Zo spoedig als mogelijk is
Wanneer moet een kindje ten doop worden gehouden?
Besneden ten achtsten dage
Baptisatus sum, ik ben gedoopt. Deze woorden moet Luther (1483-1546) in grote letters met houtskool geschreven hebben op één van de wanden in de Wartburg. De reformator werd menigmaal aangevochten door satan. Maar onder andere de troost van zijn doop deed hem de boze weerstaan. Daaraan moesten we denken bij deze ingezonden vraag. Vanuit de opvoeding had de vraag-steller meegekregen dat de eerste gang van een ‘boreling’ naar Gods huis was. Het Nieuwe Testament geeft geen voor-schrift voor het tijdstip van de Heilige Doop. Wel weten we dat onder het Oude Verbond de jongetjes besneden werden op de achtste dag. Sommige uitleggers menen dat de achtste dag te maken heeft met Gods bijzondere zorg over het tere leven. Anderen denken dat het heenwijst naar Christus. Hij stond op uit dood en graf na het verstrijken van de zevende dag, de Joodse sabbat. Hoe het ook zij, in de Acta van de Synode die in 1574 in Dordrecht bijeenkwam, lezen we: ‘Het verbond Gods zal in de kinderen (zo haast als men de Doop christelijk bekomen kan) met de Doop verzegeld worden, tenzij, dat er enige zware oor-zaak zij, om de Doop een tijdlang uit te stellen, waarover de consistorie [kerken-raad] oordelen zal. Maar de affectie der ouders, die de Doop hunner kinderen begeren uit te stellen ter tijd toe, dat de moeders zelve haar kinderen presente-ren, of op de gevaders lang wachten, is geen wettige oorzaak om de Doop lang uit te stellen’.
Onze Generale Synode (2019) herformu-leerde het kernachtig: ‘Het verbond van God wordt aan de kinderen van de christenen met de Heilige Doop bezegeld, zo spoedig als de bediening daarvan mogelijk is. Dit vindt plaats in de openbare samenkomst van de gemeente, wanneer Gods Woord gepredikt wordt’.
Het zal duidelijk zijn dat de Reformatie zich distantieerde van de roomse opvatting dat de doop de ‘deur des heils’ is. De Heilige Doop is niet strikt noodzakelijk tot zaligheid. Tegelijkertijd wilden ze beslist niet de indruk wekken gering te denken over de betekenis van dit sacrament. Het onnodig uitstellen hebben ze terecht sterk veroordeeld! Guido de Brès (1522-1567) hield zijn zoon Israël de dag na zijn geboorte ten doop...
Merk en veldteken
In de dagen van de Reformatie was het regel dat in de eerste eredienst na de geboorte een kindje ten doop werd gehouden. De moeders waren er dus nooit bij! Dat is de reden dat in het oorspronkelijke doopformulier alleen de vaders werden aangesproken bij de doopvragen. Calvijn (1509-1564) bepaalde dat de vader de ‘doopheffer’ was en het ja-woord moest geven. Onder invloed van de Verlichting(!) kwam de bepaling dat er gewacht moest worden met de doopplechtigheid totdat de moeder erbij kon zijn. Ook werd het gebruikelijk dat er vaste ‘doopdiensten’ kwamen, zodat in grotere gemeenten niet weken achtereen het sacrament bediend werd.
Samenvattend zal wel duidelijk zijn geworden dat onze vaderen vanuit hoogachting voor het sacrament, allermeest voor de Insteller ervan, aandrongen om de bediening niet nodeloos uit te stellen. De al genoemde Guido de Brès schrijft er zo stellig over in onze Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 34, waarvan we het eerste deel citeren: ‘Wij geloven en belijden dat Jezus Christus, Die het einde der wet is, door Zijn vergoten bloed een einde gemaakt heeft aan alle andere bloedstortingen die men zou kunnen of willen doen tot verzoening en voldoening der zonden; en dat Hij, afgedaan hebbende de besnijdenis, die met bloed geschiedde, in de plaats daarvan heeft verordend het sacrament des Doops, door hetwelk wij in de Kerke Gods ontvangen en van alle andere volken en vreemde religies afgezonderd worden, om geheellijk
Hem toegeëigend te zijn, Zijn merk en veldteken dragende; en het dient ons tot een getuigenis dat Hij in eeuwigheid onze God zijn zal, ons zijnde een genadig Vader’. Lezer(es), is deze troost door Gods genade ook uw troost?
Heb jij/hebt u ook een vraag?
Mogelijke vragen over onderwerpen binnen de doelstelling van De Saambinder kun jij/kunt u mailen naar ds. B. Labee of hem per post toezenden (zie colofon). Er volgt -zo mogelijkaltijd een reactie. Echter alleen als de redactie het waardevol acht voor de lezers, volgt een antwoord op jouw/uw vraag in een nummer van De Saambinder. Graag wel wat geduld. Er liggen nog tientallen vragen op een reactie te wachten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 2023
De Saambinder | 24 Pagina's
