Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Bemoedigende belofte voor de schapen van Christus

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bemoedigende belofte voor de schapen van Christus

Het eerste deel van Zacharía 13:7 bevat een belofte, die spreekt over het borgtochtelijk lijden en sterven van de Heere. ‘Zwaard, ontwaak tegen Mijn Herder, en tegen den Man Die Mijn Metgezel is, spreekt de HEERE der heirscharen’.

5 minuten leestijd Arcering uitzetten

In november beloofde ds. M. Golverdingen aan de redactie van De Saambinder een meditatie voor 27 februari. Na zijn overlijden, op 29 december, vond de familie Golverdingen de meditatie op zijn computer. Broeder Golverdingen had de meditatie reeds geschreven, in de late avond van zijn leven. In overleg met de familie plaatsen we deze overdenking graag, in dankbare herinnering. De redactie (...) maar Ik zal Mijn hand tot de kleinen wenden. Zacharía 13:7c

De e Middelaar heeft de profetie van Zacharía toegepast op Zichzelf en Zijn discipelen na de instelling van het sacrament. Toen heeft Hij tot Zijn jongeren gezegd: ‘Gij zult allen aan Mij geërgerd worden in deze nacht; want er is geschreven: Ik zal den Herder slaan, en de schapen der kudde zullen verstrooid worden’. De discipelen zijn bij de gevangenneming allen weggevlucht. Johannes en Petrus zijn nog wel in het hogepriesterlijk paleis. De eerste heeft geen woord tot zijn diep verdrietige Meester gezegd. De tweede heeft Hem verloochend.

De Heere Jezus heeft de pers alleen getreden. Hij is de goede Herder, Die Zich heeft laten slaan door het zwaard van Gods gerechtigheid. De Rechtvaardige eiste van de Borg dat Hij volkomen zou voldoen voor de schuld van Zijn uitverkorenen. Het zwaard van het recht Gods heeft Hem op Golgotha dodelijk getroffen, opdat de geslagen Herder voor Zijn kudde tot een oorzaak van eeuwige zaligheid zou worden. Het wraakzwaard heeft Christus - de Metgezel - getroffen in Zijn plaatsbekledende arbeid. Dat zwaard zal niet nog eens tegen Christus’ schapen worden gekeerd.

De HEERE der heirscharen legt nu Zijn zwaard neer. Hij steekt als een verzoend God en Vader Zijn armen uit naar ieder voor wie de Zoon de verlossing heeft aangebracht.

Geen ander fundament

U die de HEERE vrezen mag, welk een verlossing is dat! Sta hierbij biddend stil: ‘En het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde’ (1 Joh. 1:7b).

Christus alleen is de weg tot de zaligheid. Er is geen andere weg. Er is geen ander fundament dan Jezus Christus en Die gekruisigd. In Christus wendt de HEERE der heirscharen Zich hier tot de kleinen. Wat de Vader belooft aan Zijn Kerk, werkt Hij uit door de Heere Jezus Zelf.

Deze profetie is allereerst vervuld na Zijn opstanding. De discipelen, de kleinen, zaten bijeen achter gesloten deuren. Zij hadden zich allen aan de Meester geërgerd, maar de opgestane Levensvorst heeft hen er niet om verworpen. Hij heeft hen opgezocht. Hij is hen voorgegaan naar Galilea. Daar heeft Hij hen opnieuw vriendelijk ontmoet. Daar heeft Hij hen weer om Zich heen vergaderd. Zo heeft Hij Zijn hand tot hen gewend.

