Eilandlicht
De jonge man die eerder zijn hoofd had opgeheven, hield zich met een hand aan het hout vast terwijl hij zijn andere arm om de oudere man naast hem had geslagen. Isabelle liet zich op haar knieën vallen. Aan hun geblakerde kleren te zien, hadden ze met een brand te maken gehad en vermoedelijk hadden ze brandwonden opgelopen. Bovendien zouden ze door de uren die ze in het ijskoude water hadden doorgebracht inmiddels ongetwijfeld bijna doodvriezen.
Haar vader boog zich met een langzame beweging over het tweetal heen, het was duidelijk te zien dat hij verstijfd was van de kou. ‘Jullie zijn nu veilig, mannen.’ De jongste verroerde zich, maar maakte nog geen aanstalten om het vlot of de oudere man los te laten. Zijn gezicht was spierwit en zijn lippen en oren waren net zo blauw als die van de eerste dode zeeman die was aangespoeld. Hij was volledig doorweekt en zijn blonde haar stond recht overeind. Maar ook al was hij half verdronken, zijn krachtige kaken en gespierde lichaam vertelden haar dat hij in normale omstandigheden zeer aantrekkelijk zou zijn.
Haar vader trok een natte handschoen uit en plaatste zijn vingers tegen de hals van de oudere man. Diens borstkas ging niet op en neer en het lichaam leek volledig verstijfd. Hoofdschuddend trok haar vader zijn hand terug en hij kwam overeind. ‘Hij leeft niet meer.’
Isabelle slikte de teleurstelling weg en wees naar de jongste man. ‘Laten we deze naar huis brengen voordat we hem ook verliezen.’
Haar vader knikte.
Ze pakte de man bij de mouw van zijn wollen jas en trok eraan, maar hij verstevigde slechts zijn greep op zijn maat. ‘Hou vol, Charlie,’ mompelde hij. ‘Ik laat je niet gaan.’ ‘Hij ijlt.’
Haar vader probeerde de arm van de man los te wrikken van zijn maat, maar de man weigerde. ‘Nee, Charlie!’ riep hij uit. ‘Ik heb beloofd dat ik je zou redden!’ Een sterke windvlaag vanaf het meer voerde een ijzige regen met zich mee. Haar vader rilde. Ze moest zowel de drenkeling als hem zo snel mogelijk binnen zien te krijgen. Ze boog zich over de jonge man heen, trok een van haar wanten uit en legde haar warme hand tegen zijn koude wang. ‘Het komt helemaal goed met Charlie,’ zei ze, biddend dat de oudere man nu in de hemel was, veilig en warm.
De jonge man bewoog zich opnieuw en rilde nu onbeheerst.
‘Met u komt het ook wel goed,’ zei ze, ‘maar dan moet u hem nu loslaten, zodat we u naar ons huis kunnen brengen.’
Zijn ogen schoten open en hij ademde diep in. Daarna draaide hij zijn gezicht naar haar toe en keek haar met opvallend blauwe ogen aan.
Ze glimlachte naar hem. ‘Het is goed. U bent aan land.’
‘Weet u het zeker?’ vroeg hij klappertandend. Ze knikte. ‘U bent veilig, maar we moeten u naar binnen zien te krijgen. Daar is het warm.’
Hij keek haar aandachtig aan en glimlachte loom. ‘Weet u zeker dat ik niet het bewustzijn ben verloren en nu dingen zie die niet echt zijn?’
‘Nee. U leeft nog.’ Alleen wist ze niet zeker hoelang nog als ze niet snel actie ondernam. ‘U bent de mooiste vrouw die ik ooit heb gezien,’ zei hij. ‘Ik moet wel dromen.’ Zijn blik gleed over haar gezicht met een intimiteit die haar ineen deed krimpen. Snel wierp ze een blik op haar vader, maar die was druk bezig de man van zijn maat los te krijgen en merkte het niet op.
‘Laat Charlie nu maar los,’ zei ze, ‘het is goed.’ Ze hoopte dat haar stem kalm en geruststellend klonk.
Zijn grijns werd breder en een mondhoek krulde omhoog. ‘Wilt u met me trouwen?’ Hij ijlde echt.
Ze boog haar hoofd om haar verlegenheid te verbergen, ook al wist ze dat ze er geen reden was om verlegen te zijn. ‘Ik trouw alleen met u,’ antwoordde ze, ‘als u me belooft Charlie los te laten.’ Ze wist dat ze nu net zulke onzin uitkraamde als de man, maar ze moest hem hoe dan ook nu mee naar huis zien te krijgen, anders zou hij het niet overleven. Hij knipperde met zijn ogen en zijn glimlach kreeg weer iets ernstigs. ‘U bent een keiharde onderhandelaar.’ Zijn stem werd zwakker. ‘Maar ik ga ermee akkoord…’
Eindelijk liet hij Charlie los. Zijn ogen gleden dicht en zijn hoofd viel opzij toen hij buiten bewustzijn raakte.
***
Haar vader droeg de jonge man over het rotsachtige strand en langs de aan weer en wind blootgestelde vuurtoren naar de kleine dienstwoning van de vuurtorenwachter. Het huis had twee slaapkamers, maar omdat die van Isabelle niet groter was dan een keukenkast, legden ze de man in haar vaders slaapkamer.
‘Laat mij zijn wonden verzorgen, pap,' drong ze aan toen haar vader haar de kamer uit wilde sturen. ‘U moet zich nodig van uw natte kleren ontdoen en weer warm zien te worden.'
Hij legde een berenvel over de man en negeerde het water dat uit zijn eigen jas droop.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 december 2023
Eilanden-Nieuws | 20 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 december 2023
Eilanden-Nieuws | 20 Pagina's