Scheepsrampen in oorlogstijd (5)
In deze serie beschrijft Maarten Bezuijen te Schiedam de schepen van de Nederlandse koopvaardij en de sleepboten van L. Smit &: Co's Internationale Sleepdienst, die in de oorlogsjaren en daarna hebben gevaren. Schepen die ternauwernood zijn ontkomen van een aanval van de Duitsers, maar ook schepen die niet meer terug kwamen en met man en muis zijn vergaan door de aanvallen van de vijand vanuit de lucht en van onder water. Foto's zijn, tenzij anders vermeld, afkomstig uit het eigen fotoarchief van Maarten Bezuijen.
Agamemnon
lift sloomstliip 'X^aiiiciiiiKiii \,uifk koiiinkliikt Ncdfi landschc Stüüiiibdiit M.i.itithappi] N \' te \mstcicl.ini «eicl op S n(j\ciiibcM 1940, iii küinooi vatende ti|cleiis een iets \aii Neu t .istle naai Soiitliend, in B.iiiow Dttp om 1 i ")0 Ulli doiji \i|aiideli|ke \liegtuigen uingevallen, nabi| het lithtsthip "Swin" Om 13 55 uiti weid dooi een büinmeiiHeipei. 111 diukvlucht, tuee \oltielleis geplaatst op het \ooischip Een dei de bom \iel net naast liet schip Het \ooischip begon üniiiiclclelli|k te /inken Dikke lookwolken \.in stol en watei stegen uit luim i en uit de stookplaat en mathinekamei op De maehine weid diiect gestopt en tuen begon de lecldtngboten in gei eedheid te bi engen Daai hel schip he\ig slag/i| begon te maken (i\ei bakbooid, kon men de leddingboot met nieei laten /akkcii en de "Agamemnon" \cich\ecn binnen \i|t minuten ondel de uatei spiegel \lle opval enden spiongcn iii het watei en hielden zich vast aan een vlot en uat dii|lliout De kapitein en diic oihcieieii uet den van de buig algeslagen Dooi uitputting IS de kapitein hieibij veidionken Ook de ladiotelegiahst heelt deze 1 amp niet ov ei leelt Latei vond men ook nog het lichaam v.in ccn Higelse seigeantkaiionnici \Mens naam onbekend uas De oveiige scliipbienkelingen weiden opgepikt dool de Liigelse Destiovei 'L i") . die ininiddels op de plaats V an de i amp u as geai i iv eei d De 'Agamemnon weid iii 1')14 gebouv\cl in Poit Giascow Lang 00 m, bleed Li 13 111, diepgang 5,84 m. BRT 1904 L'itgeiust niet een Dunlop Biemnei & Co 3 eihndci litple l \pansic stoommachine. 1200 iriv
Bassum
Het stoomschip Bussuiii van de Stoomvaait Maatschappij Oostzee N \' te \iiistcidam veitiok op 1 noveiiibci 1940 van Montieal naai Engeland Hoewel ei geen duikboten weidtii waalgenomen, weid de Biissuiii' op 23 novembei, 90 iiii|l ten vvesten van Toiv Eiland getoipedeeid De toipedo slc>cg in aan bakbooid/i] de van htt schip en de klap was zo giüot. dat de hoop om het schip nog te kunnen behouden al snel weid opgegeven Et weiden dn eet maatiegelen genonien om het schip te veilaten
Nadat et twee uui «as geiocid «eid de bemanning dooi de Canadese Destioyei "Ottawa' opgepikt en op 25 novembei te (.ouiock aan land ge/et Alk opvat enden hebben dit avontuin ovcileeld
De 'Bussum' weid gebouud 111 1917 bi| A Vu\k &. Zonen te C apellc aan de IJssel Lang 109,70 m. bi eed 14,68 m, diepgang 6,90 m, BRT 3637 Litgc 1 ust met een 3 eilmdei Schelde Tuple Expansie stoommaehinc van 1600 IPk
Oostmarsum
