Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Om wiens wil overkomt ons dit kwaad?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Om wiens wil overkomt ons dit kwaad?

De vraag naar het waaróm van de uitbraak van het coronavirus wordt vandaag in allerlei toonaarden gesteld. Ooit stelden heidense zeelui die vraag aan Jona. ‘Verklaar ons nu, om wiens wil ons dit kwaad overkomt’ (Jona 1:8). Jona hoefde niet lang te aarzelen. Hij antwoordde: ‘Ik vreze den HEERE’ (Jona 1:9).

4 minuten leestijd Arcering uitzetten

De HEERE kastijdt degene, dien Hij liefheeft’. Het kruisdragen leert het vlees te kruisigen met zijn begeerlijkheden en de grote Kruisdrager achteraan te komen.

Calvijn zegt dat Jona zijn schuld aan God bekende in tegenwoordigheid van de heidenen. De reformator haalt er de volgende les uit: ‘Zoals Jona hier rustig antwoordt en geen verbittering toont, zo laat ieder van ons, in de ware geest van zachtmoedigheid, onze eigen zonden erkennen’. Ik denk dat daarmee de goede toon gezet is bij de vraag naar het waaróm van de coronastorm.

In veel commentaren op de coronacrisis zien we dat het woord ‘oordeel’ gemeden wordt. Denk slechts aan de felle reacties in de media op de brief van ds. H.J. Agteresch voor de kinderen van zijn gemeente. We vragen ons af wat daarvan de reden is. Is de huidige coronacrisis dan geen oordeel van God?

Omslag

Het woord ‘oordeel’ valt bij velen in onze tijd verkeerd. Dit hangt volgens mij samen met een onbijbelse Godsvoorstelling of zelfs de algehele ontkenning van het Godsbestuur. Volgens cultuurhistorici moet het begin van deze twijfel gedateerd worden in de tijd van de ramp in Lissabon op 1 november 1755. Deze stad werd getroffen door een zware aardbeving, die aan 90.000 mensen het leven kostte. De inwoners van de stad, die in kerken bijeen waren vanwege Allerheiligen, werden bedolven onder het puin. De overlevenden

zochten een veilig heenkomen bij de zee, waar een tsunami hen verzwolg.

‘Verlichtings’-filosofen, zoals Voltaire, bekritiseerden openlijk die theologen die het waagden deze ramp als een straf van God te bestempelen. Volgens Voltaire bemoeide God Zich niet meer met onze wereld. Rampen komen voort uit de onberekenbare krachten van de natuur. Zijn deïstische standpunt is in onze tijd verhard tot koel atheïsme: ‘God bestaat helemaal niet’.

In de linkerhoek van theologisch Nederland wil men het Godsbestaan nog wel erkennen, maar gaan de meeste theologen uit van een bewogen, maar onmachtige God. Zij spreken van een God, Die medelijden heeft met de verdrukten, maar aan hun situatie weinig kan veranderen. Zo’n opvatting is ook onbijbels, want een onmachtige god is geen God.

Smijtegelt

In de gereformeerde belijdenissen worden rampen en onheilen altijd in verband gebracht met ‘de almachtige en alomtegenwoordige kracht van God’ (Heidelbergse Catechismus, Zondag 10) De Bijbel kent geen toeval of noodlot. ‘Zal er een kwaad in de stad zijn, dat de HEERE niet doet?’ (Amos 3:6).

In de bekende boetepreken van Bernardus Smijtegelt vinden we deze belijdenis op pastorale wijze uitgewerkt. De Middelburgse predikant hield doorgaans boetepreken in tijden van crisis. Uit het jaar 1719 zijn drie preken bewaard gebleven, op de grote droogte, op de sterfte van de beesten en op de zieke mensen. In de preek op de zieke mensen schrijft hij: ‘U hebt geheel uw stad gezien als een ziekenhuis, en het houdt nog niet op. Hebt u ooit in zo’n korte tijd zoveel doden gezien? Wat dunkt u van zulke dingen? Ik vrees voor erger’. Smijtegelt legt vervolgens de oorzaak van dit oordeel bloot: ‘God zendt ze over zonden van hardigheid en onbekeerlijkheid tegen al Zijn waarschuwingen. Om zonden van atheïsterij en verloochening van de opperste Majesteit. Om de zonde van hoogmoed zendt de Heere de pest. Ik zal het eruit geselen, zegt de Heere’.

Ten diepste ging het Smijtegelt, en al onze vaderen, om de oprechte verootmoediging voor Gods aangezicht. Zij stonden hiermee geheel in lijn met Israëls profeten die aandrongen op de bekering van het hart. ‘En scheurt uw hart en niet uw klederen’ (Joel 2:13).

Medewerken ten goede

Calvijn heeft in zijn Institutie een bemoedigend hoofdstuk geschreven over het nut en de zegen van het kruisdragen (Inst. III.8). Het kruisdragen is volgens hem een onmisbaar onderdeel van de leerschool van Christus. ‘Want allen, die de Heere heeft aangenomen en de gemeenschap van de Zijnen waardig gekeurd heeft, moeten zich voorbereiden op een hard, inspannend, onrustig en met zeer vele en verschillende soorten van rampen vervuld leven. Want de HEERE kastijdt degene, dien Hij liefheeft’. Het kruisdragen leert het vlees te kruisigen met zijn begeerlijkheden en de grote Kruisdrager achteraan te komen. Christus verzekert de Zijnen dat Hij de oorzaak van alle honger en kommer voor eeuwig heeft weggenomen.

Dit is mijn troost, in druk mij toegelegd, Dit leert mijn ziel U achteraan te kleven.

(Psalm 119:25)

Dit artikel werd u aangeboden door: De Saambinder

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 2020

De Saambinder | 16 Pagina's

Om wiens wil overkomt ons dit kwaad?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 2020

De Saambinder | 16 Pagina's