Barmhartig maar ook rechtvaardig
Een Onmisbare Les Uit Onze Parlementaire Geschiedenis.
Wat te zeggen na 7 oktober 2023? Een pogrom in Israël zelf. Meer dan 1000 Joden op eigen grondgebied afgeslacht, letterlijk. Met zoveel bloeddorst, met zoveel wellust en zó ontstellend barbaars, dat ik begrijp dat iemand schreef: dit was een inkijkje in de hel. Over de onvoorstelbare verschrikkingen van de ‘holocaust’ is hoopvol gezegd: ‘nie wieder’ (nooit weer). Ik besef nu: het kan iedere dag weer. Een predikant bracht het tot de kern terug toen hij Johannes 15 citeerde. Pak de Bijbel er maar even bij…
Kantelmoment
Dit is een kantelmoment in het bestaan van de staat Israël. Tevens wordt zichtbaar dat in grote delen van West-Europa het tij keert en antisemitisme meer dan ooit na 1945 floreert, wat niet los te zien is van de toestroom van mensen uit landen waar dagelijks haat wordt gezaaid tegen Israël. In Europese steden gaan hele horden de straat op om te feesten over de gruwelijke slachting. En in ‘onze’ Tweede Kamer zitten leden die er geen geheim van maken de Joodse staat te willen elimineren. Dit alles roept veel vragen op. En die gaan zich des te sterker opdringen nu Israël probeert herhaling te voorkomen.
Moeilijke vragen. Die waren, weliswaar in een andere context, ook aan de orde in het Kamerdebat dat op dinsdagmiddag 29 februari 1972 werd gehouden over het wel/niet vrijlaten van drie oorlogsmisdadigers die na de oorlog tot levenslang waren veroordeeld. Het kabinet vond van wel. De SGP bij monde van fractievoorzitter ds. Abma beargumenteerde waarom niet.
Jerusalem Post
Het was een van de zwaarst beladen en heftigste Kamerdebatten in onze parlementaire geschiedenis. Ds. Abma raakte in dat debat vele harten. Toen hij klaar was werd hij omstuwd door ontroerde Kamerleden die hem wilden bedanken omdat hij hun diepste gevoelens en gedachten had verwoord. Eén passage uit de SGP-speech stond ’s anderendaags zelfs op de voorpagina van de Israëlische krant ‘Jerusalem Post’. Zoals de Kamervoorzitter later zei: “Hier was iets fundamenteels gezegd.” Over wezenlijke zaken als rechtvaardigheid en barmhartigheid, schuld en boete, vergelding en vergeving.
Uit de bijdrage van ds. Abma een paar grepen.
“Een grote vraag, die de gestalte aanneemt van een verwijt, vooral ook aan het adres van hen die als christenen trachten te leven, is, dat wij onbarmhartigheid aan de dag zouden leggen als wij ons tegen de vrijlating kanten. (…) Als men barmhartigheid van ons vraagt, jegens wie moeten wij dan die barmhartigheid betrachten, jegens de drie oorlogsmisdadigers of jegens de duizenden slachtoffers en hun nabestaanden?
Ik heb op de vraag: “Is dan God niet barmhartig?” het antwoord geleerd: “God is ook rechtvaardig”… Die woorden hebben mij deze dagen niet losgelaten: maar ook rechtvaardig. (…) Ik kan er nu niet uitvoerig op ingaan, slechts dit: het lijkt op die wijze, dat God een tegenstrijdig wezen is. Toch belijden wij, dat Hij de eenvoud zelf is, en eens zullen wij zien, wat wij ons niet kunnen voorstellen, dat Hij in Zijn barmhartigheid en in Zijn rechtvaardigheid toch Eén is, dat Hij de eenvoud zelf is. (…)
Ik bedoel te laten uitkomen, dat het allemaal niet zo simpel is als hoe de mensen gauw geneigd zijn te denken en te zeggen. Wij willen niet plaatsnemen op de Troon van de Allerhoogste, om snel en lichtvaardig uit te maken waar de rechtvaardigheid eindigt en waar de barmhartigheid intreedt. (…) Wij zijn er niet van af simpelweg te constateren: God is barmhartig en jullie moeten ook maar barmhartig zijn.
Zee Van Leed
Ik denk de laatste dagen weleens dat ik enigszins op dit debat geprepareerd was. Juist deze zomer heb ik gestaan in Ladelund (in Noord-Friesland, op de grens tussen Duitsland en Denemarken, red.), waar meer dan 100 Puttenaren begraven zijn, en juist deze herfst was ik bij het monument van de herinneringen in Jeruzalem – Yad Vashem - dat de herinnering aan 6 miljoen doden levend houdt. Deze zee van leed is maar zo niet weggewist. Men zegt, dat wij eindelijk eens vergeven en vergeten moeten. En als wij het zouden proberen? Dan heb ik zo de gedachte, dat wij de riemen van barmhartigheid en vergevensgezindheid snijden uit het levende vlees van anderen, van velen uit ons volk en van onze Joodse volksgenoten met name.
Weet u wat ons zo tegen de borst stuit? Dat gesuggereerd wordt, dat, als wij niet barmhartig zijn, dit ons stelt op het standpunt van die beulen, dat dit ons aan hen gelijkmaakt. Weet u welk gevaar nu dreigt? Het is een wrede, afschuwelijke ironie. Dat juist de zwaarst getroffenen, die het meest onder de nazibeulen geleden hebben, het stempel opgedrukt en het stigma ingedrukt krijgen dat zij precies die nazi-beulen zijn. Dit stuit tegen de borst. Als het verkeerd was geen barmhartigheid te betrachten, moeten wij dan misschien met hen niet mee dit kruis dragen, met die velen die het nog niet kunnen? Als wij pogen volksvertegenwoordigers te zijn, moeten wij met name dan niet denken aan het Joodse volksdeel: Israël, de beminden, zoals het Nieuwe Testament zegt? (…)
Humane Samenleving
Mijn derde en laatste opmerking: Er is ontzaglijk veel gepraat over een toekomstige humane samenleving, waarin dingen als wij vandaag bespreken nooit meer mogen en kunnen gebeuren. Wij zijn niet zo optimistisch daarover. Wij lezen weer van Jodenvervolging. Nazi’s kunnen dat doen, maar ook naties. Wij zijn als over die humane samenleving wordt gesproken niet zo gelovig. Als Israël op zijn plaats komt; de oudste zoon - het Joodse volk - thuiskomt bij de Vader, dan gaat het gebeuren: dan is er de heilstaat. Vrede zij over Israël!”
Er is in de SGP weleens discussie over de vraag of we getuigenispartij zijn of dat we ook mee moeten regeren. Uiteindelijk was de uitkomst steeds weer - en terecht: beide.
Ga Toch!
Op 22 november zijn er weer verkiezingen. Het minste wat we kunnen doen is onze stem niet verloren te laten gaan. Want ook thuisblijven is een stem – voor onze tegenpartijen.
En tegen hen die soms, om wat voor reden dan ook, aanhikken tegen de SGP, zeg ik: ga tóch! Al was het maar om díe momenten waarop de SGP harten wist te raken. Zoals die van ds. Abma en van de SGP-Kamerleden die in zijn voetsporen zijn getreden en in de Tweede Kamer – soms letterlijk - het Woord openden en getuigden van de God van Abraham, Izaäk en Jacob.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 november 2023
De Banier | 32 Pagina's