Het stoomschip 'Oostmal sum , \dn de Stoomvaait Maatschappi] Oostzee N \ te \.msteidam, weid m een beucht van de Engelse \clmi laliteit, gedateeid 3 lebiuan 1941, als 'ovei tijd' geiappoi teeid Een latei binnengeko men beucht maakt melding dat, aange/ien de "Bussum in een konvooi voei (waaiuit o|> 23 novembei 1940 due andeit schepen getoipedeeid weiden) waai van de "Oostniaisum eveneens deel uitmaakte en dooi de gezagvoeidei van het stoomschip "Bussum weid geiappoiteeicl, dat de "Oost mat sum' op de dag. volgende op die van de duikbootaanval weid Vei mist Vangenomen moest wolden dat dit om het stoomschip "Oostmal sum ging, die ook op 23 nov eiiibc i 1940 met de gehele beiiuin nmg veiloien is gegaan
De "Oostmal sum v\eid gebouvNcl in 1920 bi| A Vtivk S. zonen te Capelle aan den IJssel Lang 109,77 m, biced 14,70 m, diepgang 6,95 ni BRT 3684 Litgeiust mei een 3 eilindei Schelde Tuple Expansie stoommachine van 2000 IPk Op 23 novembei 1940 dooi de Duitse ondei zee boot L 100'op de Atlantische Oceaan getoipedeeid \1K opvat enden, 25 peisonen, vet diüiiken bi| deze aanval
Farmsum
Dat de lecleuj Stoomvaait Maatscbappi] Oostzee N ^ het UI de Tv\eede V\eieldo()ilog zwaai te veiduien heelt gehad, blijkt wel omdat nu ook de 'Faimsum van deze ledciij een ongeli|ke stiijd heelt gestiedeii Du schip veitmk op 1 deeembei 1940 in konvooi \an Oban Het konvooi V ei daagde iii een zeei zw at e stoim, die het gehele konvooi uit elkaai sloeg, tengevolge waai van bij het aanbieken van de volgende dag nog sleellt^ viel schepen bi| elkaai wat en Het vsatei kwam ovei de buig heen De sloc])en spoelden stuk en de vlotten spoelden oveiboüid De dag claaiopvolgend was ei geen schip iiieei in de omgeving van de "Faimsum" en toen ging het schip alleen vet dei In de avond van 6 deccmbei weid onveiw.ichts, 500 mi|l ten westen van leiland cle"Faimsiim" getoipedeeid en weid deze bejven de watei lijn getiollen Een tweede toipedo van de Duitse "U 99" tiof het achtetveiblijl van de bemanning en de 11 bemanningsleden moeten op slag zijn gedood Een dei de toipedo tiol het schip m de midscheeps en binnen enkele ogenblikken was het schip 111 de golven veidwenen 19 opval enden waien op tijd in de enige nog ovei gebleven sloep gegaan en dobbelde in zeei zw ai e stoini op /ee loiid Op zondag 15 deeembei ov ei leed een dei opv ai enden in de sloep Zijii lichaam weid aan de golven toebetiouwd Op 17 deeembei 1940 weiden alle SC liipbi enkelingen opgepikt dooi de Engelse jaget HMS Ambuscade', die hen in leiland aan de wal biacht In het ziekenhuis ovei leden nog twee bemanningsleden dooi de zw ai e oiitbeiingen die zi] hebben meegemaakt De 'Faimsen' weid gebouwd in 1929 bij de weil \" Vuvk S. zonen te Capelle aan den IJssel Lang 128 m, bleed 17,07 ni diepgang 8,85 ni, BRI 5251 Uitgeiust met een 4 cilmdei Quaduiple stoommachine
Breda
Het stoomschip Bieda' van de koninklijke Nedeilandsehe Stoomboot Maatschappij \' \' te \nistei dam v ei ti ok op 12 deeembei 1940 van Londen met bestemming Methil Na een vooi spoedige leis aiiiveeide de "Bieda' op 16 deeembei te Methil De]2passagieis die aan booid waieii gingen in Methil van booid en de volgende dag weid de leis vooitgezet naai Oban Op 20 deeembei kwam de "Bieda in Oban vooi de haven en ging daai ten ankei Op 23 deeembei weid het schip om 17 45 uui dooi Duitse vliegtuigen aangevallen en een aantal bommen vielen zeei dichtbij het schip tei