Oorlog plaatst Khmers voor bittere tweestrijd
Verzetsbeweging en regering eisen beiden loyaliteit van het Cambodjaanse volk
PHNOM PENH - De derde Tambodjaanse oorlog komt iteeds dichter bij de tragische loofdstad Phnom Penh, waarr'an de bevolking de afgelopen i'ijftien jaar al te lijden heeft ;ehad onder bombardementen, )loedbaden en een massale eva:uatie.
Dienstplichtige burgers worden net vrachtwagens afgevoerd naar de p-ens om er een defensielinie aan te eggen in het kader van Plan K5, dat !en einde moet maken aan de infilratie van guerrillastrijders. Phnom .'enh, dat 700.000 inwoners telt, heeft )p het ogenblik geen directe militaire Ireiging te duchten, hoewel westerse ieskundigen menen dat de Rode hmer, de grootste van de drie verletsbewegingen, in staat is de hoofd;tad te bestoken met raketten of aanilagen.
De strategie van de verzetsstrijders ijkt nu echter voornamelijk het paroon te volgen van de oorlog van 1970-1975, toen het platteland het jelangrijkste strijdtoneel was. Inzet ,'ormen de bevoorrading en de steun /an de bevolking. De regering is op iet ogenblik in het voordeel, geholpen door 140.000 man Vietnamese troepen.
Woordvoerder Sek Setha van het ministerie van buitenlandse zaken geeft een snerend antwoord op vragen over de grotere invloed van de verzetsstrijders op het platteland. „Als de veiligheid gering is, hoe komt het dan dat we dit jaar 2 miljoen ton rijst hebben geoogst?" De regering mag zich dan beroemen op een drastische verbetering van de veiligheid, tegelijk wordt geklaagd over „de diefstal van rijst, het verbreken van verbindingen en het in brand steken van scholen, ziekenhuizen en overheidsgebouwen". Premier Heng Samrin gaf in een interview toe dat er „nog steeds vijandelijke krachten zijn die ons proberen te ondermijnen. Maar ze vormen geen grote bedreiging voor ons regime". Hij somde de situatie op als „een beetje vrede, een beetje oorlog".
Infiltratie
De vijand van het marionettenbewind in Cambodja -zoals de door communistisch Vietnam gesteunde regering-Samrin ook wel wordt genoemd- bestaat uit naar schatting 40.000 man Rode Khmer, die door China worden bewapend, en ongeveer 20.000 verzetsstrijders van twee niet-communistische organisaties. Zij proberen de communistische regering omver te werpen die in 1979 in het zadel werd geholpen door Vietnam, nadat de bloedige regering van de Rode Khmer was afgezet.
Het verzet heeft geen bepaalde, belangrijke gebieden in handen, maar is volgens vluchtelingen, diplomaten en zegslieden in Phnom Penh wel geïnfiltreerd in vrijwel alle provincies.
Het Vietnamese leger heeft met een offensief in het droge seizoen van 1984-1985 vrijwel alle belangrijke verzetsbases langs de grens tussen Thailand en Cambodja veroverd, waardoor de guerrillastrijders gedwongen waren de strijd te verleggen naar het binnenland van Cambodja. De Vietnamezen proberen sindsdien de grens hermetisch te sluiten met Plan K5.
Omdat buitenlandse waarnemers slechts beperkt toegang hebben tot het platteland, is het niet precies duidelijk wat daar gebeurt. De guerrillastrijders lijken zich vooral te richten op infiltratie met kleine eenheden, bevoorrading en rekrutering, en minder op een rechtstreeks treffen. De gevechten in het binnenland bereikten in 1986 een hoogtepunt, toen de Vietnamese troepen enkele acties uitvoerden in de provincies Kompong Cham en Kompong Thom, maar dit jaar is het rustiger gebleven.
Uit enkele incidenten uit het recente verleden valt op te maken dat de guerrillastrijders een inlichtingennet hebben opgezet met hulp van dorpelingen. Zo werd een voertuig van het Mennonitisch Centraal Comité, een Amerikaanse hulporganisatie, kortelings overvallen, hoewel buitenlandse hulpverleners slechts zelden een doelwit zijn. Het voertuig vervoerde dan ook geen buitenlanders maar Vietnamese soldaten, die van de chauffeur een lift hadden gekregen.
Twee vuren
De Khmers, die 90 procent van de Cambodjaanse bevolking vormen, staan tussen twee vuren en weten vaak niet welke kant ze moeten kiezen. Het schrikbewind van de Rode Khmer dat na de burgeroorlog van 1970-1975 aan de macht kwam, staat menigeen nog in het geheugen gegrift. Maar ook jegens Vietnam, van oudsher de aartsvijand van Cambodja, heerst een diepgeworteld wantrouwen.
Westerse deskundigen in Bangkok zijn van mening dat het 30.000 man sterke Cambodjaanse leger niet in staat zal zijn het hoofd te bieden aan de guerrillastrijders als Hanoi zijn troepen in 1990 zoals beloofd terugtrekt.
In Phnom Penh lijkt men er vooral op uit de dreigingen te negeren en erop te vertrouwen dat de Rode Khmer nooit meer aan de macht komt. Na de Vietnamese invasie van 1979 zijn de mensen die de massale evacuatie hadden overleefd, teruggekeerd naar Phnom Penh, dat weer een bedrijvige, levendige stad is geworden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 16 juni 1987
Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 16 juni 1987
Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's