En nu de praktijk
De manier waarop de Bijbel wordt uitgelegd heeft grote invloed op allerlei onderwerpen. In het vorige artikel zagen we hoe de wegen van de klassieke en de nieuwe hermeneutiek uiteengaan. Nu bezien we aan de hand van enkele voorbeelden welke wissels omgaan als het eigen ik centraal komt te staan.
De klassieke manier van Bijbeluitleg onderwerpt zich onvoorwaardelijk aan het spreken van God in Zijn Woord. Spreekt de Heere over zes scheppingsdagen? Wordt dat in het vierde gebod van Gods wet herhaald? Wel, dan biedt de Bijbel geen ruimte om de scheppingsdagen uit te leggen als lange perioden.
De bijbeluitleg in het spoor van de Verlichting trekt echter andere conclusies. Het uitgangspunt is de wetenschap. Het verstand van de mens trekt conclusies uit de waarnemingen in de natuur. Als daaruit blijkt dat het heelal en ook de aarde miljarden jaren bestaan, dan moet Genesis 1 wel op een andere manier worden uitgelegd. We willen niet de suggestie wekken dat de vragen vanuit de wetenschap simpel zijn. Het kan knap lastig zijn als we met een overvloed aan ‘bewijs’ worden geconfronteerd. En toch, de Heilige Geest inspireerde Genesis 1 zoals het hoofdstuk in onze Bijbel staat. Pogingen om schepping en evolutie met elkaar te combineren, knagen aan het gezag van Gods Woord.
Invoelingsvermogen
De verlichte manier van Bijbeluitleg is tamelijk herkenbaar. De denkstappen zijn goed te volgen. Bij de nieuwe hermeneutiek is dat misschien ingewikkelder, omdat deze een appel doet op ons invoelingsvermogen. Een voorbeeld. Als een vrouw zich heel persoonlijk tussen God en haar ziel geroepen weet om in Zijn Koninkrijk te dienen, als ze daarbij de gave van het Woord en een sterke pastorale inslag heeft, als er ondertussen vacatures zijn die moeilijk vervuld kunnen worden, mag dan een generale synode een plaatselijke gemeente verbieden deze vrouw te bevestigen tot ouderling? Mag een synode heersen over het geweten van deze vrouw en haar roeping, die zij oprecht beleeft, afkeuren? Dergelijke redeneringen zijn gevolgen van de nieuwe hermeneutiek. Wat moeten we denken van een zekere Klara die na het synodebesluit van de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) om vrouwen niet toe te laten tot de ambten schreef: ‘Ik ben zelf een vrouw, geroepen door de Heer en niets en niemand kan en mag mij tegenhouden’. Swenne schreef: ‘Heel verdrietig inderdaad! Voor de kerken en voor de vrouwen die zo graag gelijk behandeld willen worden in Gods koninkrijk’. En Heleen: ‘Voor God is toch iedereen gelijk en vrouwen hebben, net als mannen, enorme gaven en talenten! Moeten vrouwen dan hun gaven en talenten, op dat gebied, in de grond stoppen?’
Dit bedoelen we nu met de wissel die omgaat. Het persoonlijke gevoel is bepalend voor wat de Bijbel zegt. En juist dit appel op het gevoel doet het in onze tijd goed.
Ruimte
Opvallend is het vraagstuk dat de classis Hardenberg heeft voorgelegd aan de Generale Synode van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt). Het punt luidt: ‘De Bijbel lijkt de homoseksueel die de Here oprecht liefheeft en in liefde en trouw wil leven niet te kennen. Wij weten tegenwoordig dat hij/zij wel bestaat’. Met als vervolg- vraag: ‘Is er ruimte voor een volwaardige plaats, in volle rechten en plichten, voor deze broeder en zuster in de gemeente van Christus?’ Volgens de classis is dit een hermeneutische vraag, een vraag dus die gaat over de wijze waarop de Bijbel moet worden uitgelegd. ’Hoe moeten wij omgaan met deze spanning tussen de normatieve Bijbel en onze werkelijkheid?’
Het uitgangspunt in deze vraag ligt dus in de praktiserende homo die zich niet herkent in wat de Bijbel over de homoseksuele praktijk schrijft. Tussen de regels klinkt door dat het niet goed is om deze persoon, met zijn beleving en praktijk, te veroordelen. Je kunt toch niet in iemands diepste gevoelens treden?
Drijfveren
De christelijke gereformeerde predikant B. Loonstra vat de vraag zo samen: ‘De mens van de moderne tijd vindt het geforceerd als mensen niet mogen handelen naar hun diepste drijfveren. Waarom mogen mensen van hetzelfde geslacht, als ze elkaar liefhebben, geen relatie aangaan?’ Volgens hem zijn praktiserende christenhomo’s kinderen van God die een weg zoeken om God te dienen. En dus zijn het geen mensen die Paulus in Romeinen 1 waarschuwend bedoelt. De synode van de CGK, die de homoseksuele praktijk ‘zonde’ noemde, hanteert volgens Loonstra een statisch waarheidsbegrip. Oude teksten worden dan zomaar op nieuwe situaties geplakt, waardoor mensen worden veroordeeld. En dat vindt Loonstra niet geoorloofd. Spreekt hij daarmee de Schrift na of spreekt hij naar het hart van de moderne mens bij wie de eigen beleving bepalend is? Duidelijk het laatste.
(wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juli 2022
De Saambinder | 16 Pagina's