hoogte van de niachinekamei en v ei ooi zaakten veel schade aan het casco van de 'Bieda' Omdat het al doiikei weid kon met met de juiste schade bepalen, doch men nam waai dat het achtelschip langzaam begon te zmken Lit vcilighcidsoogpunt weid de leddmgboot gestieken en nog eens 11 passagieis van booid gehaald Inmiddels was een sleepboot langszij gekomen om de "Bieda" naai ondiep watei te slepen om al/inken te vooi komen Het achtel schip zonk cehtei meel en meel Om 20 00 uui was het bemanmngsveiblijf geheel ondel watei veidwenen en de gezagvoeidei gaf om 20 05 UUI bevel om het schip te veilaten Niet lang daai na weid de sleepboot genoodzaakt de sleeptios te kappen omdat het watei leeds de salon was binnen gestioomd Om 20 20 uui had icdei een het schip v ei laten en weiden de lecldingboten dooi de sleepboot opsleeptouw genomen De schoolsteen was toen al gedeeltelijk oudei watei veidwenen Bi] het veiloieii gaan van de "Bieda" zijn geen pcisoüiilijke ongelukken gebeuld
De 'Bieda weid gebouwd in 1921 bi] Scheepsbouw Maatsehappi] De Nieuwe V\ateiw eg'te Schiedam Lang 127,55 bleed 17,78 m, diepgang 10,46 111 BRT 6941 Litgeiust met twee Viekeis tuibines, gekoppeld op 1 seht oei, 3000 Pk Op 26 juni 1951 weid het wiak gelicht en m Peteihead gesloopt
lotdat na tien dagen Diik ongeduitg woidt Hij kan vlacht kiijgen, maai Gilia is nog niet tn staal aan dek te slaan als zijn knecht
Jullie .iltijd met die wijven aan booid heelt de veiladei gezegd Moigen vaien ol ik zoek een andei Hij zegt deze vvootdeii ui t vooioii dei, waai Annemte en Gilia zijii
Annemie kijkt naai Gilia Nee the kan moigen niet vaten Maat zij •Vnneniie wel
Diik je gaat naai die man tot en je zegt dat |e moigen Vaai t zegt ze Atctxiid biomt hij
En zo komt het dat Annemie de vol gende moigen op de vooi plecht staat en lok en /eil hijst Et is kiacht m haai ai men De schuit buigt de kop \j.n de wal en legt zith behaaglijk op ztjn zi om op de golven m te bliesen Het buisv\ itei vliegt ut wolken ovei de hai cfe kop en plenst neei op de bi ede mg van Viinemie het is of ze met aan de wal geweest is Ze staat daai als vooi heen haai benen bleed en steik geplant op de plecht En aan het loei staat de jonge Ttomp hij vaait met moedci zijn knecht zoals eenmaal V adei met haat v oei
/es w eken latei Met kondigt zich aan Mei de honingzoete de maand \ol geuten De vtucht heeft zich gezet De bomen zijn ov ei togen met ov ei dafhggioen De natiiiii zingt een hoog lied van blutsend lieftleleven
Gilia IS vveei de oude gevvoiden
Annemie gaat naai de wal Vaat genist nog wat mee nioedei heeft Diik gczetd Hij zal moedei missen V OOI op C'ilia IS met Annemte
Nee jongen heeft ze gezegd Julhc gaan weet samen vaten Zo hooit het Zet me m Goicum aan de wal
Met een hau booidevo! weemoed ziet ze hoe de \eitiouv\eii de kop van de wal buigt De gelukkige weken zijn V OOI bij Roei loos staat ze en kijkt ov ei de iiviei tot de schuit m een bocht veidvvijnt De \ettiouwen gaat weet vaien zondei haai
Dan valt een giote vei latenheid op haai \u zou ze kunen schreien Ze wendt het hoofd af en loopt langzaam de stad in A\ aai heen'
Doktei Wevland is thuis Hij ziet haai op de stoep hij hooit de kloppei op de deui vallen
