Wat staat gij en ziet op naar de hemel?
...zie, twee mannen stonden bij hen in witte kleding, welke ook zeiden: Gij Galilese mannen, wat staat gij en ziet op naar den hemel? Handelingen 1:10b,11. De ogen van de discipelen zijn zalig van zien. Opwaarts is hun blik gericht om op hun Heere te letten. Steeds kleiner zien ze Zijn gestalte.
Nee, er is geen droefheid om Zijn heengaan. Zij hebben vorderingen gemaakt in de genade, zij kennen Hem nú zoals zij Hem eerder niet kenden. De betrekking is alleen maar nauwer geworden. Is Hij, Die opvaart, niet hun Heere en Zaligmaker? Brengt Hij Zijn kerk en Zijn werk niet in het hemels heiligdom? Is Hij, Die opgenomen wordt, niet ‘s Vaders Gunsteling? De zaligheid ligt voor hen vast in Hem!
De hemel in het hart
Wat is hun zien gepaard gegaan met brandende wederliefde. Wat hebben zij zich in Hem verheugd met een onuitsprekelijke vreugde. En al neemt weldra een wolk Hem weg van hun ogen, zij blijven zien - Hij is níet weggenomen van de ogen van hun ziel. Zie ze daar staan, aanbiddende, terwijl hun blik aan de hemel kleeft. Zie ze daar staan, als zouden ze er nooit meer vandaan gaan. De aarde onder de voeten, de hemel in het hart - dáár, op de top van de Olijfberg!
Twee mannen
Zouden de twee mannen in witte kleding het hemelvaartsgesprek niet begonnen zijn, de discipelen zouden hen niet opgemerkt hebben. Zelfs hén niet. Ze zouden - al staande - zijn blijven staren, heilig verrukt. Maar nu worden hun ogen afgetrokken van de wolkenhemel en kijken ze naar deze twee engelen.
Zie, twee engelen! Twee boodschappers van de verhoogde Christus. Ging Hij ten hemel in, zij gingen de hemel uit, vaardig passend op het woord van Zijn mond. De discipelen tot een bewijs: Ik ben met u. Ondertussen werd hun gevraagd: ‘Gij Galilese mannen, wat staat gij en ziet op naar den hemel?’ Een woord dat hen tot bezinning roept. Waarom doet u dat, wat is de reden dat u opwaarts blijft zien? Begrijp toch dat Jezus Zelf de wolk er tussen heeft geschoven. Als riep Hij u toe: Gaat heen naar Jeruzalem en gedenkt aan de bevelen en beloften die Ik u gegeven heb.
Galilese mannen
Wat staat gij - vragen de engelen - en ziet op naar de wolkenhemel? Alsof de aarde u niets meer te zeggen heeft? Ook al bent u hemels gesteld, u bent nog geen hemelingen. Nee, u bent Galilese mannen. Geroepen door Jezus in Galilea. Dáár hebt u uw visnetten achtergelaten en bent u begonnen met Hem te volgen. Dáár heeft Hij tot u gezegd dat Hij u tot vissers der mensen zou maken (Mark. 1:16, 19). En nu: ‘Gij zult Zijn getuigen zijn tot aan het uiterste der aarde’.
De hemel en de aarde
De Koning is verhoogd en Zijn discipelen zijn op dit benedenrond. Lichamelijk zijn ze ver van elkaar, maar niet vreemd van elkaar. O, de ondertrouw is vast. Hij zal voor hen zorgdragen. Aan leeftocht door Woord en Geest zal het hun niet ontbreken. In Hem en door Hem zal het wezen: ‘Niets hebbende (nochtans) alles bezittende’.
Nee, de engelen boodschappen hen niet dat ze Hem spoedig zullen volgen. Wel geeft hemelvaartsvreugde een sterk hemelvaartsheimwee, om met Christus te wezen. Maar nee, de aarde is hun arbeidsveld: ‘Uit Sion zal de wet uitgaan en des HEEREN Woord uit Jeruzalem’.
Moesten de engelen na dit zacht vermaan nog langer aandringen? Nee, terstond maken de apostelen zich op. Wetend dat zij zullen ontvangen de kracht des Heiligen Geestes. Verbeidend met blijdschap, al biddend en smekend de belofte des Vaders.
Kroonsieraden
Zie de discipelen gaan naar Jeruzalem. Zeker, op de aarde zullen zij gegeseld worden en in gevangenissen geworpen. Spot en hoon zal hen overspoelen. Maar in de hemel ligt het Anker vast. Het koord des geloofs zal alleen maar hechter en sterker getrokken worden. Ligt hun leven niet met Christus verborgen in God? De verhoogde Koning zal het Nieuwe Testament in Zijn bloed al-maar-door ontsluiten. Ontsluiten als nooit te voren. En alzo zullen de Vader en de Zoon verheerlijkt worden door de Heilige Geest.
O, wilt u nog weten de tijden of de gelegenheden? (vers 6, 7). Is ‘s Vaders raad niet de raad van de alleenwijze God? Houd moed en sla de hand aan de ploeg. Het ga zo het wil, want Hij, Die met tranen zaaide, zal met gejuich maaien. Zijn zegepraal zal hier beneden gezien worden van geslacht tot geslacht. Terwijl alles zich spoedt naar de wederoprichting aller dingen, zal de Priester-Koning alle dingen vervullen. Gaven zal Hij uitdelen. Ontelbare paarlen zullen Zijn kroonsieraden zijn. Elke boetvaardige ziel zal Zijn heerlijkheid bewijzen. Elke blijdschap in God zal Zijn zegenende handen openbaren.
Deze Jezus
Deze Jezus - Dezelfde, gisteren en heden en eeuwig door. Gelooft gij dat? U, die schreiend zich voelt als een roerdomp in de woestijn? U die bekennen moet geheel ongeschikt te zijn voor de hemel en door eigen schuld gepast voor de hel? Gij, Galileeërs?
Daarom lankmoediglijk den
Heer verwacht,
Zijt altijd wel getroost
en onversaagd;
God zal eind’lijk helpen u die
nu klaagt.
Verbeid den Heer, op Zijn
toekomst hebt acht.
Psalm 27:7, Datheen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 mei 2024
De Saambinder | 24 Pagina's