Dat doet Hij nog! Ook vandaag. Wat is dat een bemoedigende belofte voor de kleinen van alle tijden en plaatsen. Het oorspronkelijke woord ‘kleinen’ betekent: allen die gering zijn, allen die klein zijn van gestalte. Het woord heeft ook de betekenis: klein van hoedanigheid. Worden al Gods kinderen in de Heilige Schrift niet als zulke kleinen getekend? En bij de profeet Zéfanja lezen we hoe de Heere spreekt: ‘Maar Ik zal in het midden van u doen overblijven een ellendig en arm volk; die zullen op den Naam des HEEREN betrouwen’ (Zef. 3:12). Daar heeft u het adres van de belofte uit Zacharía 13:7. De Heere Jezus Zelf heeft de Zijnen zo genoemd: ‘Ziet toe dat gij niet een van deze kleinen veracht’ (Matth. 18:10).

Belofte geadresseerd

Is deze belofte aan u geadresseerd? Van nature zijn we niet klein, maar groot. Wat hebben we een hoge dunk van onszelf. Wat vertrouwen we op onze kennis en kunde. Wat kunnen we bouwen op onze vroomheid en eigengerechtigheid. Wat zien we als trouwe kerkgangers neer op mensen van de wereld. Maar in de zaligmakende bearbeiding van de Heilige Geest verandert alles. De wijsheid waarmee wij pron-ken, wordt dwaasheid. Onze opgepoetste deugden worden een wegwerpelijk kleed. U gaat uzelf mishagen vanwege uw persoonlijke zonden en vervloeking. Met de koorden der veroordeling om onze hals vluchten we dan als een rechteloze zondaar tot Christus.

Genade maakt klein in eigen oog. We zien dat bij Petrus na het wonder van de visvangst: ‘Heere, ga uit van mij, want ik ben een zondig mens’ (Luk. 5:8b). Klein-zijn is niet alleen een eigenschap van jonge kinderen. Tot de kleinen behoren ook de bevestigden van hun aandeel in de Heere Jezus Christus, zij die sterk zijn in het geloof.

In het Koninkrijk der hemelen geldt een geheel andere maatstaf dan in het Koninkrijk der Nederlanden. Paulus spreekt over zichzelf als een kleine: ‘Mij, de allerminste der heiligen’ (Ef. 3:8). Paulus had kleinhoudende genade ontvangen. Dan acht u met alle ontvangen zegeningen de ander uitnemender dan uzelf.

Het wenden van de hand spreekt over het ontvangen van gunst, hulp en bescherming. Wanneer de Heere Zijn hand tot de kleinen wendt, doet Hij dat om hen te verzamelen en in het geloof te sterken, zoals de kanttekening aangeeft.

Inwonend verderf

Heeft u zo’n zwak, zo’n onvolkomen geloof? Moet u uzelf aanklagen, dat u in de achterliggende tijd de Heere niet met zo’n ijver hebt gediend als Hij wel waardig is? Bent u met de discipelen in de nacht van de gevangenneming weggevlucht? Is de strijd tegen het inwonend verderf zo groot?

U ervaart geen vreemde zaak. Job, Heman en Asaf hebben voor u geklaagd over de verberging van Gods vriendelijk aangezicht. Waarom klaagden zij? Omdat de liefde tot God in Christus ook in de duisternis gebleven was. U zou ook niet klagen over verachtering en dodigheid als de liefde in uw ziel geheel ontbrak.

Herinner u een tafereel uit het familieleven. Een klein kind stapt op u af en zegt: ‘Ik zie mijn moeder niet’. Dat betekent niet dat het ventje zijn moeder niet liefheeft. Integendeel! O kleinmoedigen, de Heere Jezus wil in de weg der middelen Zijn hand tot u wenden en uw geloof versterken. Laat een ieder zijn hart onderzoeken.

Behoort u tot de kleinen? Hoor dan de nodigende stem van de enige Herder, Die alle slagen van het zwaard van Gods recht gedragen heeft: ‘Al wat Mij de Vader geeft, zal tot Mij komen; en die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen’ (Joh. 6:37).

Dit artikel werd u aangeboden door: De Saambinder

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 2020

De Saambinder | 16 Pagina's

Bemoedigende belofte voor de schapen van Christus

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 2020

De Saambinder | 16 Pagina's