haar bril fronsend aan. ‘Maak je altijd en overal een grapje van?’
‘Dat probeer ik wel.’
‘Nou, probeer dan nu eens om dat niet te doen.’ Ze keek hem licht bestraffend aan.
Hij moest zijn uiterste best doen om een ernstig gezicht te trekken, en zelfs toen nog voelde hij zijn mondhoeken omhoog krullen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 januari 2024
Eilanden-Nieuws | 20 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 januari 2024
Eilanden-Nieuws | 20 Pagina's