„Kerkelijk jaar" en kerkvader Cyrillus van Jeruzalem
Promotie K. Deddens over liturgie
Waar komt ons „kerkelijk jaar" vandaan en wat is de betekenis en het wezen van de liturgische kalender? Die vraag werd donderdag beantwoord door drs. Karel Deddens, Geref Vrijgemaakt predikant te Groningen-Zuid. Aan de Theologische Hogeschool der Geref. Kerken Vrijgemaakt promoveerde hij tot doctor in de Godgeleerdheid op een omvangrijke studie „Annus Liturgicus?" (Liturgisch jaar?), met als ondertitel „Een onderzoek naar de betekenis van Cyrillus van Jeruzalem voor de ontwikkeling van het „kerkelijk jaar".Dr. Deddens ontving zijn graad van prof. dr. C. Trimp, die de ambtelijke vakken doceert, want zijn studie omvatte de diakoniologische vakgroep, met liturgiek als hoofdvak.
Zijn studie telt een zevental hoofdstukken. In het eerste bakent hij het onderwerp van zijn proefschrift af: het kerkelijk jaar, dat vooral in de „oude kerk" grote betekenis moet hebben gehad.
Het tweede kapittel bevat een uitvoerige oriëntatie, waarbij Deddens met veel kennis van zaken en een indrukwekkende literatuurvermelding ingaat op zaken als de Christelijke kerk te Jeruzalem tot en onder Constantijn de Grote, de Ariaanse strijd en de besluiten van Nicea, de kerkbouw te Jeruzalem in deze eeuwen (Constantijns Kerk van het H. Graf) en de op gang komende pelgrimstochten, zoals van Constantijns moeder keizerin Helena, die het kruishout van Christus zou hebben gevonden.
Daarna komt de auteur toe aan de centrale figuur van zijn werk, de kerkvader Cyrillus, die zo'n veertig jaar bisschop van Jeruzalem is geweest, naar het heet de 41ste in "successie. Als liturgicus is Cyrillus van grote betekenis geweest, zij het ook, dat hij niet mag gelden als „uitvinder" van de liturgische kalender of het kerkelijk jaar.
UITERSTEN
In zijn evaluatie stelt Deddens de dramatisering der mysteriën tegenover de verkondiging van het Evangelie en hij gaat na wat de Heilige Schrift zegt over heilige tijden, plaatsen en personen. In zijn conclusie analyseert de auteur nog eens de sacramentstheologie en plaatst haar tegenover de pneumatische (op de H. Geest betrekking hebbende) heilseconomie.
Wat de consequenties betreft van een liturgische kalender, van het „vieren" van het kerkelijk jaar, maakt Deddens duidelijk, dat het voor hem onmogelijk is, een brug te slaan tussen uitersten. Voor het oecumenisch gesprek met Rome is zijns inziens deze liturgische gang van zaken in reformatorische kerken onnodig.
De zondag is de wekelijks weerkerende feestdag. Al de door G. N. Lammens, C. W. Möninich en andere liturgiologen aangevoerde argumenten, inclusief de theologische en zelfs de sociale motieven worden door dr. Deddens ontkracht, terwijl hij ook polemiseert tegen de opvattingen van A. A. van Ruler en J. N. Bakhuizen van den Brink in dezen.
STELLINGEN
Deddens doet zijn werk vergezeld gaan van liefst 1404 voetnoten en achttien stellingen, waarvan wij er enkele memoreren. Op zijn boek als geheel komen wij binnenkort nog uitvoerig terug. Hij „stelt" o.m.:
• De liturgie van de kerk te Jeruzalem in de tweede helft van de vierde eeuw is bepalend geweest voor de verdere ontwikkeling van het „kerkelijk jaar".
• De mysteriologische gedachten van Cyrillus van Jeruzalem hebben de bodem gelegd voor de latere mysterie-leer van Odo Casel.
• Het is niet noodzakelijk, met het oog op een ordelijke prediking van de heilsfeiten de term „kerkelijk jaar" te hanteren.
• De „halve" slotverzen uit het Geneefse Psalter zijn in hun betekenis als coda-vorm niet voldoende onderkend; en
• De „lingua franca" die de Creolen op de „Virgin Islands", (de voormalige Deense Antillen) tot voor enkele decennia gesproken hebben, is te herleiden tot de taal van de Zeeuwse kolonisten aldaar uit de 17e en 18e eeuw,
LOOPBAAN
Dr. Deddens (50) komt uit een bekend Vrijgemaakt predikantengeslacht. Na zijn Kamper studie was hij Geref. Vrijgemaakt predikant te Hoek (Z.-Vl.) Leerdam en Amersfoort. In 1965 vertrok hij in dienst van de zending naar Curaçao en de Antillen. In 1970 repatrieerde hij en hij werd predikant van de hem uitzendende gemeente Rijnsburg. Sinds een jaar is hij verbonden aan de kerk van Groningen-Zuid.
De auteur is ook een verdienstelijk musicoloog. In die hoedanigheid werkt hij regelmatig mee aan het Nederlands Dagblad en diverse stellingen zijn aan muzikale onderwerpen gewijd.
Voor de voorbereiding van zijn proefschrift was Deddens ook enige tijd in Israël, waar hij o.a. „privé-lessen" kreeg van de Anglikaanse rev. dr. J. Wilkinson en van de Nederlandse Grieks-Katholieke vader Jacob Willebrands, die een Melkietisch kloostertje heeft gesticht op de Netofa-berg in Galilea.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 maart 1975
Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 maart 1975
Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's