Blijf maat Mietje zegt hij tegen de dienstmaagd Ik zal zelf opendoen \nnemie zustei zegt hij als ze hem het v ei haal van haat tocht heeft gedaan nu ga je vveei naai je huisje aan de uviei en nu zul je vveei een zaam zijn En nu zal weei dat giote vet langen mje leven het vei langen dat met tn je steiven kan
Ik weet het zegt ze zacht maat het kan niet andei s het is Gods w tl
En als Gods wil nu eens andeis was'
\Sat bedoel je'
Fl IS nog iemand eenzaam \nne mie \ldeitigjaai En ook hij diaagt ten vet langen mee al deitigjaai
Doktei' 1 oept ze opeens en die i oep is zo hulpeloos, dat het hem als een blijde pijn dooi de ziel gaat t kan met nee t kan met'
Het kan wel \nnemic het is de lief tie die het w tl en dan kan het
\u komt hl] naai haai toe Nu legt hij /iju aim om haai stei ke schoudeis nu
Annemte zustei zeg dat je wilt We zijn nog steik beiden We hebben het /elfde veilingen Je weet hoe giaag ik altijd m JOUW nabijheid geweest ben Je weet je weet alles
Een Ogenblik laait weet de stiijd m haar op De giote \ ei latenheid t is waai Maai dan zegt een stem m haai en die stem woidt lutdei Doe het Het mag Het is heide
Die stem bieekt haai veiweei Met ogen vol tianen ziet ze hem aan Dan geeft ze zich geheel gevv onnen Ik wil zegt ze zacht
Een donkeie lucht heelt de zon gevangen gehouden Nu tiekt een blij hchl op van de hoiizon De zoom van de donkcie wolkenmassa woidt van goud Bhj licht vloeit oveidadig ovei de velden Een met el juicht een VI eugdelied
Annemie is o|3gcstaan Ze is zo gioot als hij file zijn aim om haai heen gelegfl Ireeft en haai zachtkens di ukt aan zijn biede boist Zijn hoold buigt naat haai ovei Zijn mf_>iifl zoekt de hat e Ze w eei sti eeft met
^nneinie de steike fieie schijjpeis dochtei, geeit zich ovei aan de liefde van de man wiens stille huiike ung eindelijk eindelijk beviedigmg V mdt
Langzaam tiekt zij haai hoofd teiug In zijn ogen de wateiblauwe ziet zij dat zijn genegenheid vooi haai veun nigd IS tot helde
God heeft haai eenzaamheid gebt o ken Hij heeft haai een andei e man gegeven een andei e ^Vlllem m de plaats van hem, die lust op het kleme keikhof van Ciavestein En hij ^Vlllem We\land
Vnnemie lieve, mag ik je eenmial noemen met haai naam' In gedach ten heb ik dit zo vaak gedaan Het zal de laatste maal zijn
Dat mag Willem mijn man
Maitijntje lieveling
deel 2 ONTWAKEND VOLK I De Tiumpeu
Giotc mannen schujvtn als hun levensweg ojjkoit hun memoiies een stadhuiswooid votu hei innci tilgen Die memones zijn zo belangt ijk dat ze geboekstaafd moeten woitlen De memones tlei kleine mensen lij ken niet zo belangt ijk
En toch God schitjft ook, of lievei juist dooi de kleme mensen de histOl IC
7ij fle naamlozen zijn het die de jjlannen dei gioten uitvoeien dooi wie die plannen gestalte kiijgen Wat begint de giote man zondei het leget dei kleine mensen' Noemde men Groen van Punsteiei met smalend een v eldheei zondei leget' \\ aai om zouden dan de memones dei kleine mensen mmdei belangt ijk zijn'
Neem nu het geslacht Tiomp op Ciavestem een geslacht van schip peis Ze hebben al zijn leven o]3 een kleme schuit gevaien de Tiomijen Ze zijn om zo te zeggen ophetwatei gekipt en gekooid
(anidl tiiioli^d)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 maart 2010
Eilanden-Nieuws | 8 Pagina's
